Heb je PCOS (1)

PCOS of NCAH? Hoe volledig is jouw diagnose?

PCOS of NCAH? Hoe volledig is jouw diagnose?

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Heb je PCOS of misschien wel NCAH? Klopt jouw diagnose?

PCOS is een syndroom. Dit betekent dat de diagnose wordt gesteld naar aanleiding van de aanwezigheid van een aantal omstandigheden:

– Onregelmatige of geen menstruaties (minder dan 8 menstruaties per jaar)
– Polycysteuze eierstokken: met de echo worden meer dan 12 blaasjes per eierstok gezien
– Verhoogd mannelijk hormoon en/of de symptomen die daarbij kunnen horen, zoals acné en overbeharing volgens een mannelijk patroon
– Uitsluiting van gerelateerde aandoeningen zoals officiële diagnoses m.b.t. de schildklier(1)

Verhoogde androgenen vereist voor de diagnose PCOS

Maar, om PCOS echt vast te stellen, moeten er sowieso verhoogde androgeenlevels aanwezig zijn in je bloed.
Sommige vrouwen worden alleen gediagnostiseerd op basis van de inwendige echo met het ‘typische’ PCOS beeld: de zichtbare cysten in de eierstokken.

Echter, wist je dat 25% van de vrouwen ‘poly-cysteuze-ovaria’ (= meerdere cysten op de eierstokken) hebben, maar geen PCOS hebben(2)?

Het is normaal dat er meerdere eiblaasjes op de eierstokken zitten.

De naam PCOS is dus verwarrend : er zijn al initiatieven om een naamsverandering door te voeren die niet suggereert dat meerdere eiblaasjes in de eierstokken dé reden is voor het syndroom(3).

Eiblaasjes (of follikel of cystes genoemd, maar ik vind dat laatste een beetje richting kanker neigen, en dat is het echt niet) die aanwezig zijn in je eierstokken zijn een teken dat je een keer niet hebt geoculeerd. Een eiblaasjes is een zakje met vocht en veroorzaakt geen PCOS. Het was de bedoeling dat dit blaasje onder invloed van een LH piek zou rijpen en uiteindelijk zou openbreken bij de eisprong – maar als er door omstandigheden niet de juiste hoeveelheid LH op het juiste moment aanwezig was, blijft het eiblaasje onrijp zitten. Nogmaals, dit is een vrij normaal verschijnsel.

Om een correcte diagnose PCOS te kunnen krijgen, zou er ook verhoogde androgeenwaarden te zien moeten zijn in je bloed, zoals DHEA, androsteendion en testosteron. Dit is de wezenlijke oorzaak van PCOS. Belangrijk is dat de verschillende vormen van androgenen worden gemeten: je kan normale testosteronwaarden hebben, maar hoge DHEA(S), en daarmee wél PCOS hebben.

Androgeenproductie bij de vrouw vindt plaats in de bijnieren en de eierstokken. De hormonen ACTH en LH hebben invloed op de hoeveelheid androgenen die worden geproduceerd. ACTH is een voorloperstof van cortisol: het hormoon dat bij langdurige stress wordt aangemaakt.

Heb je PCOS of heb je NCAH?

Naast PCOS is er een ander syndroom dat ontzettend veel op PCOS lijkt: NCAH. NCAH wordt veroorzaakt door een genetische mutatie die ervoor zorgt dat het lichaam te veel androgenen maakt. Dit veroorzaakt symptomen die veel op PCOS lijken: onregelmatige cyclus of afwezige cyclus, veel follikels zichtbaar in de eierstokken, overbeharing, acné en haaruitval.

Bij het doen van een inwendige echo of bloedonderzoek bij dit beeld zou de diagnose PCOS voor de hand liggen en daarom is het afgaan van zichtbare symptomen altijd erg belangrijk. Tussen NCAH en PCOS zijn een aantal verschillen te merken:

  1. NCAH is bij zowel vrouwen als mannen mogelijk – al valt het bij mannen minder op vanwege hun toch al hogere testosteronwaarden.
  2. Overbeharing door NCAH verschijnt op jonge leeftijd (rond het 8e levensjaar)
  3. Veel mensen met NCAH groeien snel op jonge leeftijd, maar stoppen ook eerder met groeien. Ze zijn dus relatief groot in hun kinder en tienerjaren, maar relatief klein als volwassene.
  4. Bij NCAH reageer je niet op interventies mbt PCOS
  5. Mensen met NCAH hebben hogere DHEA-S waarden dan vrouwen met PCOS(4)
  6. Mensen met NCAH zijn vaak blank en ook relatief vaak Joods
  7. Bij NCAH hebben vrouwen ondanks hun symptomen vaak een stabiele cyclus (14% van de vrouwen met NCAH hebben een onregelmatige cyclus vs 90% van de vrouwen met PCOS)

Een goede diagnose is de start van een goed behandelplan

Om van je klachten af te komen is het belangrijk te weten of jouw diagnose PCOS zeker klopt. Heb je dus enkel een echo gehad, overweeg dan een aantal tests te laten doen voor een meer complete diagnose. Pas als dit compleet is, kan je ook een passend behandelplan (laten) opstellen en uitvoeren. De oorzaak van jouw klachten vinden, is stap 1.

Welke tests kan je doen?

  1. Test je testosteron, DHEA en androsteendion. Dit kan bij de huisarts of via een orthomoleculair therapeut.
  2. Test je insulinegevoeligheid: dit kan door nuchter glucose, maar dit is een momentopname. Beter test je over een periode je bloedsuikers: door een insulinemeter aan te schaffen en gedurende een aantal dagen na iedere maaltijd te prikken (na 30, 60 en 90 minuten).
  3. Check alle symptomen die je zelf kan merken: overbeharing, haaruitval, acné, stemmingswisselingen, vermoeidheid. Wanneer is alles ontstaan? Hoe oud was je?

Heb je alle tests gedaan en weet je echt zeker dat je PCOS hebt?

Hoewel er vaak een genetische component aanwezig is waarom je gevoelig bent voor het ontwikkelen van PCOS, wordt er ook steeds meer duidelijk hoeveel invloed de omgevingsfactoren hebben – ook wel ‘epigenetica genoemd’. In mijn opleiding tot orthomoleculair epigenetisch therapeut is hier veel op in gegaan: vanuit de wetenschap dat genen worden ‘aan’ en ‘uit’ gezet door het gericht beïnvloeden van de omgeving. Hiervoor is inzicht in waar jouw PCOS door wordt veroorzaakt essentieel. Met bovenstaande kan je een start maken, en in het ‘100 dagen traject’ gaan we hier diepgaand op in om jouw PCOS bij de wortels aan te pakken.

Samengevat: PCOS zou nooit moeten worden gediagnostiseerd zonder bloedtest en het nagaan van lichamelijke en mentale symptomen. NCAH en PCOS lijken qua androgenen in het bloed en eiblaasjes op de eierstokken sterk op elkaar en moeten met een meer complete benadering van elkaar worden gescheiden. Inzicht verkrijgen in wat jouw persoonlijke symptomen zijn en wat ook juist niet, geeft houvast voor een ‘epigenetische’ benadering, waarbij de juiste omgevingsfactoren worden veranderd om jouw PCOS klachten te reduceren of helemaal tegen te gaan.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

lever orgaanoverzicht

Dit had ik willen weten toen ik de diagnose PCOS kreeg

Dit had ik willen weten toen ik de diagnose PCOS kreeg

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Methylering, het essentiële proces voor hormonaal balans
Geschreven voor PCOS Platform

Een ontzettend belangrijk lichamelijk proces is de zogenaamde ‘methylering’ of ‘methylatie’.
Ik weet nog dat ik hier voor de 1e keer mee in aanraking kwam en gewoon niet kon begrijpen wat dit betekende. In deze blog neem ik je mee in wat je hiervan moet weten om je PCOS klachten te verminderen in zo begrijpelijk mogelijke taal.

In je lichaam werkt jouw lever dag en nacht om vele stofwisselingsprocessen in gang te houden. Het werkt als een soort vuilstort: als je hier met je aanhangwagen vol troep heen rijdt, dien je dit te sorteren in verschillende bakken. Zo ook met je lever: alle soorten stoffen in je lichaam worden verwerkt in verschillende ‘vuilstortbakken’. Alleen heten die bakken net wat anders.

Er zijn zes bakken:

  1. Glutationconjugatie
  2. Acetylering
  3. Methylering
  4. Glucuronidatie
  5. Sulfatie
  6. Glycinatie

Al deze bakken verwerken andere stoffen.
Voordat de lever de stoffen in de juiste bakken kan gaan verwerken, is er voorbereiding nodig. Net zoals je voordat je bij de vuilstort bent eerst al het vuil moet verzamelen in je aanhangwagen, geldt dit ook voor de lever in zijn functie.

De zes bakken zijn namelijk te vinden in fase 2 van de zogenaamde ‘leverontgifting’. De voorbereiding in fase 1 gaat hier nog aan vooraf. Samen zorgen fase 1 en 2 ervoor dat schadelijke, vetoplosbare stoffen worden omgezet tot wateroplosbare stoffen, die vervolgens via de galblaas of nieren kunnen worden uitgescheiden via ontlasting en urine.

Fase 1 is het voorbereiden op de verdeling in de verschillende bakken. Hierbij helpt een familie aan enzymen, de zogenaamde cytochroom P450 iso-enzymen (CYP enzymen). Zie deze familie als je eigen familie die je helpt de aanhangwagen naar de vuilstort te vullen. De activiteit en capaciteit van deze CYP enzymen kan verschillen, dit is erfelijk bepaald(genetisch). Daarnaast wordt de effectiviteit van deze enzymen beïnvloed door omgevingsfactoren(epigenetisch)(1). Een verminderde effectiviteit kan ervoor zorgen dat essentiële stoffen om de verwerking van de bakken in fase 2 goed te laten verlopen onvoldoende aanwezig zijn. De bakken in fase 2 hebben namelijk allemaal cofactoren nodig om goed te kunnen werken, en hiervoor zijn ze afhankelijk van de inname via voeding en de werking van fase 1 van de lever.

Met cofactoren bedoel ik hulpstoffen die omzettingsprocessen in het lichaam mogelijk maken. Zonder deze cofactoren vindt er geen omzetting plaats van bijvoorbeeld de afbraak van een hormoon naar een afvalstof of de afbraak van voedsel naar werkzame stoffen. 

Tussen fase 1 en fase 2 in bevindt zich een soort tussenfase. Zie dit als de autorit tussen je huis en de vuilstort. Deze tussenfase is nodig om van fase 1 naar fase 2 te gaan, maar deze tussenfase is ook kwetsbaar. Er kan onderweg in de auto van alles gebeuren en je wilt niet met een aanhanger vol afval in verkeersopstoppingen terecht komen, maar rustig zonder omwegen doorrijden.

Zo ook in de lever. De afvalstoffen die fase 1 door zijn wil je niet te lang laten wachten tot fase 2 ermee aan de slag gaat. Deze stoffen zijn namelijk ontzettend oxidatief: het zijn door de behandeling van fase 1 vrije radicalen geworden die de weefsels in je lichaam beschadigen als ze in die tussenfase blijven hangen.

Goed: voor zover een klein stukje inzicht over de lever.

Waarom is dit relevant?

De hormonale disbalans die vrouwen met PCOS ervaren, komen vaak door een verminderd vermogen van het lichaam om hormonen af te breken. De lever is bijna altijd onvoldoende in staat alle stoffen goed om te zetten die nodig zijn voor een goede vruchtbaarheid en regelmatige cyclus. Vooral de bak ‘methylering’ speelt hierbij een grote rol.

PCOS en methylering

De methylering is de bak waar onder andere medicijnen, zware metalen, histamine, hormonen, oestrogeen, dopamine, milieu toxinen en andere hormoon-verstorende stoffen belanden. En daar heeft het vaak een dagtaak aan (zeker met de steeds toenemende milieubelasting in Nederland(2), de constante dopamineprikkel die we krijgen door drukke levens en mobiele telefoons(3) en de toenemende allergieën(4)).

Methylering is een gecontroleerde overdracht van een methylroep op eiwitten, aminozuren, enzymen en DNA. Dit proces ligt aan de basis van onze gezondheid, welzijn en levensduur en een verstoring kan allerleis soorten ziekten geven.

Een nadeel van tragere methylering is dat oestrogeendominantie kan ontstaan en dat klachten zoals premenstrueel syndroom(PMS), hevig menstrueel bloedverlies, pijnlijke menstruaties, menstruele migraine, myomen en endometriose sneller kunnen optreden. Tragere methylering kan ook leiden tot psychische klachten, stress, AD(H)D, neerslachtigheid(5).

Er wordt steeds meer bewijs gevonden dat de capaciteit van je lever om te methyleren samenhangt met het ontstaan van PCOS. Methylering is betrokken bij het tegengaan van ontstekingen (PCOS heeft ook een bewezen link met laaggradige ontstekingen in het lichaam(6), het omzetten van hormonen en het goed functioneren van je glucose- en vetverbranding(en daarmee insulineresistentie)(7).

Voor het goed werken van de methylering zijn cofactoren nodig zoals B12, foliumzuur, magnesium, TMG, zink en methionine. Deze dienen beschikbaar te worden door voldoende inname en opname uit de voeding en een goede verwerking in de Fase 1 leverontgifting.

Een aantal CYP enzymen zijn extra relevant voor een goede methylering. zo heeft MTHFR (C677T) een effect op de beschikbaarheid van foliumzuur en ook bij COMT-mutaties worden verbanden gezien met hormonaal balans (en dan met name de afbraak van oestrogenen). Vrouwen met PCOS hebben aantoonbaar vaker afwijkingen in deze CYP enzymen. Cyp3a4 werkt ook op de de-activatie van testosteron en het metabolisme estradiol en progesteron en cortisol wat ook gerelateerd is aan PCOS.

Het vernuftige lichaam

Als je lichaam moeite heeft met de methylering, kan het gebruik maken van een ‘sluiproute’ via twee andere bakken in de lever, de sulfatie en glucuronidatie. Deze bakken zullen ter ondersteuning van de methylatie een aantal van de (gif)stoffen en hormonen omzetten en afbreken. Echter werken sulfatie en glucuronidatie op een andere manier. Methylering bindt een methylgroep, glucuronidatie bindt glucuronzuur en sulfatie bindt zwavel. Als deze bakken worden bekrachtigd kan het lichaam toch in staat zijn om bepaalde genetische polymorfismes(afwijkingen) heen te werken en gezondheid en hormonaal balans verwerven.

Wat kan je zelf doen?

Er zijn een aantal dingen die je zelf kan doen:

  1. Het is interessant te achterhalen of jouw methylering goed werkt.
    Dit kan je doen door het meten van je homocysteïne-waarde. Deze waarde stijgt als je methylering niet voldoende functioneert.

Ook kan je een oestrogeenmetabolietentest uitvoeren om inzicht te krijgen of jouw oestrogenen afbreken naar de juiste vorm (zo niet, kan het zijn dat je een COMT polymorfisme hebt).

Daarnaast kan je onderzoeken of je voldoende B12, foliumzuur, magnesium, TMG, zink en methionine binnen krijgt én op de juiste manier opneemt. Doe dit in samenwerking met een specialist die weet hoe je betrouwbare resultaten verwerft.
Stoffen die zogenaamde ‘methyldonoren’ met zich mee brengen stimuleren de methylering.

(B12 testen bij de huisarts geeft bijvoorbeeld een vertekenend beeld als je al b12 in een supplement gebruikt. Het liefst test je B12 door een aantal testmethodes te combineren om dit echt zeker te weten.)

  1. Natuurlijk kan je ook DNA onderzoek laten doen gericht op de CYP enzymen. Dit blijft je leven lang vast staan en geeft direct inzicht in de capaciteit van je methylering (en vele andere ontgiftings-processen in je lichaam). Ook geeft het inzicht in de verwerkingscapaciteit van je lever bij gebruik van medicatie en supplementen. Daarnaast zijn er veel voedingsinterventies die remmend of stimulerend werken op de bepaalde CYP enzymen: handig als je weet waar jij op kan gaan letten.
  1. Naast de onderzoeken kan je preventief of ter ondersteuning de methylering een boost geven door het opzoeken van ondersteunende voedingsmiddelen of supplementen – dit laatste altijd in overleg met een orthomoleculair specialist.

Voedingsbronnen die de methylering kracht bij zetten:

linzen, noten, vis, kidney bonen, mungbonen, wilde rijst, quinoa, zaden(chiazaad, hennepzaad, sesamzaad, zonnebloempitten, pompoenpitten), algen,

gekiemde groenten (zoals alfalfa), avocado, oesters, peulvruchten, ei, uien, knoflook, gevogelte, broccoli, koolsoorten, witlof, bladgroenten en asperges(8,9)

  1. Ondersteun de sulfatie door veel zwavelhoudende voeding te eten zoals ui, knoflook, prei, bieslook, daslook, asperge, eieren en koolsoorten. Ook de glucuronidatie kan je ondersteunen door kombucha(thee) of calcium-d-glucaraat.
  1. Zorg dat je zo min mogelijk gifstoffen binnen krijgt zodat je lever wordt ontlast. Dit kan door het vermijden van hormoon-verstorende stoffen. Denk hierbij aan gifstoffen, xeno-oestrogenen, hormoonpreparaten, de anticonceptiepil, gifstoffen uit drinkwater of voeding of milieu, parabenen uit verzorgingsproducten, conserveringsmiddelen, kwik uit vis, enz.).

Je kunt ook inzetten op het verbeteren van de capaciteit van de fase 1 ontgifting door hiervoor voldoende cofactoren binnen te krijgen en remmende factoren te mijden. Wees hier echter voorzichtig: als fase 1 heel snel gaat werken en fase 2 achterblijft, blijven er na fase 1 meer zeer oxidatieve stoffen langer hangen in de ‘tussenfase’(de weg tussen thuis en de vuilstort). Dit doet meer kwaad dan goed en wil je zeker voorkomen. Sowieso helpt het genoeg antioxidanten binnen te krijgen om de schade van oxidatieve vrije radicalen te beperken.

Zoals reeds genoemd is het raadzaam in overleg te treden met een specialist omtrent het verbeteren van je methylering als je een op maat gemaakt advies wilt en wilt ervaren of bepaalde suppletie en specifieke voedingsadviezen voor jou van meerwaarde zijn om je PCOS klachten te verminderen.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

sheet stress

Hoe jouw geslachtscyclus ruw wordt verstoord door stress

Hoe jouw geslachtscyclus ruw wordt verstoord door stress

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Hoe jouw geslachtscyclus ruw wordt verstoord door stress (zeker bij PCOS zonder insulineresistentie een must-read)

Enkele weken geleden was ik bij de training ‘behandelprotocollen vrouwenklachten’ van de Ortho Health Foundation. Een van de vele vragen waar antwoord op werd gegeven was ‘Wat gebeurt er bij stress op orthomoleculair niveau?’
Anders gezegd:  welke wisselwerkingen in het lichaam zijn beïnvloedbaar door stress, in verband met hormonaal balans?

Hoewel dit verder gaat dan de inhoud van dit artikel, wil ik een stukje hiervan met jullie delen.

Er werd een sheet weergegeven dat inzichtelijk maakt waarom stress zo’n directe invloed heeft op je hormoonbalans:

Wat wordt hier afgebeeld?

Het lichaam werkt in systemen. Ieder systeem is afhankelijk van bepaalde stoffen en klieren die met elkaar samen werken.
Op de sheet zie je drie systemen, die naast elkaar functioneren. Links zie je de HPA as, in het midden de HPT as en rechts de HPG as. Een ‘as’ staat voor een wisselwerking van klieren en stoffen, ten behoeve van een lichamelijke reactie of functie.

De HPA as heb ik in een eerder artikel al onder de loep genomen en regelt de aansturing van de bijnieren. De as is betrokken is bij veel lichaamsfuncties, zoals bijvoorbeeld het reguleren van onze lichaamstemperatuur, verdeling van de beschikbare energie en bovenal de begeleiding van een stressreactie(en dus ook belangrijk voor ontspanning)(1). In het eerdere artikel schreef ik:

Een lichaam dat zich bevind in ‘paniekstand’, heeft minder belang bij een goed werkende stofwisseling en heeft minder behoefte aan voortplanten. Stress betekend gevaar; het is levensreddend en dat heeft voorrang op de andere processen.

De HPT as regelt de hormonale aansturing van de schildklier. De schildklier heeft diverse functies, waarvan het reguleren van de stofwisseling het meest bekend is. Mensen met een trage schildklier kunnen sneller last hebben van gewichtstoename bijvoorbeeld (al schijnt dit effect gematigder te zijn dan doorgaans wordt aangenomen(2)). Naast de stofwisseling heeft de schildklier invloed op groei, hartslag, doorbloeding, lichaamstemperatuur, darmwerking, vochthuishouding en mentale functies. Je kan je voorstellen dat een schildklier die niet goed functioneert(te langzaam of juist te snel), uiteenlopende klachten kan veroorzaken.

De HPG as regelt de werking van de geslachtsklieren(gonaden), zoals de testikels en eileiders. Het heeft dus invloed op je voortplantingssysteem en daarmee je vruchtbaarheid. Afwijkingen hebben invloed op je gedrag, libido en algehele gezondheid (zoals bijvoorbeeld PCOS).

De overeenkomsten van de assen

Naast dat de assen naast elkaar functioneren, hebben ze ook invloed op elkaar. Alle drie de assen hebben namelijk twee overeenkomsten: De hypothalamus en hypofyse(pituitary) zijn betrokken. De hypothalamus en hypofyse zijn allebei klieren die gelegen zijn in de hersenen en ze staan in nauw contact met het zenuwstelsel. De hypothalamus scant alle informatie uit onze buitenwereld (via onze zintuigen) en reageert hierop. De hypofyse anticipeert meer uit het interne milieu. De hypofyse staat in verbinding met de belangrijkste hormoonklieren en door aansturing van de hypothalamus kan een groot deel van het hormonale systeem geactiveerd worden(3).

Deze twee klieren hebben bij de werking van de assen een essentiële rol in de aansturing – al sturen ze bij iedere as een ander onderdeel van het lichaam aan(bijnier, schildklier of gonaden). Ze multitasken dus, als het ware.

Dit multi-tasken gaat goed, zolang de taak niet te groot wordt. Vergelijk het met jezelf: je kan best drie kleine taken die je vaak doet tegelijk doen (naar muziek luisteren, meezingen en de was opvouwen), maar als iets groters je aandacht vraagt wordt het lastig (zoals bijvoorbeeld uitrekenen wat 5x3x9-12 is. Probeer daar maar eens bij te zingen en muziek te luisteren).

Zo werkt het ook bij de assen. Als een van de assen meer aandacht vraagt zullen de andere assen een tandje zachter draaien. Op zich niet erg, zeker niet op korte termijn.

Wel is het belangrijk te weten dat er sprake is van hiërarchie in de assen:

Bovenaan: de HPA as (bijnierfunctie)
in het midden: de HPT as (schildklierfunctie)
onderaan: de HPG as (geslachtsklierfunctie)

Dat betekend dat de HPA as altijd meer energie krijgt van het lichaam bij verstoringen. Daarna zal de HPT as de overige energie mogen benutten om zo optimaal mogelijk te kunnen functioneren. Pas dáárna mag de HPG as de rest-energie gebruiken.
Anders gezegd: er dienen geen verstoringen te zijn op de HPA as, om de HPT as goed te kunnen laten functioneren. Daarnaast dienen er geen verstoringen te zijn op de HPA en de HPT as om de HPG as goed te kunnen laten functioneren.

De bijnierfunctie gaat altijd boven de schildklierfunctie en de geslachtsklierfunctie.
I repeat: de bijnierfunctie gaat altijd boven de schildklierfunctie en de geslachtsklierfunctie.

De bijnierfunctie, de HPA as, wordt extra onder druk gezet als de hypothalamus een stressreactie signaleert. Stress gaat voor alle andere functies.

Als je nu problemen heb op het gebied van je geslachtsorganen, kan het zijn dat hier de oorzaak ligt. Zeker als je ‘lean’ PCOS hebt, zonder overgewicht en zonder insulineresistentie, kan dit de verstoorder zijn. In de afbeelding zie je bij de HPG as dat de hypothalamus GnRH aanmaakt om de hypofyse te stimuleren LH en FSH aan te maken. LH en FSH zijn essentieel bij het rijpen van een eicel, een proces dat bij vrouwen met PCOS bijna altijd verstoord is. De HPG as laat zien dat LH en FSH invloed uitoefent op de eierstokken (ovaries), waarna oestrogeen en progesteron bij een goed verloop vrijkomt. Oestrogeen en progesteron hebben vervolgens weer invloed op de hypothalamus en de hypofyse: deze waardes geven feedback aan de klieren. De klieren kunnen twee dingen te horen krijgen:

Een negatieve feedback: stop maar met produceren, het gaat goed hier!
Een positieve feedback: doorproduceren graag, we zijn nog niet klaar!

Als dit proces echter onder vuur ligt door een te grote focus op de andere assen, is er niet genoeg ruimte (energie) over voor de hypothalamus en hypofyse dit goed te laten verlopen. Het gevolg? Geen eirijping.

Aanhoudende verstoringen op de HPA as (bijnier), gaat op den duur ook zijn tol eisen van de HPT as. Schildklierproblemen en PCOS (of andere hormonale afwijkingen) kunnen dan ook zeker met elkaar gepaard gaan en zie ik in de praktijk ook voorkomen (en ik heb er zelf ook last van gehad).

Wat kan je zelf doen?

Wij hebben allemaal te maken met stress in ons leven. Hier schreef ik eerder al meerdere blogs over. Inzicht in bovenstaande kan helpen om in te zien hoe veel invloed het heeft: het ontregelt echt een hoop processen in het lichaam. In de desbetreffende cursus werd stress ontzettend vaak aangesneden: het overruled zoveel processen dat dit echt aan de basis ligt om aan te pakken bij welke klacht dan ook.

Wat kan helpen is het ondersteunen van je hypofyse en hypothalamus. Klinkt misschien een beetje raar, maar door er voor te zorgen dat alle benodigde stoffen in ieder geval aanwezig zijn in je bloed (en dus uit je voeding), neem je al bepaalde stressoren weg. Hormonen worden gemaakt uit cholesterol of aminozuren, dus zorg voor voldoende goede vetten en alle essentiële aminozuren in je voedingspatroon.

Daarnaast is het wegnemen van stressoren belangrijk. Er is sneller sprake van een stressor dan je denkt. Bewust meer rust nemen om je hypothalamus en hypofyse te ontlasten, helpt goed. Zoek rustige omgevingen op, wandel, yoga, mediteer, lach, spreek af met vrienden, ga een kwartier helemaal niets doen (ook niet op je telefoon), doe een dutje, etc.
Je schildklier wordt extra belast met overmatig sporten (en dat bereik je sneller dan je denkt), te weinig eten, eenzijdig eten en te weinig pauzes. Open deuren misschien, maar op lange termijn veel van jezelf vragen is funest voor een goede werking van deze assen.
Het oplossen van PCOS gaat dus echt hand in hand met het organiseren van een levensstijl zonder teveel stress.

Stress leren voorkomen, anders met stressprikkels omgaan, keuzes maken om minder stress te gaan ervaren.. Het zijn lastige zaken in ons dagelijks ‘drukke’ bestaan.
Toch nodig ik je uit eens na te denken wat voor jou het belangrijkste is: jouw gezondheid (en daarmee dus geen klachten van PCOS) of het toegeven aan en toelaten van de omstandigheden die stress opleveren.
En ik weet dat dit lastig is, maar je hebt op veel van je omstandigheden invloed – zeker op de mate waarin je rust neemt. Wil je hier hulp bij? Plan dan hier een afspraak met mij in.

Bronnen:

  1. Bonusan, Vijf voor je lijf: effecten van stress op de schildklier, https://www.bonusan.com/nl/nieuws/vijf-voor-je-lijf-effecten-van-stress-op-de-schildklier/
  2. Ralph Moorman, Hormoonfactor, schildklier: https://www.dehormoonfactor.nl/schildklier
  3. Ralph Moorman, Hormoonfactor, hypofyse: https://www.dehormoonfactor.nl/hypofyse

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

post vicieuze cirkel pcos 12-5-19

Hoe ontsnap je uit de vicieuze cirkel van PCOS?

Hoe ontsnap je uit de vicieuze cirkel van PCOS?

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Hoe ontsnap je uit de vicieuze cirkel van PCOS?
Vanuit mijn eigen ervaring vind ik het super belangrijk hier inzicht in te krijgen. De afgelopen maanden ervaar ik namelijk weer minder hormoonbalans en hier snapte ik niets van. Ik eet goed, gebruik suppletie, crossfit vaak en tja, als je een bedrijf hebt om vrouwen met PCOS te ondersteunen ben je zelf vrij actief met het syndroom bezig kan ik je vertellen 😉 Om er achter te komen wat bij mij dwars zat (en nog zit, het is namelijk een proces), moest ik voor mezelf en daarmee ook voor jullie op onderzoek uit. Hoe kan het dat mijn levensstijl niet werkt?

De diversiteit van PCOS

PCOS kan je vanuit vele verschillende invalshoeken benaderen. Verscheidene expertises richten hun licht op het syndroom en  kunnen je verder helpen.
Als je bijvoorbeeld net de diagnose hebt gehad of je weet nog niet veel van PCOS, is er op internet veel info dat je kan inspireren om stappen te gaan zetten.

Maar wat nou als je al ontzettend veel heb geprobeerd, en je nog steeds veel klachten ervaart?
Wat nou als je denkt helemaal op de goede manier te leven, en PCOS nog steeds je leven ‘verstoord’?

In deze blog + video ga ik in op deze vragen: en hoe je hier antwoord op kan krijgen. Deze info is voor jou als je ervaart dat je vastloopt of op een plateau zit en je graag verder wilt.

Allereerst: als je nu alles al goed denkt te doen, en je ervaart nog klachten, doe je niet alles ‘goed’. Je dénkt dat je alles goed doet. En je bent ervan overtuigd. Maar als de weg die je bewandelt je niet de goede kant op leidt, is het misschien niet de weg om op te blijven wandelen. Je lichaam en ziel geven signalen, en die signalen zijn er niet voor niets: ze willen je wat vertellen.

Toch is het luisteren naar de werkelijk boodschap van je lichaam ingewikkelder dan het op het eerste gezicht lijkt. Er staat namelijk iets tussen de boodschap en de ontvanger: jijzelf. 

Hoe kan ik er nu tussen staan, ik wil toch het beste voor mezelf?

Waarom hebben mensen een burn-out?
Waarom gaan mensen trouwen om vervolgens weer te scheiden, zelfs met kinderen?
Waarom eten mensen crap als ze weten dat groente beter voor ze is?

Mensen doen niet per definitie wat het beste voor ze is. Ze doen wat ze geloven.

De twee kanten van PCOS

PCOS bestaat uit twee aandachtspunten: het biologische en het spirituele. Beiden dienen in goede conditie te zijn voor hormoonbalans. De biologische conditie bestaat uit aspecten zoals voeding, slaap, beweging, je PH waarde(verzuring), de vetzuurbalans, de werking van je organen, je hormonen, stress.. Eigenlijk alles wat tastbaar of meetbaar aanwezig is.
Hier hebben veel mensen vaak wel een beeld bij. Bij spiritualiteit wordt nog wel eens afgehaakt.. We hebben als nuchtere Hollanders vaak als snel ons oordeel hier over klaar. Echter staat spiritualiteit (in mijn beleving) voor in verbinding staan met álles wat er is.
De spirituele conditie bestaat uit aspecten zoals de verbinding die je voelt met jezelf en met je omgeving. Het betreft het zogenaamde ‘zielsniveau’: dat wat je bent als werkelijk alles om je heen wegvalt.

Meer over het zielsniveau

Ik weet nog heel goed wanneer ik voor het eerst echt ging nadenken over het zielsniveau. Dat is nu drie jaar terug, toen ik een wandeling maakte met een vrouw die mij vroeg hoe ik keek naar mijn  lichaam, geest en ziel. Lichaam en geest kende ik wel en daarmee dacht ik al een hoop te begrijpen 😉 ik kon mij alleen weinig voorstellen bij de ziel.
Ondertussen heb ik er meer over gelezen, gesproken en gehoord: de ziel is eigenlijk wat jij ‘bent’. De ziel ‘is’. Om dit te begrijpen helpt het mij te kijken naar hoe de natuur ‘is’: alles in de natuur is gewoon zoals het is. De natuur geeft geen verdere betekenis aan situaties, bepaalde onderdelen ervan, van het verleden, van de toekomst.. Het is gewoon zoals het is. Zo is het ook met de ziel: die is er gewoon.
Dat wil niet zeggen dat het niets betekend of niets inhoudt, integendeel. Kijk eens wat er gebeurt in de natuur, alles is energie en geeft energie door. Net als de ziel. De ziel is als het ware jouw energie. Sommige mensen noemen dit ook wel trillings-energie, je bent in een bepaalde staat van zijn met een bepaalde trilling. Jouw trillings-energie trekt soortgelijke trillingen aan: dat wat je uitstraalt krijg je veelal terug uit je omgeving.

Er zijn hele boeken geschreven over spiritualiteit en de verschillende opvattingen ervan. Ik houd in deze blog bovenstaande aan.

Mensen geven betekenis

Wij mensen geven de betekenis aan al-dat-is. In principe gaat dat zo ver dat je alles dat je waarneemt of ervaart anders kan interpreteren. Ons geloof en onze overtuigingen maken dat wij de wereld op een bepaalde manier interpreteren.

Een voorbeeld: als ik niet geloof in het hiernamaals en de dood nadert, is de kans aanwezig dat ik onrustig wordt. Als ik wel geloof in het hiernamaals, geloof in een hemel waar ik iedereen die al overleden is weer ga zien en iedereen die nog leeft in de toekomst ook zal treffen, zal ik waarschijnlijk een stuk rustiger zijn.
Of ik nu wel of niet in de hemel kom, het maakt feitelijk geen verschil voor de omstandigheden nu. Het maakt echter heel veel verschil hoe ik met die omstandigheden omga.

Nu is geloof zoals ik het hierboven beschrijf bekend en zijn er veel verschillende geloofsovertuigingen in de wereld.
Maar in principe heeft iedereen een geloofsovertuiging, ook de atheïsten. Zij geloven namelijk níet in de hemel. Zij geloven dat er geen hemel is. Je gelooft altijd iets. Over alles. Over jezelf, je werk, je partner, het leven, jouw invloed op je omstandigheden, noem maar op. Betekenis geven hoort bij het willen begrijpen van een situatie. Als je jouw inzicht wilt vergroten in iets, zou je betekenis aan de omstandigheden moeten geven. En dat doen we dan ook allemaal, massaal (kijk maar eens om je heen vandaag, bijna alles wat je ziet is ingekleurd door een bepaalde mening of overtuiging).

Het geloofssysteem uitgekleed

In het geloofssysteem zit de spelingsruimte waar je wellicht naar op zoek bent. Hiervoor helpt het om dit systeem uit te kleden, waar bestaat het uit?
Kijk daarvoor eens naar de volgende afbeelding:

Het is een soort uitgebreidere versie van de RET Methode, die in de cognitieve gedragstherapie vaak wordt ingezet. Deze methode gaat uit van de vier G’s: gedachten, gevoelens, gedrag, gebeurtenis. Je zou volgens deze methode alles kunnen herleiden naar je gedachten en door je gedachten om te buigen dus ook invloed te kunnen hebben op je gevoelens, gedrag en gebeurtenissen.

Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar ik kan mijn gedachtes niet controleren hoor. Ik hoor vaak genoeg een grote lading onzin in mijn hoofd. Veel interessanter is het om een laag verder te kijken, als je het mij vraagt. De laag van het geloof, tussen je ziel/energie en je gedachten in.

Het geloof wordt gevormd door je beweegredenen en overtuigingen. Ook je zelfbeeld, eigenwaarde en zelfvertrouwen komen hier om te hoek kijken. Veel van deze dingen worden je aangeleerd:

– Een kind dat opgroeit bij de IS zal in bijna alle gevallen vol overtuiging die beweging steunen
– Een kind dat opgroeit in een moslims gezin wordt bijna altijd moslims
– Een kind dat geboren wordt in 1990 en opgroeit in Andijk is waarschijnlijk niet gelovig

Maar ook kleinschaliger:

– Een kind dat opgroeit met twee lesbische moeders staat waarschijnlijk open voor homoseksualiteit
– Een kind dat mishandeld wordt in zijn of haar jeugd heeft waarschijnlijk een lager zelfbeeld dan klasgenoten die niet mishandeld zijn
– Een kind met gescheiden ouders die veel ruzie hadden gelooft wellicht minder in de liefde

Kortom: alles wat je meemaakt vormt je en hier trek je conclusies uit. Je leert ervan, je neemt dingen over van je omgeving, je creëert overtuigingen en gaat hier naar handelen.
Op zich is dat nuttig. Hierdoor kunnen we met zijn allen in redelijkheid met elkaar leven: het zou vreemd zijn als het ene kind in een gezin hier in Nederland een IS aanhanger wordt, de ander moslims en de ander atheïst. Overtuigingen en het betekenis geven aan omstandigheden bindt een groep en vormt een samenleving.

Individuele overtuigingen

Op persoonlijk vlak is dat wat je gelooft erg bepalend voor wat je gaat doen. Je geloof leidt uiteindelijk naar je gedrag.

– Een vrouw die gelooft dat ze dom is, zal meer moeite kunnen ervaren zich krachtig op te stellen in een overleg
– Iemand die gelooft dat niemand haar aardig vindt, zal zich meer afzijdig houden in sociale bijeenkomsten en deze situaties minder opzoeken
– Iemand die gelooft dat elke dag keihard sporten nodig is om zich goed te voelen, is elke dag in de sportschool aanwezig (ook bij vermoeidheid)
– Iemand die gelooft dat een feestje niet gezellig is zonder alcohol, zal veel moeite ervaren als ze dit beter niet meer kan doen voor haar gezondheid.

Kort samengevat

1. Je bent bij geboorte dus een ziel, een bepaalde energie.
2. Gaandeweg je leven leer je van alles door je omgeving. Je creëert beweegredenen en overtuigingen, je geloof.
3. Hieruit komen veel van je gedachtes, naast de gedachtes die random door je hoofd heen blijven bewegen.
4. Vanuit je ziel, je geloof en je gedachtes komen bepaalde gevoelens.
5. Samen leiden je ziel, je geloof, je gedachtes en je gevoelens tot bepaald gedrag.
6. Dit gedrag heeft invloed op een gebeurtenis.

Dit is heel belangrijk om te begrijpen, om uit die vicieuze cirkel van PCOS te komen.

Daarnaast is het belangrijk te beseffen dat mensen graag gewoontes creëren. Dat wat je vaak doet, maak je je eigen en gaat vertrouwd voelen. We voelen ons comfortabel en denken dat dit zo moet blijven, dat het ‘bij je hoort’. Dat wat je vaak doet koppel je dan aan je identiteit.
Ik was bijvoorbeeld tot acht jaar terug onbekend met crossfitten. Ik was geen sporter, laat staan krachttraining. Fitness had ik geprobeerd maar dit demotiveerde mij alleen maar. Crossfit vond ik leuk en hier werd ik fanatiek in. Nu, acht jaar later, noem ik mezelf sportief en zien mensen mij ook zo. Echter, dit is ontstaan omdat ik het gewoon heel vaak ben gaan doen. 
Ik heb mezelf als het ware in een omgeving gebracht waar sporten normaal was en hierdoor werd het voor mij ook normaal. Het creëerde de overtuiging dat ik ‘een sporter ben’, ik koppelde het aan mijn identiteit. Door het vaak te doen werd de overtuiging alleen maar versterkt.

Dit kan bekrachtigend werken, maar ook ontkrachtend. Als jij nu ontzettend gewend bent aan een bepaald patroon en je je hier helemaal mee identificeert, is het moeilijk dit los te laten for the better.
Afgelopen week sprak ik een vrouw met PCOS die het lastig vond rust in te bouwen in haar leven, ook al wist ze dat het ontbreken van rust en de hoge mate van stress in haar leven waarschijnlijk de oorzaak was van haar huidige PCOS klachten. Ze noemde:

ik ben nu eenmaal een sporter en vind het verschrikkelijk om hierin te minderen. Dat wil ik gewoon echt niet, het is mijn uitlaatklep.’

Je kan je hierbij afvragen of dit echt zo is, of dat ze dit zo gewend is dat ze zich hier comfortabel in voelt (en ze bij het afwijken hiervan dus onrustig voelt).

Ook als iemand elk weekend drinkt bij gelegenheden, groeit bij hem of haar de overtuiging dat drinken nodig is om het gezellig te hebben. Als diegene stopt, voelt dit als een gemis en zullen de gelegenheden inderdaad minder gezellig zijn. Het lijkt alsof zijn overtuiging klopt: zonder alcohol is het minder gezellig. Het vergt tijd en herhaling om de oude overtuiging los te laten en de nieuwe overtuiging te kunnen waarderen(en het dus comfortabel voelt).

 

Dit voorbeeld illustreert wat ik bedoel:

Stel, je bent aan het wandelen en je komt bij een groot maisveld. Je moet er dwars doorheen om verder te kunnen. Het veld is nog nooit doorkruist dus je begint gewoon te lopen.
Uiteindelijk kom je ergens uit aan de andere kant van het veld. Je besluit verder te gaan met je route.
De volgende dag tref je weer hetzelfde maisveld en je ziet nog waar je gelopen hebt. Daarnaast weet je ook waar het pad op uit komt: je hebt het immers gister ook al gelopen. Je kiest hetzelfde pad, dit is meer vertrouwd én beter begaanbaar dan de rest van het veld – het is hier en daar al vlak getrapt.
De dagen die volgen heb je veel zin om te wandelen en doorkruis je iedere keer hetzelfde maisveld op dezelfde manier. Het pad wordt steeds begaanbaarder en comfortabeler.
Maar in de periode dat volgt ben je niet zo blij met waar je uitkomt na het maisveld. De route die je na het verlaten van het maisveld moet afleggen valt je wat zwaarder. Als je bij de ingang van het maisveld staat, twijfel je: ga je je oude vertrouwde pad bewandelen of kies je ervoor een nieuw pad te maken?
Pfoe.. Een nieuw pad, die je nog helemaal plat moet stampen én waarvan je niet weet waar het uitkomt? Nee, je gaat toch maar voor het oude pad. Dat kost tijdens het doorkruisen een stuk minder moeite – en wie zegt dat een nieuw pad je naar een beter punt leidt?
Pas als de pijn aanhoudt en dusdanig groot is, zal je het afleggen van een nieuwe route serieus gaan overwegen. En dan nog vergt het moed en doorzettingsvermogen het nieuwe, onbekende pad in te slaan.

Terug naar PCOS

In je leven leidt bepaald gedrag naar PCOS. Je doet dingen die de balans verstoren: bewust of onbewust. Je lichaam wil zo optimaal mogelijk functioneren en zal bij de juiste omstandigheden ook goed functioneren als je PCOS hebt. Als jij nu het idee hebt dat je vastloopt, kan het helpen in te zoomen op wat je gelooft. De afbeelding kan hierbij helpen: door bijvoorbeeld eerst je gedrag onder de loep te nemen kan je via gevoelens en gedachtes uitkomen op wat je gelooft.

Let hierbij op: je overtuigingen kunnen hardnekkig zijn. Zeker als bepaald gedrag naar PCOS heeft geleid, kan dit je geloofssysteem bevestigen. Een voorbeeld:

Mijn overtuiging was dat ik heel clean moet eten en vaak moet sporten om van PCOS af te komen.
Dit leidde tot vier keer in de week trainen en een strikt voedingspatroon aanhouden, aangevuld met supplementen.
Mijn menstruatie bleef uit: klachten bleven aanwezig.
Mijn conclusie: ik doe het nog niet goed genoeg met mijn voedingspatroon en sportritme. Ik ga vaker sporten, wellicht moet ik nog fitter worden, minder vet eten en ik laat een bloedtest doen om te kijken welke supplementen mij beter kunnen ondersteunen.
Mijn overtuiging werd sterker: clean eten en vaak sporten is super belangrijk, anders gaat het nog minder goed. Mijn overtuiging werden oogkleppen waardoor ik andere waarheden niet goed in wilde zien.
Tot ik stagneerde. Uiteindelijk vormen zich in een dergelijk proces belemmerende overtuigingen. Ze werken je tegen, ze laten je niet inzien wat er nog meer kan.

Daarnaast worden bepaalde overtuigingen versterkt door emoties als angst en daarmee nog minder makkelijk om te buigen.

Hoe vorm je een geloofssysteem dat wél werkt?

Je krijgt genoeg signalen om mee aan de slag te gaan: je moet ze alleen willen zien. Hoe doe je dat?

  1. Krijg inzicht in je geloofssysteem:
    1. Wat vind je jezelf waard?
    2. Wat mag je van jezelf?
    3. Wat verdien je van jezelf?

Hieruit vloeit uiteindelijk voort wat je doet, ook als dit niet-werkende omstandigheden in stand houdt. Als je bijvoorbeeld eigenlijk geen snoep meer zou moeten eten, maar je doet het toch, zou je jezelf af kunnen vragen of het wel klopt wat je jezelf waard vindt.
Inventariseer eens wat jij op bovenstaande vragen antwoord – concrete situaties/gedragingen waar je van af zou willen, leiden je tot inzicht.

  1. Weet welke beperkende overtuigingen je verandert wilt hebben:
    1. Wat zijn jouw beperkende overtuigingen?
    2. Hoe houden die je tegen? Beschrijf dit.
  2. Creëer duidelijke beweegredenen:
    1. Waarom wil je van je beperkende overtuigingen af?
    2. Waar wil je naartoe bewegen en waarom?
    3. Wat is er zo belangrijk aan?
    4. Waar sta je voor?
    5. Hoe zou je liever willen zijn?
    6. Wat zou je liever willen voelen?
    7. Hoe zou je liever willen handelen?
  3. Creëer een andere/tegenovergestelde overtuiging die je helpt te doen wat je werkelijk wilt doen. Een voorbeeld van een beperkende overtuiging: ‘als ik mijn emoties toon kunnen mensen mij afkraken’. Een voorbeeld van een helpende overtuiging: ‘als ik mijn emoties toon kunnen mensen mij beter steunen en begrijpen’. Repeteer deze overtuiging: herinner je jezelf hier meerdere keren per dag aan (door post-its, een wekker op je telefoon, etc).
  4. Ga staan voor wat je belangrijk vindt: ergens voor gaan staan en dit uitdragen helpt je te groeien: je straalt een bepaalde energie uit dat door je omgeving wordt opgevangen. Hierdoor zal je ook meer van die energie terug krijgen en makkelijker je doel behalen (ook wel manifesteren genoemd). Andersom werkt dit ook zo: als je in een lage energie blijft leven, zal je ook meer van die lage energie aantrekken. Het begint bij jou, maar je kan jezelf helpen je bewust te omringen met andere omstandigheden die in lijn liggen met wat jij belangrijk vindt (zoals een lidmaatschap op crossfit, bijvoorbeeld).
  5. Verander je overtuigingen: door genoeg ervaringen op te doen die in lijn liggen met wat jij belangrijk vindt, bevestig je je nieuwe, prille overtuigingen. Je draait de vicieuze cirkel om en begint te groeien. Als je inzicht heb gekregen wat je wilt gaan veranderen en je gaat over in actie, helpt het om te beseffen dat we van nature meer voorkeur hebben voor comfort. Denk aan het voorbeeld van het maisveld: onze voorkeur gaat naar het bewandelen van het comfortabele pad. Echter kan alles ook weer comfortabel worden: als we durven ons pad te veranderen zal onze geest snel op zoek gaan naar nieuwe vormen van comfort en gewoonte.
    Doen dus!
  6. Creëer nieuw, helpend gedrag: uiteindelijk leidt alles tot bepaald gedrag wat je helpt om in balans te komen met je PCOS. Geef dit de tijd en geniet van de reis.

Samenvatting

PCOS is een syndroom waarvan de symptomen door vele omstandigheden kunnen verslechteren. Door goed naar je lichaam te luisteren kan je jouw leven zo inrichten dat je hormoonbalans ervaart. Als je nu het gevoel hebt vast te zitten, werk je jezelf bewust of onbewust tegen.  Je hebt ergens in je leven een geloofssysteem aangeleerd en daarmee bepaalde (beperkende) overtuigingen. Deze kunnen in de weg staan voor gedragsverandering en zijn vaak hardnekkig om te herkennen – laat staan onder ogen te willen zien.

– Je bent bij geboorte dus een ziel, een bepaalde energie.
– Gaandeweg je leven leer je van alles door je omgeving. Je creëert beweegredenen en overtuigingen, je geloof.
– Hieruit komen veel van je gedachtes, naast de gedachtes die random door je hoofd heen blijven bewegen.
– Vanuit je ziel, je geloof en je gedachtes komen bepaalde gevoelens.
– Samen leiden je ziel, je geloof, je gedachtes en je gevoelens tot bepaald gedrag.
– Dit gedrag heeft invloed op een gebeurtenis.

De afbeelding neemt je stapsgewijs mee in hoe dit proces ontstaat en werkt.
Dit proces kan je echter ook omkeren, door het uitvoeren van de volgende stappen:

1. Krijg inzicht in je geloofssysteem.
2. Weet welke beperkende overtuigingen je verandert wilt hebben:
3. Creëer duidelijke beweegredenen:
4. Creëer een andere/tegenovergestelde overtuiging die je helpt te doen wat je werkelijk wilt doen.
5. Ga staan voor wat jij belangrijk vindt
6. Verander je overtuigingen
7. Creëer nieuw, helpend gedrag
Je bent bij geboorte dus een ziel, een bepaalde energie.

Kan je hiermee aan de slag? Mooi! Waarschijnlijk ben je dan al een heel eind in je proces met PCOS. Als dit voor jou nog lastig is, zit je waarschijnlijk nog in fase 1 van PCOS. Wat dit is en hoe je hier mee om kan gaan deel ik in mijn nieuwsbrief volgende week(samen met drie recepten die je biologische conditie een boost geven!). Wil je op de hoogte blijven? Stuur dan even een mail naar info@loesreus.nl of laat je gegevens achter bij contact.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 36

Testosteron bij vrouwen met PCOS – deel 2

Testosteron bij vrouwen met PCOS – deel 2

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Om PCOS goed te begrijpen en zeker ook om te weten waarom je bepaalde aanpassingen gaat doorvoeren ter vermindering van je klachten, helpt het om inzicht te krijgen in hoe je hormonen werken.

blog 36

Ik heb eerder een blog gewijd aan de normale werking van het menstruatiecyclus en ik schreef ook over insulineresistentie en bijnieruitputting. Deze laatste twee verschijnselen hebben veel invloed op de wisselwerking tussen je hormonen: ook bij mensen zonder PCOS. Het kan bij iedereen ontstaan en ook juist een aanleiding zijn voor PCOS in plaats van een gevolg.

In mijn blog van vorige week heb ik al het een en ander uitgelegd over het hormoon testosteron en de werking ervan op het lichaam. In dit artikel ga ik verder in op de wisselwerking tussen testosteron en andere hormonen bij een gezond lichaam, om vervolgens de samenhang met PCOS meer te gaan begrijpen. De samenwerking en balans tussen testosteron en deze twee hormonen zijn van grote invloed op de andere processen in je lichaam.

Het metabolisme – de energiehuishouding

Allereerst is het belangrijk om te weten hoe onze energiehuishouding in grote lijnen werkt. Energie wordt verkregen door de wisselwerking tussen het katabolisme en het anabolisme.

Anabolisme zorgt ervoor dat energie wordt opgeslagen en kost dus energie. Het zorgt voor spieropbouw en vetopslag en door het anabolisme krijgt je lichaam weer volle energievoorraden. Dit proces wordt aangezet door testosteron en vindt plaats tijdens rust.

Katabolisme zorgt ervoor dat de energie die aanwezig is in je lichaam vrij komt zodat je het kan gebruiken: vet wordt omgezet in energie en de energie in je spieren wordt benut. Dit proces wordt aangezet door cortisol en vindt plaats tijdens en vlak voor actie(1).

De wisselwerking tussen testosteron en cortisol

Testosteron en cortisol hebben veel met elkaar te maken en samen zorgen ze voor een goede energiehuishouding. Beiden zijn eindproducten van de hormonen die de bijnier afscheid – deze hormonen kennen verschillende stadia. Ieder stadium kent een andere naam, zie hiervoor de afbeelding van mijn vorige post en de afbeelding van deze post.

In stressperiodes maakt het lichaam veel plaats voor de aanmaak van cortisol: het katabole systeem wordt voornamelijk geactiveerd. Gedurende deze periode is er geen ruimte voor het anabole proces: testosteron is minder belangrijk dan cortisol – want stresssituaties zijn oorspronkelijk zaken van leven of dood. Testosteron is gelinkt aan de voortplanting, wat ondergeschikt is aan overleven. Teveel stress leidt dus in principe tot lagere testosteronwaardes(2).

De wisselwerking tussen testosteron en oestrogeen

Testosteron en oestrogeen hebben ook met elkaar te maken.
Oestrogeen wordt door follikelcellen afgegeven gedurende de menstruatiecyclus. In de eerste helft van de cyclus worden follikelcellen gestimuleerd door FSH en LH en hierdoor neemt het oestrogeengehalte in het bloed toe.
hiernaast wordt oestrogeen ook gevormd in vetcellen. Zie hiervoor de afbeelding: de bijnieren zorgen voor de aanmaak van geslachtshormoon testosteron, en door het enzym aromatase kan dit omgezet worden in oestrogeen.  Dit proces wordt aromatisering genoemd en het enzym aromatase is te vinden in vetcellen. Hoe meer vetcellen, hoe meer testosteron er door dit enzym wordt omgezet naar oestrogeen. Daarnaast zorgen oestrogenen voor extra vetopslag: wat weer leidt tot meer aromatisering, enzovoort.

Hoe minder testosteron, hoe meer oestrogenen (in verhouding). Als er dus sprake is van stress(cortisol), wat testosteron verlaagd, neemt de kracht van oestrogeen toe en blijft de negatieve cirkel in stand.
Ook verlaagd stress de hoeveelheid progesteron. Onder invloed van stress wordt progesteron omgezet in 17-OH progesteron en vervolgens verder in het systeem verwerkt tot cortisol én oestrogeen.  Deze indirecte relatie tussen deze hormonen lijkt op lange termijn te kunnen leiden tot oestrogeendominantie(3). Oestrogeendominantie brengt schommelingen in het menstruatiecyclus teweeg, met vele symptomen die hierbij komen kijken.

Andere oorzaken van verhoogde oestrogeenwaardes zijn oestrogenen uit voeding; zogenaamde Xeno en Fyto-oestrogenen. Dit zijn stoffen die lijken op oestrogenen en ook eenzelfde, lichtere, reactie geven in het lichaam.

Hoe zit het dan met PCOS?

Vrouwen met PCOS hebben over het algemeen geen lage testosteronwaardes, zoals ik in mijn vorige blog ook schreef.
Bij PCOS blijft de eisprong gedeeltelijk of volledig uit. Hier gaat het lichaam op reageren: het merkt dat er geen eisprong plaats vindt en het laat de hypofyse nog meer LH aanmaken om de follikels te laten rijpen. Hierdoor neemt de hoeveelheid oestrogeen én testosteron toe. Samen met insulineresistentie (dat ook de aanmaak van testosteron via de eierstokken stimuleert) kan testosteron dus flink toenemen, met nog meer hormonale disbalansen tot gevolg(4).
Opvallend is dat er sprake kan zijn van oestrogeendominantie én verhoogde testosteronwaardes: iets wat elkaar normaal tegenwerkt.

In mijn vorige blog schreef ik over de SHBG waardes in het bloed, het eiwit dat zich aan vrij testosteron bindt en het inactief maakt. Verhoogd cortisol en insulineresistentie verlagen deze SHBG waardes, waardoor vrij testosteron in grotere mate in het bloed aanwezig én actief kan zijn(5).
Stress heeft dus mogelijk via twee kanten invloed op PCOS: het verhoogd het effect van vrij testosteron en het verhoogd de kans op oestrogeendominantie.

Conclusie

Door de disbalansen van PCOS te begrijpen, kan je inzien op welke manier je meer grip hierop krijgt.

– Oestrogeendominantie werkt PCOS tegen: het verlagen van je vetpercentage helpt
– Cortisol werkt PCOS in de hand door testosteron en progesteron te verlagen en oestrogeen te verhogen: stress verminderen (mentaal en fysiek) brengt meer hormoonbalans
– Insulineresistentie tegengaan om zo SHBG waardes te verhogen, verlaagd vrij testosteron en zorgt voor meer hormoonbalans.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 35 foto

Testosteron bij vrouwen met PCOS

Testosteron bij vrouwen met PCOS

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Naar aanleiding van mijn vorige blog kreeg ik vragen over de werking van Testosteron en hoe je dit nog meer kunt beïnvloeden. Om wat duidelijkheid hierover te krijgen, ga ik er in dit artikel dieper op in.

blog 35 foto

Wat is testosteron?

Testosteron is het mannelijk geslachtshormoon en één van de vele hormonen in het menselijk lichaam. Hormonen worden door het bloed vervoerd en hormoonwaardes zijn dus ook door bloedonderzoek te meten. Iedereen heeft testosteron, man én vrouw. Het hormoon bepaalt in de embryo-fase al of iemand zich ontwikkeld als man of als vrouw. In het verdere leven heeft het invloed op de ontwikkeling van de geslachtsorganen en geslachtskenmerken zoals bijvoorbeeld schaamhaar.  Daarnaast heeft het invloed op (onder andere) het libido, humeur, energiehuishouding en spieropbouw. Het is van invloed op talgproductie (de bekende jeugdpuisten hebben hier een link mee) en kan ervoor zorgen dat iemand kaal wordt.

Testosteron bij mannen

Testosteron wordt voornamelijk in de geslachtsklieren van de man aangemaakt, tot zo’n 70%. 30% wordt in de bijnieren gemaakt. In totaal zo’n 7 mg/dag.
Veel mannen willen meer genieten van de voordelen van testosteron, zoals meer spiermassa en meer algehele ‘mannelijkheid’. Hoe een man op een natuurlijke manier zijn testosteronwaardes kan optimaliseren of verhogen, staat veel over geschreven op internet: zoals het doen van intensieve krachttraining, eten van gezonde vetten (omega 3) en vooral ook te kijken naar de gehele levensstijl – testosteronwaardes zijn een product van alle factoren in jouw leven en voedingspatroon. Als je hier meer over wilt lezen raad ik je aan even te Googlen. O.a. Jesse van der Velde en Ralph Moorman hebben er informatieve stukken over geschreven.

Testosteron bij vrouwen

Bij volwassen vrouwen wordt testosteron ook aangemaakt door de bijnieren, ongeveer voor 50%. De overige 50% wordt door de vrouwelijke geslachtsklieren (de eierstokken dus) geproduceerd, in totaal zo’n 1 á 2 mg/dag. Bij onvolwassen vrouwen wordt er verhoudingsgewijs meer testosteron aangemaakt door de bijnieren(1).

Op internet wordt je overspoelt met informatie voor mensen die hun testosteron willen verhogen. Lage testosteronwaardes bij vrouwen komt vaak voor en kan leiden tot klachten zoals verminderd libido, moeite met afvallen, menstruatieklachten en vermoeidheid. Vaak is de oorzaak niet per sé een te lage hoeveelheid testosteron, maar een te hoge hoeveelheid oestrogeen (oestrogeendominantie). Oestrogenen overheersen dan het hormonale systeem.

Hoe werkt testosteron?

Testosteron is opgebouwd uit vetten. Het wordt in het bloed gebonden aan verschillende eiwitten: 2 tot 3% van het testosteron is vrij in het bloed aanwezig. Een percentage van 20 tot 40% van het testosteron is gebonden aan albumine (eiwit) en 60 tot 80% van het testosteron is zeer vast verbonden met het zogenaamde Sex Hormone-Binding Globulin (SHBG)(2).
De gebonden testosteron wordt inactief door het bloed vervoerd voor andere functies in het lichaam.

Het vrije testosteron neemt alle bekende symptomen met zich mee. Veel bodybuilders willen een zo hoog mogelijke hoeveelheid vrije testosteron, omdat dit de hoeveelheid spiermassa kan bevorderen. De anabole steroïden beïnvloeden het binden van het testosteron met de Albumine en SHBG, zodat er een hoger percentage vrij in het bloed blijft en spiergroei bevorderd. Echter, gezond is deze optie niet en er zijn natuurlijke manieren om de hoeveelheid vrij testosteron te verhogen(3). 

Testosteron wordt gemaakt van cholesterol. Dit wordt in meerdere stappen omgezet, met behulp van bepaalde enzymen (hulpeiwitten). Deze enzymen zijn nodig om de ene stof in de andere stof om te kunnen zetten. Zie hiervoor de afbeelding: de enzymen zijn in een wit lettertype afgebeeld.
Voor een goede testosteronhuishouding (en ook aldosteron en cortisol) dienen deze enzymen allemaal voldoende aanwezig te zijn(4). Bij gebrek of overschot van een van de enzymen kunnen voorlopende stoffen ophopen en hierdoor kunnen de hoeveelheden aldosteron, cortisol en testosteron uit balans raken met geslachtsproblemen tot gevolg.
Opvallend: bij onvoldoende aanwezigheid van het enzym CYP21 (21-hydroxylasedeficiëntie) ontstaan klachten die overeenkomen met PCOS zoals acné, onregelmatige cyclussen en overbeharing(5).

Hoe werken receptoren en waarom zijn ze belangrijk?

Het effect van de hoeveelheid vrije testosteron in het bloed vind pas plaats als het opgevangen wordt door receptoren van bepaalde doelcellen. Als een receptor het testosteron opvangt, komt de testosteron bij het DNA van die cel aan en kan het zijn werk gaan doen. Echter, de gevoeligheid van deze receptoren is van grote invloed op het effect van het ronddwarrelende testosteron. Anders gezegd: als er bijvoorbeeld veel mensen om jouw huis heen lopen, kun je niet met ze in contact komen voordat je de deur open doet. De deur staat gelijk aan de receptor: als de deur op slot zit of moeilijk open gaat, blijven de mensen om je huis heen wandelen of blijft de testosteron dus om de cel heen bewegen. De gevoeligheid van de receptoren waar testosteron op past (of omgezet DHT, zie afbeelding) is afhankelijk van het aminozuur glutamine. De hoeveelheid glutamine-moleculen op deze receptoren bepaald in welke mate testosteron toegelaten wordt in de cel. Als dit er zo’n 11 zijn, wordt testosteron makkelijk toegelaten. Als het er zo’n 30 zijn, wordt testosteron nagenoeg niet toegelaten en bij 40 is er een complete ongevoeligheid voor het hormoon.

Testosteron bij vrouwen met PCOS

PCOS (en andere stoornissen in vruchtbaarheid maar ook in gedrag) kan samenhangen met de lage aantallen glutaminemoleculen aan de receptoren die testosteron opnemen. Er hoeft dan niet per sé veel testosteron in het bloed aanwezig te zijn, maar de gevoeligheid en de mate van opname is dan hoog. Dezelfde hoeveelheid testosteron als bij een gezonde vrouw kan dan bij een vrouw met PCOS voor problemen zorgen.

Toch zijn er ook veel vrouwen met PCOS die weldegelijk hogere testosteronwaardes hebben.  De oorzaak hiervan is niet geheel bekend, maar het komt veelal voort uit de eierstokken: die maken teveel testosteron aan. Vermoed wordt dat de insulineresistentie waar veel vrouwen met PCOS mee kampen, een aanleiding is voor deze overproductie. Omgekeerd zijn hoge testosteronwaardes van invloed op de mate waarop je last hebt van insulineresistentie. Er is sprake van een kip en het ei verhaal: wat precies de oorzaak en het gevolg is, is nog niet duidelijk.

CONCLUSIE

Uit de tekst kunnen verschillende conclusies worden getrokken:

– Hoe hoger de SHGB en Albumine waardes zijn, hoe minder vrij testosteron er in het bloed rond circuleert en dus hoe minder testosteron er in aanraking komt met de receptoren van de doelcellen van testosteron.
– Hoe meer glutaminemoleculen er aan een dergelijke receptor gebonden zijn, hoe minder gevoelig deze receptor wordt om vrij testosteron op te nemen en hoe minder testosteron zijn werk kan doen in de cellen (omdat het dus minder wordt toegelaten).
– Hoe minder er sprake is van insulineresistentie, hoe minder testosteron wordt aangemaakt door de eierstokken. Een hogere gevoeligheid voor insuline resulteert in normalere testosteronwaardes.

Volgende keer ga ik in op de wisselwerking tussen testosteron en andere geslachtshormonen én wat je zelf kan doen om het effect van testosteron bij jou te verminderen.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 32

Hoe jouw omgeving je tegenwerkt en wat je er zelf aan kan doen

Hoe jouw omgeving je tegenwerkt en wat je er zelf aan kan doen

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Dit verhaal gaat over Sofie. Sofie is een jonge vrouw van 30 jaar en werkt parttime als hoofdcaissière bij een groot supermarktketen. Ze woont samen met haar man Thomas, die een eigen bedrijf heeft in de handel van autobanden. Ze hebben geen kinderen.

Sofie en Thomas hebben allebei overgewicht. Hoewel Thomas hier geen problemen door ervaart, voelt Sofie zich futloos. Ze ervaart schommelingen in haar menstruatiecyclus en stemmingswisselingen. Ze is erg somber de laatste tijd, wat invloed heeft op haar relatie met Thomas. Er zijn vaker ruzies en Thomas vindt dat Sofie zeurt. Hij heeft allang al aangegeven dat ze eens moet stoppen met al dat snoepen, als ze er zo’n last van heeft.
Nadat Sofie haar frustraties heeft gedeeld bij haar kaartersclubje, wordt haar door een vriendin geadviseerd contact op te nemen met een diëtist. Hier krijgt ze tips om haar voedingspatroon aan te passen met het doel om af te vallen. De diëtist maakt een op maat gemaakt plan voor Sofie om zelf wat aan haar situatie te doen.

Klinkt goed! Sofie is ervan overtuigd dat ze het doel gaat halen wat ze voor ogen heeft. Ook Thomas en de vriendinnen van de kaartersclub zijn enthousiast. Met de tips van de diëtist kan Sofie haar eetgedrag aanpassen en zullen haar klachten verminderen.

Wat denk jij? Gaat het Sofie lukken?

blog 32

In de praktijk komen situaties zoals bij Sofie heel vaak voor. Veel mensen starten met goede moed met het aanpassen van hun leefstijl. Toch liegen de cijfers er niet om:

In 2017 had 49% van de Nederlanders boven de 18 jaar overgewicht.(1)
8,8 miljoen mensen in Nederland is chronisch ziek. Dit is 52% van de bevolking. (2)
10% van de vrouwen heeft PCOS. (3)

Verwacht wordt, dat deze cijfers alleen maar gaan toenemen – zolang we zo doorgaan.

Hoe kan dat nou? Als iedereen net als Sofie te horen krijgt wat zij moet doen?

Mensen zoeken graag een oplossing voor de problemen die ze ervaren.
Echter, er heerst een hardnekkige denkfout(4). Iemand die zelf problemen ervaart, denkt de oplossing ook volledig bij zichzelf te kunnen vinden.

Dit kent twee fases:

1: De oplossing ligt bij mezelf en ik zoek geen hulp.
2: De oplossing ligt bij mezelf, maar ik zoek wel hulp.

We gaan massaal in therapie, naar de sportschool of op dieet. Hoewel de persoonlijkheidspsychologie hier inderdaad ontwikkelmogelijkheden over beschrijft en erkend, is er sprake van een ‘ondergeschoven kindje’:

De invloed van sociale omstandigheden.

We hebben allemaal de neiging om het gedrag van mensen te verklaren door ons te richten op de persoonlijkheid van diegene:

‘Dat lukt Tim wel, Tim is een doorzetter!’
‘Dat is niks voor Charissa, ze heeft totaal geen concentratie.’
‘Piet kan niet presenteren, hij is ontzettend verlegen’

Het voelt wellicht veilig of logisch om te denken dat dit klopt.
Hierdoor lijkt het immers dat je de oplossing kan vinden bij jezelf, je hebt er macht over. Als iets je lukt, komt het door jou en als iets je niet lukt komt het ook door jou (en kan je besluiten het zelf te leren).

Echter, we zijn sociale wezens. Theorieën als ‘the need to belong’ en de piramide van Maslow onderkennen dit. De piramide van Maslow illustreert hoe de verbondenheid met andere mensen de emotionele processen en motivaties sterk kan beïnvloeden (5). Hiermee wordt bedoeld dat verbondenheid met andere mensen vóórgaat: het doel om bijvoorbeeld vijf kilo af te vallen is uiteindelijk minder belangrijk.
In de praktijk betekend dit bijvoorbeeld: als je als doel stelt vijf kilo af te willen vallen en in het proces merkt dat dit te grote veranderingen met zich mee brengt op sociaal gebied, zal je bezwijken en de sociale verbindingen weer verbeteren.

Een studie van de universiteit van Michigan (USA) concludeerde dat mensen met voldoende ondersteunende sociale relaties over het algemeen minder opties nodig hebben om een optimale keuze te maken in vergelijking met mensen die duidelijk minder gewaardeerde sociale relaties hebben (6).

Conclusie: we worden beïnvloed door onze omgeving, ook als het gaat om onze ogenschijnlijk individuele prestaties.  Tim kan een doorzetter zijn omdat hij zich gesterkt voelt door zijn vrienden en familie. Charissa heeft al zo vaak gehoord dat ze een dagdromer is, dat ze zich mogelijk niet geconcentreerd inzet en Piet zou best wel eens in een vertrouwde setting heel goed kunnen presenteren.

Terug naar het verhaal van Sofie. Hoe zou zij haar doel kunnen bereiken in haar situatie?
Is de kans groot dat zij blijvend resultaat behaald met de individuele tips?

Waarschijnlijk niet.

Wat Sofie zou helpen, is als ze haar context gaat veranderen.

Lid worden van een actieve sportvereniging.
De kaarters uitnodigen voor een wandeling.
Een maatje zoeken die al meer bekend is op het gebied van gezondheid.
Met Tomas een plan opstellen om thuis samen aanpassingen door te voeren op het gebied van voeding – wat bij hen beiden past.

Want hoe jouw omgeving wordt, wordt jij ook.
En de uitzonderingssituaties die er altijd zullen blijven, wegen dan lang niet zo zwaar.

Mijn doel van dit artikel is om jou eens te laten nadenken over jouw sociale omgeving.
Het is aan jou de beweging in gang te zetten om die geschikte context te creëren.
Vervolgens zorgt die context ervoor dat je jouw doelen kan gaan behalen.

Wat werkt mee? Welke situaties liggen in lijn met jouw doel?
Wat werkt niet mee? Kan je dat veranderen?

Denk daar dit weekend eens over na. En DOE vervolgens vooral: alleen dat wat je toepast is uiteindelijk echt van waarde.

Bronnen:

  1. Volwassenen met overgewicht en obesitas 2017, Volksgezondheid en Zorg, RIVM
  2. Chronische ziekten en multimorbiditeit, Cijfers en Context, Volksgezondheid en Zorg, RIVM
  3. Stichting PCOS, Wat is PCOS, https://www.stichtingpcos.nl/alles-over-pcos/wat-is-pcos/
  4. Sociale Psychologie, Elliot Aronson, 2012
  5. Maslow, A. H.(2013). A Dynamic Theory of Human Motivation. Black Curtain Press.
  6. Supportive Social Relationships Attenuate the Appeal of Choice, Psychological Science, O. Ybarra, David S. Lee & R. Gonzalez, 2012

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

Blog 19 foto

Hoe werken jouw hormonen samen? Deel 2

Hoe werken jouw hormonen samen? Deel 2

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Op internet is verspreid informatie te vinden over de gevolgen van PCOS, mogelijke behandelwijzen, ervaringen en symptomen. Maar, wat is nou de oorzaak? Wat loopt er bij de cyclus van een vrouw met PCOS anders? Welke hormonen zijn meer of minder aanwezig en wat voor effect heeft dat?

Blog 19 foto

PCOS kan vanuit drie wegen ontstaan:

  1. Erfelijkheid; PCOS of hormonale disbalansen zijn al aanwezig in de familie. De vrouw wordt geboren met DNA waarin de PCOS als het ware al in verstopt zit.
  2. Beïnvloeding tijdens de zwangerschap van de moeder. De embryo is tijdens het proces waarin haar follikels gevormd worden zeer gevoelig voor chemische stoffen voor buitenaf. Als de moeder hier op dat moment aan wordt bloot gesteld, kan dit PCOS veroorzaken.
  3. Omstandigheden na de geboorte, leefstijl- en omgeving gerelateerd. Denk hierbij aan voeding, beweging, verdere leefstijl, stress.

Alle drie de wegen leiden naar een hormonale disbalans dat PCOS genoemd wordt. Hoe deze disbalans exact ontstaat, is moeilijk te achterhalen. Er is al veel onderzoek naar gedaan, maar er is nog geen eenduidige en heldere verklaring voor gevonden. Wel is duidelijk dat wanneer er sprake van erfelijkheid is, de uiting van deze genetische symptomen afhankelijk kan zijn van de omstandigheden ná de geboorte (zoals bij bijvoorbeeld schizofrenie ook het geval kan zijn).

Onderzoek laat wel zien dat vrouwen met PCOS veelal verhoogde LH gevoeligheid van de eierstokken kan hebben. Dit speelt mee bij het ontstaan van het syndroom. Deze gevoeligheid verstoord het normale proces en zet schommelingen extra aan. Insuline heeft invloed op deze gevoeligheid – insulineresistentie lijkt LH overgevoeligheid in de hand te werken(1). Het is dus interessant insulineresistentie tegen te gaan om dit proces te minimaliseren.

Echter, wat gebeurt er dan precies?

Het probleem heeft te maken met de balans tussen progesteron, oestrogeen, LH en FSH. Hoe dit hoort te verlopen, heb ik in deel 1 uitgelegd.

Vrouwen met PCOS hebben veelal te maken met oestrogeendominantie. Of dit een oorzaak of een gevolg is van PCOS, is feitelijk niet duidelijk. Het zou een gevolg kunnen zijn van de LH gevoeligheid of hogere LH waardes die vaak bij vrouwen met PCOS worden gezien. Dit betekent indirect dat gedurende de hele cyclus, er teveel oestrogeen aanwezig is of de verhouding tussen oestrogeen en progesteron uit balans is(2).

Aan het begin van de cyclus is het belangrijk dat de rol van FSH vervult wordt. FSH stimuleert een follikel om ‘de overhand te nemen’ en vervolgens onder invloed van LH verder te rijpen. Als er echter te vroeg teveel LH gesignaleerd wordt door de eierstokken, is de follikel nog niet klaar voor dit proces. De waardes LH en FSH sluiten hier al niet goed op elkaar aan.

Dit kan als gevolg hebben dat de follikel niet op de goede manier verder rijpt. LH, FSH en oestrogeen vinden samen geen balans en er ontstaat geen eisprong. Hierdoor blijven de oestrogeenwaardes hoog, wat een volgende eisprong moeilijk maakt.

Begrijp je het nog? Ik vond het best lastig dit echt te snappen.

In een gezond cyclus stimuleert de groei van het follikel de aanmaak van oestrogeen. De toegenomen hoeveelheid oestrogeen remt vervolgens echter de aanmaak van FSH, maar niet volledig. De rijping zet evengoed langzaam door vanwege de aanwezigheid van LH en lage waardes van FSH. De hoeveelheid oestrogeen neemt hierdoor toe, tot een kantelpunt ontstaat – bij een bepaalde waarde van oestrogeen werkt dit ineens stimulerend voor de aanmaak van FSH en vooral LH en ontstaat een stroomversnelling naar de rijping toe.
In dit proces is het echter belangrijk dat de hoeveelheid oestrogeen en LH in het bloed past bij het stadium van rijping van de follikel.

Bij PCOS is de hoeveelheid LH en oestrogeen te hoog en klopt dit niet met de staat van rijping met de follikel. Het is als het ware nog niet klaar om de stroomversnelling in te gaan.
Het lichaam reageert: meer LH, meer oestrogeen.. maar doordat de verhoudingen niet kloppen, komt er geen eisprong. En hierdoor ook geen geel lichaam,  geen verhoging van progesteron en door het ontbreken van het gele lichaam ook geen afsterven van het gele lichaam en de gesprongen eicel natuurlijk. Dus; ook geen daling van oestrogeen.
De onrijpe follikel blijft als het ware ‘hangen’ en vormt een cyste in de eierstok.

Dit proces herhaalt zich ook met volgende follikels en lijkt een vicieuze cirkel. Het resultaat hiervan is vaak de vele cysten in de eierstokken; het typische en veel voorkomende symptoom van PCOS (maar let op; dit is niet bij 100% van de vrouwen met PCOS zo).

Deze disbalans zorgt er vervolgens ook voor dat de hoeveelheid testosteron in het bloed gaat stijgen. De rol en invloed van (teveel) testosteron zal ik in een volgende blog beschrijven, om het behapbaarder te houden.

Het kan positieve invloed hebben om LH en oestrogeenwaardes te verlagen om dit proces een halt toe te roepen. Hoewel het vrouwelijk lichaam met PCOS wellicht gevoelig is voor deze disbalans, kunnen aanpassingen in leefstijl dit positief beïnvloeden.
(Een van die leefstijlaanpassingen is meer vitamine D – dus geniet van de zon dit weekend!)

Bronnen:

  1. Poretsky, L., Cataldo, N.A., Rosenwaks, Z. & Giudice, L.C. 1999. The Insulin Related Ovarian Regulatory System in Health and Disease. Endocrine reviews. 20(4): 535-582.
  2. Francien Bouw, Femke Prins, Polycysteus ovarium syndroom (PCOS): de rol van insuline, 2016

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 17 foto cyclus

Hoe werken jouw hormonen samen? Deel 1

Hoe werken jouw hormonen samen? Deel 1

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

PCOS leidt tot een hormonale disbalans – dat is ons allemaal bekend. Er komen vele symptomen, behandelwijzen en klachten bij kijken. Maar; hoe werken hormonen nou precies samen?

Om dit te gaan begrijpen start ik vandaag met een artikel waarin ik terug ga naar de basis. Ik zal namelijk ingaan op de algemene – en dus gezonde – werking van het menstruatiecyclys.
Want als je weet wat een gezonde hormoonbalans inhoud, kan je ook meer begrijpen van een disbalans.

blog 17 foto cyclus

De cyclus en hormonen van een vrouw

Het hormonale cyclus van een vrouw wordt geregeld door een aantal organen.
De hypothalamus: een (endorfine) hormoonklier die hormonen afgeeft via het bloed.
De hypofyse: ook een hormoonklier die hormonen afgeeft via het bloed.
Het geslachtsorgaan: bestaande uit de eierstokken, eileiders, baarmoeder en vagina. Belangrijk hierin zijn de eierstokken, die in een bepaald stadium van het cyclus ook hormonen gaan afgeven en dus invloed hebben op het verloop van de gehele cyclus.

Voor een beter begrip is het belangrijk om te beseffen dat de hypothalamus, hypofyse en eierstokken dus de spil zijn van het gehele menstruatiecyclus van een vrouw. De eierstokken zijn dus ook een soort klier doordat ze hormonen afgeven. De baarmoeder, eileiders en vagina hebben geen invloed maar staan in dienst van het functioneren van de klieren.

De hypothalamus scheidt onder andere GnRH af dat via het bloed terecht komt bij de hypofyse. GnRH staat voor Gonadotropin-Releasing Hormone en deze naam zegt al wat het doet; het is een hormoon dat er voor zorgt dat gonadotrofines vrijkomen. Gonadotrofines  is een verzamelnaam voor de hormonen LH en FSH. De hypofyse maakt deze hormonen aan. Deze hormonen gaan via het bloed naar de eierstokken waarin de follikels zich bevinden. De follikels zijn gevoelig voor FSH en LH en zijn de doelwitcellen voor deze hormonen.

FSH staat voor Follikel Stimulerend Hormoon en zorgt dat het blaasje (follikel) groeit waarin het eitje zit.
LH staat voor Luteïniserend Hormoon en zorgt ervoor dat de eisprong optreed als het blaasje volgroeid is.

Hoe verloopt een gezond menstruatiecyclus?

Dag 1 van de menstruatiecyclus is de dag waarop je menstruatie start. Op dit moment wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten en ontstaat een bloeding. Dit duurt tot dag vier of vijf.

Vanaf dag 5 groeit de follikel. De GnRH uit de hypothalamus zet de hypofyse aan tot de afgifte van lage waarden van FSH en LH. De follikel wordt hierdoor gematigd gestimuleerd en gaat als reactie uit meerdere cellen ontstaan. Het groeit langzaam. Follikelcellen geven oestrogeen af; bij de toename van deze cellen door stimulatie van FSH en LH, neemt ook de hoeveelheid oestrogeen in het bloed toe. In de eerste periode van de cyclus zijn deze waardes, ondanks de toename, laag te noemen. Een lage concentratie oestrogeen heeft een remmend effect op hypofyse en hypothalamus. Hierdoor maakt de hypothalamus minder GnRH aan  en de hypofyse minder FSH. Door de vermindering van GnRH wordt de aanmaak van FSH ook via die weg verminderd. Op de afbeeldiing kan je zien dat zodra de  blauwe lijn stijgt (Estradiol staat voor oestrogeen), de rode lijn licht daalt (FSH).
Dus, in de loop van de cyclus wordt geleidelijk aan meer oestrogeen aangemaakt, dit heeft een remmend effect op de aanmaak van FSH. Daarnaast heeft oestrogeen een positief effect op de baarmoederwand, die wordt alsmaar dikker.

FSH waardes blijven redelijk gelijk en LH waardes nemen langzaam toe. Maar vanaf ongeveer dag 11 gebeurt er iets opmerkelijks. Er komt een stijging in de hoeveelheid oestrogeen door de aanhoudende groei van het follikel. Waar de lage waardes oestrogeen een remmende werking hebben op de hypothalamus en de hypofyse, hebben hoge oestrogeenwaardes juist een stimulerende werking. Er is hier sprake van een kantelpunt. Hierdoor neemt de FSH en (vooral) de LH hoeveelheid ook ineens toe, waardoor de follikel een groeispurt maakt, hierdoor weer extra oestrogeen aanmaakt en dit proces in korte tijd doorzet totdat één follikel rijp is en een ovulatie ofwel eisprong plaats vindt.  Vooral de LH piek heeft grote invloed hierop. De follikel is opengebarsten en laat de rijpe eicel los in de lichaamsvloeistof rondom de eierstok waar zij in de eitrechter belandt en haar reis vervolgt door de eileiders. Dit gebeurt ongeveer op dag 14 en heet de ovulatie. Het lege omhulsel wat achterblijft van de follikel in de eierstokken wordt het geel lichaam genoemd.

Het gele lichaam is nog steeds een hormoonklier, zoals de follikel ook was, en kan naast oestrogeen ook progesteron maken.
Door de eisprong daalt de hoeveelheid oestrogeen flink in het bloed door de afwezigheid van het follikel. Het achter gebleven gele lichaam groeit tot ongeveer dag 20 en gaat progesteron en kleine hoeveelheden oestrogeen produceren. Deze lage oestrogeenwaardes remmen net als aan het begin van de cyclus de hypothalamus en hypofyse, waardoor FSH en LH waardes ook sterk afnemen. Hiernaast heeft de progesteron dat door het gele lichaam wordt afgegeven ook een remmende werking op de klieren. Er wordt hierdoor geen nieuwe follikel gestimuleerd in de periode na de eisprong en de baarmoederwand blijft verdikken. Dit maakt de baarmoederwand klaar voor innesteling als de eicel bevrucht wordt.

Het gele lichaam gaat langzaam ten onder en kan niet blijven bestaan als de eicel niet bevrucht raakt. Dit gebeurt vanaf dag 21. Hierdoor neemt de oestrogeen en progesteron af in de loop van de tijd en wordt de remming van de hypofyse en hypothalamus opgeheven. Het opgebouwde baarmoederslijmvlies, die in stand wordt gehouden bij de aanwezigheid van progesteron, wordt door de afwezigheid hiervan samen met de afgestorven eicel afgestoten door middel van een menstruatie. Dit gebeurt na ongeveer dag 28. Vanaf de eerste dag van de menstruatie verloopt de cyclus weer van voor af aan.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

make up pcos

Welke make-up gebruik ik als ik PCOS heb?

Welke make-up gebruik ik als ik PCOS heb?

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Misschien iets waar je niet gelijk aan denkt, maar PCOS en make-up (en andere cosmetica) hebben wel degelijk met elkaar te maken.

Enerzijds vanuit de kant van de gevolgen van PCOS: één van de mogelijke symptomen is een onzuivere huid. Ik ben ook flink getrakteerd op puisten en oneffenheden vanaf mijn 15e levensjaar en nog steeds is mijn huid gevoelig. Daarnaast heb ik littekens en grove poriën uit mijn hardcore puistentijd. Soms best fijn om dit te kunnen verdekken en in ieder geval prettig om er goed voor te zorgen.

Anderzijds vanuit de kant van de oorzaken van PCOS: make-up en andere cosmetica of verzorgingsproducten kunnen je klachten verergeren, je huid neemt namelijk stoffen op (denk maar eens aan de werking van een nicotinepleister).  Door make-up te kiezen zonder schadelijke stoffen breng je hormonen meer in balans.

Er zijn een aantal factoren die de opname van stoffen door de huid beïnvloeden:

  1. De hoornlaag van de huid bestaat nauwelijks uit water. Stoffen die door vetten worden opgenomen dringen makkelijker door de huid.
  2. De mate van huid-verwekers in het product; hoe meer zeepachtige stoffen er in het product zitten, hoe makkelijker het in de huid trekt. Zeep lost vet op, waardoor wateroplosbare stoffen makkelijker doorgelaten worden.
  3. Het afdekken van de huid; hierdoor weekt de huid o.a. door haar eigen vocht en neemt het makkelijker stoffen op.
  4. Conditie van de huid; een beschadigde, dunne, oude, hele jonge of ongezonde huid is beter doordringbaar(bijvoorbeeld ook bij puistjes).
  5. Vorm van het product; een product in olievorm wordt makkelijker opgenomen door de aanwezige vetten.

WELKE STOFFEN KAN IK HET BESTE MIJDEN?

  1. Parabenen

Parabenen verlengen de houdbaarheid van het product en heeft invloed op het behoud van kleur en structuur. Vermijd de E-nummers E214, E215, E216, E217, E218, E219, E319, E320, E321 of de namen methyl, ethyl, propyl, butyl, BHA en BHT (laatste twee zijn ook in kleine hoeveelheden bewezen verstoorders).

  1. Minerale oliën en petroleum derivaten

Deze stoffen trekken het vocht uit je huid. Het afvoeren van afvalstoffen wordt hierdoor moeilijker en de kans op puistjes en verstopte porïen vergroot.
Vermijd petrolatum, vaseline, paraffinum-liquidum, paraffinum-subliquidum cera microcristallina (hart-paraffine), microcrystalline wax, mineral oil, ozokerit, ceresin, C 11-12 of C 13-14 isoparaffin.

  1. Kunstmatige geurstoffen

Denk hierbij aan de namen parfum, perfume, parfummix, fragrance, peru balsem of balsam peru.

  1. Vermijd ook de chemische stoffen propyleenglycol of propaan- 1,2-diol (E1520), Lanoline (E913), SLS Ftalaten en 4-Methylbenzylidene.

Hormoonverstorende chemicaliën zijn qua structuur gelijkaardig aan natuurlijke geslachtshormonen als oestrogeen(xeno-oestrogenen), waardoor de functie ervan verstoord wordt. Vrouwen met PCOS hebben vaak al last van oestrogeendominantie, dus het is niet wenselijk dat dit ook door cosmetica versterkt wordt.

SIMPELE TIPS    

Wat mij erg helpt bij de keuze van mijn cosmetica is om voor merken te gaan die biologisch en vegan zijn. Dit zijn vaak al merken die geen schadelijke stoffen bevatten.
Toch is het opletten geblazen; niet alle merken komen na wat ze beweren. Een keurmerk zegt niet alles. ‘Rank a brand’ heeft in 2016 onafhankelijk onderzoek gedaan naar verschillende merken die op de mark zijn. Als je dit onderzoek wilt ontvangen, stuur mij dan even een mailtje.

Vanuit dit onderzoek zijn er een aantal merken naar voren gekomen die sowieso geen chemische stoffen bevatten:

  • Weleda
  • Dr Hauschka
  • Logona
  • Santé
  • Botanique
  • Lavera
  • Living Nature
  • Zao

Hoewel deze merken het beste scoren van de door hun onderzochte groep, was het evengoed nog niet optimaal met betrekking tot de andere aandachtspunten.

Ik heb mijn persoonlijke onderzoek voortgezet en ben uit gekomen op het volgende merk: Inika.
Dit merk is vegan, dierproefvrij, bevat geen schadelijke chemicaliën en is halal.

In de video deel ik mijn ervaring met de foundation, waar ik erg tevreden over ben(op moment van schrijven juni 2018, maar januari 2019 is dit nog steeds mijn meest favoriete foundation).

Check jouw producten in ieder geval op bovenstaande ingrediënten, als je zeker wilt weten dat ze geen negatieve invloed hebben op jouw hormonale balans.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.