in gesprek met joy

In gesprek over PCOS: het verhaal van Joy

In gesprek over PCOS: het verhaal van Joy

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Een tijdje terug, maar weer een ‘in gesprek met’! Dit keer met Joy.

Joy heeft mij in de plaatselijke krant zien staan en nam met mij contact op. We hebben een gesprek gehad waarbij ze veel deelde van haar situatie. Vandaag deel ik dit met jullie.

in gesprek met joy

Joy is een vrouw van 36 jaar die samenwoont met haar man en twee kinderen. Ze werkt als verpleegkundige en heeft een eigen onderneming in dezelfde sector. Joy’s moeder had soortgelijke vruchtbaarheidsproblemen en bij haar zus is ook PCOS geconstateerd.

Voorafgaand aan de diagnose

Joy was zestien jaar toen ze voor het eerst menstrueerde. Dit was gelijk al dusdanig onregelmatig, dat zij vrij snel hierna startte met de pil. Dit zette ze door tot ze wegens een kinderwens stopte op 26 jarige leeftijd: ‘Ik heb altijd de verwachting gehad dat ik gewoon vruchtbaar was. Achteraf gezien had ik misschien beter moeten nadenken over mijn keuze voor de pil, maar ik wist niet beter en dit werd mij geadviseerd.’

Hoewel Joy wel blijvende klachten had zoals acne, overbeharing, stemmingswisselingen en de eeuwige strijd met haar gewicht, heeft ze geen verdere stappen gezet ter oriëntatie naar de oorzaak hiervan in de periode voor ze stopte met de pil. Ze ervoer zelfs hartkloppingen in deze periode: ‘De cardioloog schreef mij Bisopronol voor, om de symptomen tegen te gaan. Hier schrok ik achteraf van, toen ik er achter kwam dat dit met de pil te maken had.’

Toen ze stopte, bleef haar menstruatie volledig uit. Vanaf dat moment begon de zoektocht – en vanwege haar zeer grote en levendige kinderwens was er haast bij geboden. Eenmaal bij de gynaecoloog werden de cysten op haar eierstokken snel duidelijk en PCOS was een feit. Joy en haar man twijfelde niet en gingen gelijk in op het advies van de artsen: starten met clomid en pregnyl.

Sinds de diagnose

Joy reageerde heftig op de behandeling vanuit het ziekenhuis en er vond snel overstimulatie plaats. Joy vertelt: ‘Ik reageerde heel heftig op de hormooninjecties. Bij hele lage doseringen werden er teveel eitjes groot, en niet maar 1 of 2. Met als gevolg dat we dan de poging moesten staken, omdat er anders mogelijk veel te veel eitjes groot werden en konden springen na het spuiten van de Pregnyl.
Toen de timing op een gegeven moment goed was, na zo’n 7 maanden, mocht ze pregnyl spuiten. Bij de eerste keer was ze zwanger en werd haar zoon geboren, twee jaar nadat de diagnose werd gesteld.

Na de voorspoedige zwangerschap en de geboorte van het gezonde kind, besloten Joy en haar man niet lang te wachten: er was een wens voor een tweede kindje. Sneller dan verwacht werd zij op een natuurlijke manier zwanger. Dit was nog wel even spannend: in de periode dat Joy zwanger raakte was zij al bezig met het ziekenhuistraject en had zij Duphaston geslikt.

Gelukkig bleef het kindje halsstarrig vasthouden aan haar plan en werd wederom na een fijne zwangerschap een dochter geboren.

Het plaatje was compleet en Joy koos voor anticonceptie: de Mirena-spiraal. Dit beviel haar zo slecht dat dit van korte duur was. Ze had veel last van doorbraakbloedingen en stemmingswisselingen door deze anticonceptie. Na een korte periode van condoomgebruik heeft Joy zich laten steriliseren, wat erg goed bevalt.

Eigen acties

Joy heeft naast de ondersteuning van het ziekenhuis om zwanger te worden, geen verdere acties uitgevoerd die specifiek met PCOS te maken hadden. Ze heeft geen andere poli’s, coaches, therapeuten of alternatief artsen bezocht.

Wel heeft Joy contact gezocht met een schoonheidsspecialiste, waar ze zes-wekelijks heen gaat vanwege haar onzuivere huid: ‘Ik heb die eeuwige ‘krentenbaard’, zoals ik het zelf noem. Het blijft maar komen.’

Daarnaast heeft Joy meerdere diëten gevolgd voor haar overgewicht. Ze heeft 85 kilo gewogen, waar ze met haar 1,65 meter last van had. Momenteel weegt ze 68 kg, maar noemt ze zelf: ‘Ik heb geen rust in mijn voeding. Als ik op vakantie ga, vliegen de kilo’s er aan en die tijdens het afvallen zijn de laatste kilo’s zo hardnekkig. Een terugval ligt heel snel op de loer. Ik weet wat het is om gezond te eten, maar weet niet hoe ik mijn voedingspatroon zo moet aanpassen dat het zich ook fysiek bij mij uitbetaald.’ Zo heeft Joy Cambridge gevolgd, met een goed resultaat. Maar dit resultaat heeft ze niet vastgehouden: ‘Zodra ik ga crashen, val ik wel af ja.’

Zo nu en dan bezoekt Joy een paragnost, die wel aangaf dat Joy een sterk schommelende bloedsuikerspiegel heeft.

Aanwezige behoeftes

Joy is erg gelukkig met haar gezin en ervaart hier volledig rust in: ‘Dat ik onregelmatig menstrueer, vind ik niet zo erg. Al moet ik zeggen dat er redelijk een lijn in zit na mijn tweede bevalling. Waar ik vooral meer grip op wil is mijn gemoedstoestand: ik voel me vaak zo ‘vlakkig’, ervaar een gevoel alsof mijn emoties niet kloppen en dit sluimert de hele tijd. Tijdens mijn zwangerschappen ervoer ik dit niet.’

Ook vervolgt ze: ‘Ik wil graag rust wat betreft mijn voeding. Dat ik echt een werkbare manier vind en hier echt een gewoonte van maak. Nu volg ik de foodsisters en dit houd ik vol. Toch ervaar ik geen rust in mijn lichaam: ik kan zo oneindig veel door blijven eten als ik wil en heb nog geen werkende gewoontes ontwikkeld.’

Over het ziekenhuistraject is Joy niet erg tevreden: ‘Er is nog zoveel ruimte voor verbetering voor wat betreft erkenning van PCOS. Als tieners klachten ervaren, zou er al beter gesignaleerd kunnen worden. Ook bij de diagnose kan veel beter geïnformeerd worden: ik werd op dat moment overrompeld en echt geleefd. Ik was een nummer en kon gewoon deelnemen aan de standaard procedure.’

Wat valt mij op?

Joy’s grootste behoefte licht momenteel bij haar fysieke fitheid. Hoewel ze gezond eet, drie keer in de week traint (bootcamp) en positief in het leven staat, voelt ze de PCOS-klachten sluimeren en draagt ze een aantal symptomen steeds met zich mee.

De foodsisters hanteren een gevarieerd en gezond aanbod aan voedingsmenu’s en recepten. Ze bieden kant en klare informatie die je zo over kan nemen en in je week kan toepassen.

Het valt mij op dat Joy bereidt is te koken,de recepten goed vol weet te houden en dit naar tevredenheid doet. Als ik haar echter vraag of ze echt weet wat ze eet, geeft ze aan zich niet te verdiepen in hoeveelheid calorieën, macronutriënten en micronutriënten. 
Wat betreft calorie-inname: ook teveel van gezonde voeding laat je niet afvallen.
Wat betreft macro-nutrienten: een ‘verkeerde verdeling’ van koolhydraten, vetten en eiwitten, kan afvallen moeilijker maken.
Wat betreft micro-nutrienten: een gebrek aan bepaalde vitaminen en mineralen blijkt verbonden te zijn aan een grotere kans op PCOS. Ook zijn veel vitaminen, mineralen en spoorelementen van invloed op het effect van stress op het lichaam en de werking van schildklier, hypofyse en hypothalamus – allen belangrijk voor een goede hormoonbalans.

Dit kan verklaren waardoor het bijvoorbeeld bij Cambridge wel lukte: deze hoeveelheden zijn afgemeten en hoewel ik geen voorstander ben van Cambridge, is dit vaak wel correct afgemeten.

Ik denk dat zodra Joy weet wat zij wel nodig heeft en hoe ze dit over haar dag kan verdelen, er meer resultaat geboekt kan worden. Op die manier kan je etentjes, weekendjes weg of vakanties ook beter vorm geven: je vergroot simpelweg je inzicht.
Om te weten wat past bij Joy’s situatie, heb ik haar een voedingsadvies gegeven dat bij mij goed heeft gewerkt, inclusief berekening.
Persoonlijk ben ik van mening dat een lichaam dat goed gevoed is, zorgt voor een gevoel van rust. Processen komen in balans en hormonen daarbij ook zo veel mogelijk.

Als gevolg hiervan zou dit ook een positief effect kunnen hebben op haar huid en stemmingswisselingen.

Naast het aspect voeding hoor ik aan het verhaal van Joy dat zij een volle agenda hanteert. Ze noemt zelf ook dat ze het fijn vind actief te zijn. Echter neemt een dergelijke levensstijl met drukke dagen en weinig tijd om bij te komen veel stress met zich mee – het vraagt veel actie van het lichaam. In combinatie met een lage vitamine-inname (ze slikt immers geen supplementen) kan er vrij veel van de bijnieren gevraagd worden. Dit kan doorwerken in de mate waarin zij PCOS-klachten ervaart.

Dank je wel Joy, voor het open gesprek en het delen van je ervaring. Ik ben benieuwd wat de tips voor je gaan doen!

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 30 laaggradige ontsteking

Laaggradige ontstekingen als oorzaak van PCOS

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Zoals jullie wellicht weten ben ik onderdeel van het testpanel van Project Nederland Oersterk.
Ik post wekelijks mijn bevindingen op instagram, en een van de begrippen die terugkomen in de literatuur is laaggradige ontsteking. Een leefstijl die laaggradige ontstekingen tegen gaat zou je energie verhogen, je humeur verbeteren, stress tegengaan en de kans op depressie verkleinen… Maar hoe doe je dat? En wat houdt het dan allemaal in? En voor de cynici onder ons: klopt dit allemaal wel wat ‘ze’ zeggen?

Hoewel het geen directe link met PCOS of hormonen lijkt te hebben, wil ik dit onderwerp niet over slaan. Op dit moment is de laaggradige ontsteking de belangrijkste in opkomst zijnde risicofactor voor welvaartsziekten. Het lijkt verband te houden met veel andere lichamelijke klachten – en daarmee ook met PCOS(4).

In dit artikel zal ik je meenemen in de theorie (en mijn visie) hier achter.

blog 30 laaggradige ontsteking

Wat is het immuunsysteem?

Het immuunsysteem heeft veel invloed op het lichaam. Als het goed werkt, ben je niet ziek, voel je je energiek en blij.

Je kan de werking van het immuunsysteem goed zien bij dood weefsel. Iets of iemand die dood is, wordt binnen enkele uren binnengedrongen door allerlei soorten organismen: het verrottingsproces is op gang gekomen. Dit gebeurt natuurlijk niet bij levend weefsel en dat is te danken aan het immuunsysteem.

De hele dag door wordt het lichaam belaagd met storingen van zowel binnenuit als buitenaf: virussen, bacteriën en stress zijn de meest voorkomende vormen. Maar ook onze eigen cellen verkeerd delen of een storing bevatten, worden door het immuunsysteem opgeruimd. Vaak merk je niet dat dit iets met je doet: je immuunsysteem is sterk genoeg het af te weren.

Ik zal niet te uitgebreid ingaan op hoe het immuunsysteem werkt. Als je hier meer inzicht in wilt, raad ik je aan om eens op youtube te kijken – hier staan heldere filmpjes over de basis van de werking van het immuunsysteem.

Wanneer merk je de werking van het immuunsysteem wel?

Soms is de aanval te sterk en ontwikkelt de ‘storing’ zich in het lichaam.  Een infectie van een wond, ziekte door griep of verkoudheid of bijvoorbeeld kanker zijn voorbeelden van een immuunsysteem die minder sterk is dan de storing. Je kunt de werking van het immuunsysteem dan merken en er zal meer energie naar je immuunsysteem gaan om de storing naar beste kunnen toch tegen te gaan. Bij ziekte ga je bijvoorbeeld braken, heb je diarree, maak je extra slijm aan – alles om het lichaam weer gezond te maken. Als het lichaam het zelf niet kan, kunnen medicijnen helpen of kan je doodgaan.

Als je immuunsysteem actief is, vraagt het dus veel energie. Het moet immers klaar staan om ziekteverwekkers te vernietigen. Iemand die ziek is wil graag op bed blijven liggen en zich terug trekken. En dat is ook logisch, je lichaam heeft andere prioriteiten dan onnodig energie verspillen. De hoeveelheid energie in het lichaam wat normaal doorstroomt naar o.a. je spieren en hersenen en voortplantingsorganen, worden nu anders besteed. Richard de Leth schrijft: evolutionair gezien heeft dit ook een groot voordeel. Een ziek/besmet individu heeft hierdoor de neiging zich terug te trekken van de groep en besmet zo minder andere individuen. De groep wordt hierdoor minder ziek en het soort staat sterker. Evolutionair gezien is (gedrag dat past bij) depressie dus een overlevingsstrategie.

Signalen van je immuunsysteem

Tot nu toe klinkt dit allemaal logisch. Toch is er volgens vele bronnen de werking van het immuunsysteem een groot aandachtspunt. Er worden namelijk steeds vaker symptomen gesignaleerd die passen bij een actief immuunsysteem: depressie, (chronische) vermoeidheid, futloosheid, weinig spierkracht, slechte concentratie en cognitieve vermogens(zeker bij kinderen neemt dit gestaag toe*), verminderde stemming/extremere emoties, gewichtstoename of juist afname en overbelasting.

Allemaal symptomen die gelinkt zijn aan een depressie – met als doel om je lichaam te beschermen.

Maar dat kwam evolutionair gezien toch alleen voor bij ziekte, een actief immuunsysteem?

Volgens wetenschappers is dit ook aan de orde – zonder dat we het echt duidelijk door hebben. Er wordt in dit verband gesproken over ‘laaggradige ontstekingen’ . Met dus weldegelijk een (sluimerend) actief immuunsysteem en daarbij dus ook de genoemde ‘sluimerende’ klachten die we vaak accepteren als ‘normaal’.

Wat zijn laaggradige ontstekingen?

Laaggradige ontstekingen, wat is dat nu precies?

Het immuunsysteem beschermd het lichaam op veel verschillende manieren. Het eerste wat het lichaam doet als het aangevallen wordt, is het geven van een ontstekingsreactie. Deze ontsteking kan enkele uren of dagen duren en probeert de aanval te overwinnen. Bij deze ontsteking spelen zogenaamde cytokinen een grote rol. Dit zijn boodschappers die informatie uitwisselen tussen cellen. Cytokinen hebben onder andere de functie om de coördinatie van de werking van het immuunsysteem te regelen en ze brengen dus de ontsteking op gang.

Als de aanval niet gewonnen wordt door de eerste ontstekingsreactie van het immuunsysteem, ontwikkelt zich een chronische ontsteking die weken of langer kan duren. Een goed functionerend immuunsysteem zorgt ervoor dat deze ontstekingsreactie ook op tijd stopt, voordat het gezonde weefsels gaat aanvallen. Er zal een anti-ontstekingsreactie moeten worden gegeven door het lichaam om de ontsteking te stoppen. Bij de start van een ontsteking zijn dus verschillende cytokinen en groeifactoren betrokken en bij het stoppen van de ontsteking zijn andere factoren nodig. Deze factoren zijn met elkaar in balans, maar kunnen verstoord worden door stress, voeding,  en leefstijl.

Als deze balans verstoord wordt, kan een ontsteking blijven voortduren. Het lichaam probeert het te stoppen, maar heeft niet voldoende capaciteit om dit volledig te doen. Er is sprake van een lichte, ookwel ‘laaggradige’ ontsteking waarbij het immuunsysteem ook licht actief blijft. Dit heeft invloed op heel veel processen in het lichaam.

Let op: haal de begrippen ontsteking en infectie niet door elkaar. Echter, niet alle infecties gaan gepaard met een ontsteking en niet alle ontstekingen worden veroorzaakt door infectie! Zo is een steriele ontsteking een ontsteking die niet wordt veroorzaakt door een organisme (maar door bijvoorbeeld mechanische overbelasting zoals een slijmbeursontsteking)(3).

Het ontstaan van een laaggradige ontsteking kan twee vormen hebben:

  1. Steriel: een steriele ontsteking is een ontsteking die niet wordt veroorzaakt door een infectie. Een infectie is een ontsteking die wordt veroorzaakt door micro-organismen, zoals bacteriën, virussen of schimmels. Een steriele ontsteking is dus een ontsteking die NIET wordt veroorzaakt door bacteriën, virussen of schimmels (door bv overbelasting en bij auto-immuunziektes).
  2. Niet steriel: er is wél sprake van een bacterie, virus of schimmel van buitenaf (dat binnendringt door de huid, via voeding of slijmvliezen)en de ontsteking ontstaat door een infectie.

Wat zijn oorzaken van laaggradige onstekingen?

De hoofdoorzaak van laaggradige ontstekingen zijn de huidige omstandigheden in onze maatschappij in vergelijking met de natuurlijke functie van ons lichaam. Het wordt steeds meer wetenschappelijk onderbouwd hoe onze leefstijl het immuunsysteem ongewild aanwakkert en wakker houdt.

Ons lichaam is ingesteld op de volgende omstandigheden:

– Puur, rauw voedsel
– Voldoende slaap
– Veel beweging, ook vóórdat er gegeten wordt
– Langere periodes zonder eten
– Periodes/dagen van relatief veel eten
– Weinig chronische stress
– Acute stress (kou, hitte, zware inspanningen, vechten, vluchten)

Het lichaam komt tegenwoordig (bij veel mensen) in aanraking met de volgende omstandigheden:

– Bewerkt en bereid voedsel (met te weinig voedingsstoffen om de vraag van het lichaam in deze omstandigheden te bevredigen)
– Onvoldoende slaap
– Weinig beweging, vaak lange dagen zitten, comfort en gemak dient de men
– Veel momenten van eten per dag (en nagenoeg nooit langere periodes zonder eten)
– Constant te veel eten
– Veel chronische stress (druk/te volle agenda, straling, lichten, geluiden)
– Weinig acute stress (nogmaals, comfort en gemak dient de mens)

Deze omstandigheden vragen zodanig veel van het lichaam dat het (op de lange termijn) niet voldoende in staat is om aanvallen effectief tegen te gaan.

Een lesje biologie, Hoe werkt dat dan in het lichaam?

Een goed werkend immuunsysteem zonder aanwezige laaggradige ontstekingen is afhankelijk van een belangrijke batterij in het lichaam: de bijnieren. De bijnieren maken cortisol, aldosteron, DHEA en geslachtshormonen aan. Cortisol is, zoals velen weten, betrokken bij regelen van de stressrespons. Hier schreef ik eerder al wat blogs over, waarin ik dieper inga op de functie van de bijnier, HPA-as en de werking van stress op het lichaam.  De link tussen een gebrek aan cortisol (hypocortisolisme) en een diversiteit aan aandoeningen(waarmee dus een verminderde werking van het immuunsysteem) wordt steeds meer bevestigd in wetenschappelijk onderzoek(1). Er is genoeg cortisol nodig om een extremere reactie van het immuunsysteem teweeg te brengen. Bij extremere ziekte is er sprake van acute stress en is dus veel cortisol nodig. Cortisol is een belangrijke stof die actief is bij het remmen van ontstekingen.

Dit verklaart ook het fenomeen dat mensen die beter voor zichzelf gaan zorgen ziek worden: de bijnieren raken meer in balans en kunnen meer cortisol leveren, waardoor het immuunsysteem zich zodanig sterk voelt dat het ziektekiemen gaat uitroeien – met als gevolg dat je ziek wordt (je immuunsysteem gaat gas geven en dit geeft je een ziek gevoel). Deze ziektekiemen zouden anders sluimerend aanwezig blijven in je lichaam (en matig teruggedrongen worden door laaggradige ontstekingen). 

Anders gezegd: het lichaam moet sterk genoeg zijn om ziek te worden. Bij ziekte wordt een heftigere ontsteking gevormd en zal koorts optreden. Je hersenen weten dat je in staat bent om een immuunreactie tijdig te eindigen (want je kunt voldoende stopsignalen produceren) en geven het immuunsysteem daarom toestemming om koorts te mogen ontwikkelen. Op die manier kan het veranderen van je leefstijl ervoor zorgen dat je opeens koorts krijgt. Dit is een gezonde reactie. Een heftige immuunreactie, zoals koorts zorgt namelijk voor de beëindiging van een milde immuunreactie (laaggradige ontsteking). Na koorts is laaggradige ontsteking dus opgelost.

Een gebrek aan cortisol ontstaat door een te hoge blootstelling aan chronische stress, bijnieruitputting, onvoldoende voedingsstoffen waaronder vitamine B3, B5, D3, zink en ijzer. Ook hormonale disbalansen kunnen een oorzaak of gevolg zijn van te weinig cortisol (en bijnieruitputting).

Een gebrek aan cortisol (hypocortisolisme) wordt gelinkt aan vermoeidheid, zwakte, spier- en gewrichtspijn, verhoogde vatbaarheid voor infecties, auto-immuniteit, allergie, depressie, mentale klachten, enz. Veel van deze klachten ziet men bij chronische vermoeidheid, fibromyalgie en burn-out. Volgens sommige onderzoekers is chronisch vermoeidheidssyndroom een vorm van bijnierinsufficiëntie (waarbij de bijnieren niet meer in staat zijn om cortisol aan te maken).

Cytokines, die belangrijk zijn voor de start van een ontsteking, komen niet alleen hierbij vrij. De afgifte van cytokines verhoogt ook door chronische stress, gebrek aan beweging, verkeerde voeding, trauma’s, angststoornissen, slaapgebrek, depressies, verminderde darmfunctie en voedselallergieën. Deze factoren dragen dus bij aan een hogere waarde van het ‘ontstekingsstofje’ in ons lichaam, wat de kans op laaggradige ontstekingen én een actief immuunsysteem vergroot(1). De lever reageert op deze cytokines door het maken van acute fase-eiwitten. Dit gevolg op de eerste ontstekingsreactie staat aan de basis van veel ziekten.

Voor verdieping in het beïnvloeden hiervan raad ik je aan om het artikel uit bron 1 te lezen, afkomstig van natuurdiëtisten.nl.

Wat kan ik zelf doen tegen laaggradige ontstekingen?

Als je het idee hebt dat jij last hebt van laaggradige ontstekingen, kan je hier wat aan doen. Als je twijfelt, is het een optie om ontstekingswaarden te meten is via een bloedonderzoek.

Het is de uitdaging om in onze huidige maatschappij, waar we nu eenmaal met bepaalde omstandigheden te maken hebben, een manier van leven aan te leren die de balans in je lichaam kan herstellen – zoals die er van nature hoort te zijn: een anti-ontsteking levensstijl.

Nu is het niet helemaal realistisch om weer zoals een oermens te gaan leven; we hebben nu eenmaal vaak te maken met bijvoorbeeld straling en andere stressoren – en de agenda volledig leegmaken gaat veel van ons ook niet lukken.

Een aantal dingen die je wél kan doen die helpen om ontstekingen te remmen, zijn het volgende:

– Eet ontstekingsremmend voedsel: vitamine D, omega 3 vetzuren en (biologische) groente en fruit
– Vermijd bewerkt voedsel met geraffineerde koolhydraten, glucose en verzadigd vet
– Voed het lichaam goed om de hoeveelheid stress extra aan te kunnen: meer stress vraagt meer vitaminen en mineralen door de bijnieren (suppletie kan hierbij helpen)
– Eet minder vaak
– Creeer vaker acute stress-situaties in je week: ga intensief sporten of zoek bijvoorbeeld kou en hitte op (door koud douchen, sauna en wisselbaden)
– Zoek vaker de rust op: ga wandelen zonder telefoon in de natuur, doe een dutje midden op de dag, neem pauzes, slaap langer
– Kijk eens kritisch welke stressoren je wel kunt verwijderen uit je leven. Geef je grenzen aan en plan wél meer rust in.

Door meer terug te keren naar hoe de mens van nature dient te leven, versterk je de ontstekingsremmende kracht van het lichaam om een anti-ontstekingsreactie in te kunnen zetten(zoals ik eerder beschreef).

CONCLUSIE       

Richard de Leth vat het probleem omtrent laaggradige ontstekingen samen in zijn content omtrent Project Nederland Oersterk:

In de Westerse wereld vormen infectieziekten niet meer zo’n groot probleem. Infecties komen minder voor dan vroeger, maar het eeuwenoude beschermingsmechanisme is nog steeds intact. Infectieziekten hebben plaatsgemaakt voor chronische, steriele laaggradige ontstekingen. Dit zijn ontstekingen die dus niet door ziekteverwekkers worden veroorzaakt, maar door een ongezonde leefstijl.

Het gevolg van een chronische ontsteking is dat het beschermingsmechanisme tegen infecties wordt geactiveerd. Het gevolg is vermoeidheid, een sombere stemming en een verminderde interesse en plezier in activiteiten. Ofwel, een depressie. Het eeuwenoude beschermingsmechanisme tegen infecties heeft zich nu tegen ons gekeerd. In de onze huidige maatschappij is het beschermingsmechanisme een nadeel geworden. Want de ontstekingen worden niet meer door ziekteverwekkers veroorzaakt. Terugtrekgedrag en energiebesparing – dus gedrag alsof er een infectie is – zijn oude gedragingen die nu onterecht worden geactiveerd.

TOT SLOT

Ik deelde al eerder informatie op Instagram over dit onderwerp, en kreeg de vraag waarom je minder maaltijden zou moeten eten om meer in balans te komen.

Mijn zoektocht leidde tot het volgende antwoord:

Als er sprake is van stress in het lichaam, zullen barrières(tight junctions) in de darmwand open gaan staan om ervoor te zorgen dat glucose, natrium en water sneller worden opgenomen – deze stoffen helpen om energie te verhogen om goed op de stressor te kunnen reageren. Dit is een handige reactie als er sprake is van een acute stressor. Echter, als de stress chronisch is, blijven deze barrières te lang openstaan. Met als gevolg: allerlei ongewenste stoffen, bacteriën en virussen komen makkelijker en in te grotere hoeveelheden en door de darmwand. Deze ongewenste stoffen kunnen ontstekingsreacties opwekken(de hoeveelheid cytokinen in het bloed verhoogd).

Minder maaltijden eten geeft de darmen vaker rust en zorgt voor minder vaak stoffen in de darmen die opgenomen kunnen worden.

*‘Het ontstaan van leer- en gedragsstoornissen is een complex verhaal, en fysiologische problemen zijn niet de enige oorzaak. Maar het is wel de factor die het gemakkelijkst te beïnvloeden is én de meeste resultaten blijkt af te werpen’, aldus professor Richardson van de Universiteit van Oxford.

Bronnen:

  1. Natuur Dietisten Nederland, Opgebrand door Onstekingen, https://www.natuurdietisten.nl/opgebrand-door-ontstekingen/
  2. Richard De Leth, Oersterk, Project Nederland Oersterk, Humeur en Slaap
  3. https://nl.wikipedia.org/wiki/Ontsteking_(geneeskunde)
  4. Natura Foundation, Laaggradige ontstekingen: de nieuwste inzichten, http://naturafoundation.nl/?objectID=13450&page=3

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 29 Sociale Cohesie -angstmodel voor obesitas

Hoe kun je omgaan met emotie-eten?

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

PCOS (maar ook vele andere klachten) kan voortkomen uit een niet-werkend voedingspatroon en leefstijl. Het loont om je voeding en leefstijl te optimaliseren en blijvende veranderingen stap voor stap door te gaan voeren.

Dat klinkt simpel.

Dat is het niet.

blog 29 Sociale Cohesie -angstmodel voor obesitas

Vaak ‘moeten’ vrouwen met PCOS sowieso al dat stapje meer zetten om van hun klachten af te komen, in vergelijking met veel mensen in hun omgeving. Dat is niet erg, als je hier geen moeite mee hebt.

Veel mensen hebben dit echter wel, en hierbij in het bijzonder de groep mensen die bij de zogenaamde ‘emotie-eters’ hoort: deze groep mensen gaat zoals de naam al zegt, meer eten wanneer zij emoties ervaren. En dan alleen negatieve/stressvolle emoties, blijkt uit onderzoek(1).

Dit is precies contra met onze natuur: de typische reactie op negatieve emoties of stress is juist een verlies van eetlust. Bij stress krijgen de spieren ‘voorrang’ op het spijsverteringsstelsel omdat een stressvolle situatie in natuurlijke omstandigheden vaak actie vereist: er moet gevochten of gevlucht worden, en daar zijn je spieren voor nodig. Eten komt later wel weer, als de rust is wedergekeerd. Eten bij positieve emoties is daarom eigenlijk logischer gedrag, je bent niet in stress. Emotie-eten is echter volledig te linken aan negatieve emoties.

Vrouwen met PCOS hebben extra gevoeligheid voor stress en (negatieve) emoties, vanwege hun vaak al instabiele hormonen (2). De groep die gevoelig is voor eten tijdens deze emoties, kunnen hierdoor extra vaak moeite ervaren met het uitvoeren van een helpend voedingspatroon.

Emotioneel eten is evolutionair gezien dus atypisch gedrag – het klopt niet. En toch zijn er veel mensen die zich herkennen in het gedrag van emotioneel eten. In de huidige maatschappij waar op elke straathoek voedsel te vinden is, zorgt dat voor problemen in de gezondheid.

Waarom gaat iemand bij stress juist eten, ook al is dit niet de natuurlijke drang van het lichaam?

Emotioneel eten blijkt vooral voor te komen bij mensen die lichamelijke onlustgevoelens bij negatieve emoties met gevoelens van honger en verzadiging verwarren. Er is vaak sprake van een verminderd inzicht op wat er in het eigen lichaam gebeurt in combinatie van gevoelsblindheid.

Ook onveilige gehechtheid* vanuit de jeugd blijkt van invloed én genetisch is een bepaalde groep kwetsbaarder(1). Een gen dat verbonden is met de aanmaak van dopamine in de hersenen speelt een rol bij het ontwikkelen van emotioneel eten: ruim één derde van de Europeanen draagt dit gen bij zich, wat kan gaan opspelen zodra er sprake is van een niet werkende opvoedingsstijl(3). Emotionele eters eten kennelijk als compensatie van een dopaminetekort, om zich (op korte termijn) beter te voelen.

Ook kunnen stresssituaties uit de jeugd een blijvende invloed hebben op de hoeveelheid cortisol dat wordt aangemaakt bij stress. Onderzoek wijst uit dat emotie-eters een relatief lage aanmaak van cortisol kunnen hebben (met een verhoogde voedselinname en veel slapen als gevolg).

Tot slot lijken er ook steeds meer bewijzen te komen voor de stelling dat emotioneel eten en daaruit voortvloeiend overgewicht voortkomt uit angst. Angst in de vorm van gebrek aan verbinding, een verminderde sociale samenhang in de maatschappij en in gezinnen (steeds meer gebroken en eenouder-gezinnen).

Dus: angst, onveilige gehechtheid, overgewicht en emotioneel eten zijn mogelijk sterk met elkaar verbonden.

Wat is er nodig om geen last meer te hebben van emotioneel eten?

Allereerst is het erg belangrijk dat de stappen die je gaat zetten haalbaar zijn. Mislukking vergroot vaak negatieve emoties, wat de kans op emotioneel eten eveneens vergroot.

De negatieve emoties zijn de oorzaak: bijbehorende gedachtes en het beheersen van die emoties vergen dus de aandacht. Effectieve copingstrategieën (manieren om om te gaan met) voor het omgaan met negatieve emoties zijn vaak onvoldoende aangeleerd. Iemand die deze copingstrategieën voldoende beheerst, kan gedragingen die voortvloeien uit stress of ontevredenheid tegenhouden of een werkende vorm geven.

Het reguleren van je emoties is de sleutel om emotioneel eten tegen te kunnen gaan. Ook  trainingen die je zelfinzicht verbeteren en het verhogen van je tolerantie voor stress dragen bij aan het verminderen van emotioneel eten. 
Opvallend is dat het hier niet draait om voedingsadviezen, voedingsschema’s en inzicht in de werking van voeding of het effect op het lichaam. Dit kan ter ondersteuning of ter verdieping een aanvulling zijn (in een later stadium) van het proces, maar het trainen van het leren omgaan met emoties kan niet worden overgeslagen en heeft prioriteit.

Hoe kan jij starten?

Het zichtbaar maken van jouw emotionele patronen en het actief werken hieraan, gaat in mijn beleving het beste in samenwerking met iemand die je vertrouwd. Iemand waarvan je het accepteert dat diegene je een spiegel voor houdt en waarbij je open durft te zijn. Dit kan een coach zijn, maar ook je partner of een goede vriend. Een ander persoon kan simpelweg voorbij jouw persoonlijke belemmerende overtuigingen en beschermingsmechanismes tegen verandering kijken.

Een belangrijk punt om verandering op gang te brengen is bewustwording. Als jij je bewust wordt van je eigen gedachtes omtrent voedsel, ben je al een heel eind op weg en kan je hier iets tegen gaan doen. Oriënteer in welke situaties je vaak (te) veel gaat eten en probeer deze situaties te vermijden of je reacties te ondermijnen. Kun je bij een dergelijke situatie op een andere manier afleiding zoeken? Dit is een eerste stap richting verandering. Als je langzaam leert niet toe te geven in dergelijke situaties, kan je stap voor stap de situatie steeds makkelijker aan – ook zonder afleidingsgedrag.

Onthoud; elk stukje van je gedrag komt voort uit gewoonte en je (onderbewuste) patronen die je gedurende je leven hebt opgedaan. 95% van al je handelen is vanuit je onderbewuste en het vergt aandacht en tijd om vanuit je bewuste brein een nieuwe gewoonte te vormen(4). Wees dus niet te fanatiek en zet kleine doelen: een doel bevindt zich in je bewuste brein en dit is dus een kleine motor – in tegenstelling tot alle capaciteit in je onderbewuste brein. Zie je onderbewuste als een soort opslag: als je in je bewuste brein een doel hebt gesteld om een nieuwe gedraging aan te leren, en je hebt dit lang genoeg gerepeteerd om het een gewoonte te kunnen noemen, wordt het vervolgens opgeslagen in je ‘opslag’: je onderbewuste brein. Het kost dan geen energie meer om dit gedrag te vertonen en het gebeurt als vanzelf. Het is, als het ware, een deel van jou geworden.

TOT SLOT

De figuur die te zien is geeft een weergave van de samenhang tussen de in dit artikel genoemde elementen die mogelijk betrokken zijn bij emotioneel eten. ‘Obesitas’ klinkt misschien vrij heftig, maar is natuurlijk niet bij alle mensen die zich herkennen in dit artikel aan de orde. De figuur is afkomstig uit het onderzoek genoemd bij bron 1.

Daarnaast wil ik nog meegeven dat ook al heb jij te maken met aspecten die emotie-eten meer in de hand kunnen werken, je net zoveel de mogelijkheid hebt om de verantwoordelijkheid te nemen over je gedrag als ieder ander. Je heb wellicht een ander startpunt, maar laat het geen excuus zijn. Dat brengt je simpelweg gewoon helemaal niets.

* Met onveilige gehechtheid heeft iemand in de loop van zijn kindertijd niet geleerd op een veilige manier te hechten aan zijn omgeving. Dit kan onzekerheid, onrust en een verstoorde sociaal-emotionele ontwikkeling teweeg brengen.

Bronnen:

  1. Emotioneel eten, T. van Strien, faculteit der Aard- en Levenswetenschappen, 2013
  2. Oorzaken en symptomen van PCOS, Jesse van der Velde, https://jessevandervelde.com/pcos-symptomen-oorzaak-en-wetenschap/
  3. Ontwikkelingsaspecten en omgevingsinteractie, Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, https://assets.ncj.nl/docs/63a73514-4ead-49a2-8d54-95ce6f81ecf8.pdf
  4. Bruce Lipton about EFT, The Tapping World Summit, 2011

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.