sheet stress

Hoe jouw geslachtscyclus ruw wordt verstoord door stress

Hoe jouw geslachtscyclus ruw wordt verstoord door stress

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Hoe jouw geslachtscyclus ruw wordt verstoord door stress (zeker bij PCOS zonder insulineresistentie een must-read)

Enkele weken geleden was ik bij de training ‘behandelprotocollen vrouwenklachten’ van de Ortho Health Foundation. Een van de vele vragen waar antwoord op werd gegeven was ‘Wat gebeurt er bij stress op orthomoleculair niveau?’
Anders gezegd:  welke wisselwerkingen in het lichaam zijn beïnvloedbaar door stress, in verband met hormonaal balans?

Hoewel dit verder gaat dan de inhoud van dit artikel, wil ik een stukje hiervan met jullie delen.

Er werd een sheet weergegeven dat inzichtelijk maakt waarom stress zo’n directe invloed heeft op je hormoonbalans:

Wat wordt hier afgebeeld?

Het lichaam werkt in systemen. Ieder systeem is afhankelijk van bepaalde stoffen en klieren die met elkaar samen werken.
Op de sheet zie je drie systemen, die naast elkaar functioneren. Links zie je de HPA as, in het midden de HPT as en rechts de HPG as. Een ‘as’ staat voor een wisselwerking van klieren en stoffen, ten behoeve van een lichamelijke reactie of functie.

De HPA as heb ik in een eerder artikel al onder de loep genomen en regelt de aansturing van de bijnieren. De as is betrokken is bij veel lichaamsfuncties, zoals bijvoorbeeld het reguleren van onze lichaamstemperatuur, verdeling van de beschikbare energie en bovenal de begeleiding van een stressreactie(en dus ook belangrijk voor ontspanning)(1). In het eerdere artikel schreef ik:

Een lichaam dat zich bevind in ‘paniekstand’, heeft minder belang bij een goed werkende stofwisseling en heeft minder behoefte aan voortplanten. Stress betekend gevaar; het is levensreddend en dat heeft voorrang op de andere processen.

De HPT as regelt de hormonale aansturing van de schildklier. De schildklier heeft diverse functies, waarvan het reguleren van de stofwisseling het meest bekend is. Mensen met een trage schildklier kunnen sneller last hebben van gewichtstoename bijvoorbeeld (al schijnt dit effect gematigder te zijn dan doorgaans wordt aangenomen(2)). Naast de stofwisseling heeft de schildklier invloed op groei, hartslag, doorbloeding, lichaamstemperatuur, darmwerking, vochthuishouding en mentale functies. Je kan je voorstellen dat een schildklier die niet goed functioneert(te langzaam of juist te snel), uiteenlopende klachten kan veroorzaken.

De HPG as regelt de werking van de geslachtsklieren(gonaden), zoals de testikels en eileiders. Het heeft dus invloed op je voortplantingssysteem en daarmee je vruchtbaarheid. Afwijkingen hebben invloed op je gedrag, libido en algehele gezondheid (zoals bijvoorbeeld PCOS).

De overeenkomsten van de assen

Naast dat de assen naast elkaar functioneren, hebben ze ook invloed op elkaar. Alle drie de assen hebben namelijk twee overeenkomsten: De hypothalamus en hypofyse(pituitary) zijn betrokken. De hypothalamus en hypofyse zijn allebei klieren die gelegen zijn in de hersenen en ze staan in nauw contact met het zenuwstelsel. De hypothalamus scant alle informatie uit onze buitenwereld (via onze zintuigen) en reageert hierop. De hypofyse anticipeert meer uit het interne milieu. De hypofyse staat in verbinding met de belangrijkste hormoonklieren en door aansturing van de hypothalamus kan een groot deel van het hormonale systeem geactiveerd worden(3).

Deze twee klieren hebben bij de werking van de assen een essentiële rol in de aansturing – al sturen ze bij iedere as een ander onderdeel van het lichaam aan(bijnier, schildklier of gonaden). Ze multitasken dus, als het ware.

Dit multi-tasken gaat goed, zolang de taak niet te groot wordt. Vergelijk het met jezelf: je kan best drie kleine taken die je vaak doet tegelijk doen (naar muziek luisteren, meezingen en de was opvouwen), maar als iets groters je aandacht vraagt wordt het lastig (zoals bijvoorbeeld uitrekenen wat 5x3x9-12 is. Probeer daar maar eens bij te zingen en muziek te luisteren).

Zo werkt het ook bij de assen. Als een van de assen meer aandacht vraagt zullen de andere assen een tandje zachter draaien. Op zich niet erg, zeker niet op korte termijn.

Wel is het belangrijk te weten dat er sprake is van hiërarchie in de assen:

Bovenaan: de HPA as (bijnierfunctie)
in het midden: de HPT as (schildklierfunctie)
onderaan: de HPG as (geslachtsklierfunctie)

Dat betekend dat de HPA as altijd meer energie krijgt van het lichaam bij verstoringen. Daarna zal de HPT as de overige energie mogen benutten om zo optimaal mogelijk te kunnen functioneren. Pas dáárna mag de HPG as de rest-energie gebruiken.
Anders gezegd: er dienen geen verstoringen te zijn op de HPA as, om de HPT as goed te kunnen laten functioneren. Daarnaast dienen er geen verstoringen te zijn op de HPA en de HPT as om de HPG as goed te kunnen laten functioneren.

De bijnierfunctie gaat altijd boven de schildklierfunctie en de geslachtsklierfunctie.
I repeat: de bijnierfunctie gaat altijd boven de schildklierfunctie en de geslachtsklierfunctie.

De bijnierfunctie, de HPA as, wordt extra onder druk gezet als de hypothalamus een stressreactie signaleert. Stress gaat voor alle andere functies.

Als je nu problemen heb op het gebied van je geslachtsorganen, kan het zijn dat hier de oorzaak ligt. Zeker als je ‘lean’ PCOS hebt, zonder overgewicht en zonder insulineresistentie, kan dit de verstoorder zijn. In de afbeelding zie je bij de HPG as dat de hypothalamus GnRH aanmaakt om de hypofyse te stimuleren LH en FSH aan te maken. LH en FSH zijn essentieel bij het rijpen van een eicel, een proces dat bij vrouwen met PCOS bijna altijd verstoord is. De HPG as laat zien dat LH en FSH invloed uitoefent op de eierstokken (ovaries), waarna oestrogeen en progesteron bij een goed verloop vrijkomt. Oestrogeen en progesteron hebben vervolgens weer invloed op de hypothalamus en de hypofyse: deze waardes geven feedback aan de klieren. De klieren kunnen twee dingen te horen krijgen:

Een negatieve feedback: stop maar met produceren, het gaat goed hier!
Een positieve feedback: doorproduceren graag, we zijn nog niet klaar!

Als dit proces echter onder vuur ligt door een te grote focus op de andere assen, is er niet genoeg ruimte (energie) over voor de hypothalamus en hypofyse dit goed te laten verlopen. Het gevolg? Geen eirijping.

Aanhoudende verstoringen op de HPA as (bijnier), gaat op den duur ook zijn tol eisen van de HPT as. Schildklierproblemen en PCOS (of andere hormonale afwijkingen) kunnen dan ook zeker met elkaar gepaard gaan en zie ik in de praktijk ook voorkomen (en ik heb er zelf ook last van gehad).

Wat kan je zelf doen?

Wij hebben allemaal te maken met stress in ons leven. Hier schreef ik eerder al meerdere blogs over. Inzicht in bovenstaande kan helpen om in te zien hoe veel invloed het heeft: het ontregelt echt een hoop processen in het lichaam. In de desbetreffende cursus werd stress ontzettend vaak aangesneden: het overruled zoveel processen dat dit echt aan de basis ligt om aan te pakken bij welke klacht dan ook.

Wat kan helpen is het ondersteunen van je hypofyse en hypothalamus. Klinkt misschien een beetje raar, maar door er voor te zorgen dat alle benodigde stoffen in ieder geval aanwezig zijn in je bloed (en dus uit je voeding), neem je al bepaalde stressoren weg. Hormonen worden gemaakt uit cholesterol of aminozuren, dus zorg voor voldoende goede vetten en alle essentiële aminozuren in je voedingspatroon.

Daarnaast is het wegnemen van stressoren belangrijk. Er is sneller sprake van een stressor dan je denkt. Bewust meer rust nemen om je hypothalamus en hypofyse te ontlasten, helpt goed. Zoek rustige omgevingen op, wandel, yoga, mediteer, lach, spreek af met vrienden, ga een kwartier helemaal niets doen (ook niet op je telefoon), doe een dutje, etc.
Je schildklier wordt extra belast met overmatig sporten (en dat bereik je sneller dan je denkt), te weinig eten, eenzijdig eten en te weinig pauzes. Open deuren misschien, maar op lange termijn veel van jezelf vragen is funest voor een goede werking van deze assen.
Het oplossen van PCOS gaat dus echt hand in hand met het organiseren van een levensstijl zonder teveel stress.

Stress leren voorkomen, anders met stressprikkels omgaan, keuzes maken om minder stress te gaan ervaren.. Het zijn lastige zaken in ons dagelijks ‘drukke’ bestaan.
Toch nodig ik je uit eens na te denken wat voor jou het belangrijkste is: jouw gezondheid (en daarmee dus geen klachten van PCOS) of het toegeven aan en toelaten van de omstandigheden die stress opleveren.
En ik weet dat dit lastig is, maar je hebt op veel van je omstandigheden invloed – zeker op de mate waarin je rust neemt. Wil je hier hulp bij? Plan dan hier een afspraak met mij in.

Bronnen:

  1. Bonusan, Vijf voor je lijf: effecten van stress op de schildklier, https://www.bonusan.com/nl/nieuws/vijf-voor-je-lijf-effecten-van-stress-op-de-schildklier/
  2. Ralph Moorman, Hormoonfactor, schildklier: https://www.dehormoonfactor.nl/schildklier
  3. Ralph Moorman, Hormoonfactor, hypofyse: https://www.dehormoonfactor.nl/hypofyse

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Puur
Duurzaam
Verantwoordelijk
Verbonden

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

post vicieuze cirkel pcos 12-5-19

Hoe ontsnap je uit de vicieuze cirkel van PCOS?

Hoe ontsnap je uit de vicieuze cirkel van PCOS?

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Hoe ontsnap je uit de vicieuze cirkel van PCOS?
Vanuit mijn eigen ervaring vind ik het super belangrijk hier inzicht in te krijgen. De afgelopen maanden ervaar ik namelijk weer minder hormoonbalans en hier snapte ik niets van. Ik eet goed, gebruik suppletie, crossfit vaak en tja, als je een bedrijf hebt om vrouwen met PCOS te ondersteunen ben je zelf vrij actief met het syndroom bezig kan ik je vertellen 😉 Om er achter te komen wat bij mij dwars zat (en nog zit, het is namelijk een proces), moest ik voor mezelf en daarmee ook voor jullie op onderzoek uit. Hoe kan het dat mijn levensstijl niet werkt?

De diversiteit van PCOS

PCOS kan je vanuit vele verschillende invalshoeken benaderen. Verscheidene expertises richten hun licht op het syndroom en  kunnen je verder helpen.
Als je bijvoorbeeld net de diagnose hebt gehad of je weet nog niet veel van PCOS, is er op internet veel info dat je kan inspireren om stappen te gaan zetten.

Maar wat nou als je al ontzettend veel heb geprobeerd, en je nog steeds veel klachten ervaart?
Wat nou als je denkt helemaal op de goede manier te leven, en PCOS nog steeds je leven ‘verstoord’?

In deze blog + video ga ik in op deze vragen: en hoe je hier antwoord op kan krijgen. Deze info is voor jou als je ervaart dat je vastloopt of op een plateau zit en je graag verder wilt.

Allereerst: als je nu alles al goed denkt te doen, en je ervaart nog klachten, doe je niet alles ‘goed’. Je dénkt dat je alles goed doet. En je bent ervan overtuigd. Maar als de weg die je bewandelt je niet de goede kant op leidt, is het misschien niet de weg om op te blijven wandelen. Je lichaam en ziel geven signalen, en die signalen zijn er niet voor niets: ze willen je wat vertellen.

Toch is het luisteren naar de werkelijk boodschap van je lichaam ingewikkelder dan het op het eerste gezicht lijkt. Er staat namelijk iets tussen de boodschap en de ontvanger: jijzelf. 

Hoe kan ik er nu tussen staan, ik wil toch het beste voor mezelf?

Waarom hebben mensen een burn-out?
Waarom gaan mensen trouwen om vervolgens weer te scheiden, zelfs met kinderen?
Waarom eten mensen crap als ze weten dat groente beter voor ze is?

Mensen doen niet per definitie wat het beste voor ze is. Ze doen wat ze geloven.

De twee kanten van PCOS

PCOS bestaat uit twee aandachtspunten: het biologische en het spirituele. Beiden dienen in goede conditie te zijn voor hormoonbalans. De biologische conditie bestaat uit aspecten zoals voeding, slaap, beweging, je PH waarde(verzuring), de vetzuurbalans, de werking van je organen, je hormonen, stress.. Eigenlijk alles wat tastbaar of meetbaar aanwezig is.
Hier hebben veel mensen vaak wel een beeld bij. Bij spiritualiteit wordt nog wel eens afgehaakt.. We hebben als nuchtere Hollanders vaak als snel ons oordeel hier over klaar. Echter staat spiritualiteit (in mijn beleving) voor in verbinding staan met álles wat er is.
De spirituele conditie bestaat uit aspecten zoals de verbinding die je voelt met jezelf en met je omgeving. Het betreft het zogenaamde ‘zielsniveau’: dat wat je bent als werkelijk alles om je heen wegvalt.

Meer over het zielsniveau

Ik weet nog heel goed wanneer ik voor het eerst echt ging nadenken over het zielsniveau. Dat is nu drie jaar terug, toen ik een wandeling maakte met een vrouw die mij vroeg hoe ik keek naar mijn  lichaam, geest en ziel. Lichaam en geest kende ik wel en daarmee dacht ik al een hoop te begrijpen 😉 ik kon mij alleen weinig voorstellen bij de ziel.
Ondertussen heb ik er meer over gelezen, gesproken en gehoord: de ziel is eigenlijk wat jij ‘bent’. De ziel ‘is’. Om dit te begrijpen helpt het mij te kijken naar hoe de natuur ‘is’: alles in de natuur is gewoon zoals het is. De natuur geeft geen verdere betekenis aan situaties, bepaalde onderdelen ervan, van het verleden, van de toekomst.. Het is gewoon zoals het is. Zo is het ook met de ziel: die is er gewoon.
Dat wil niet zeggen dat het niets betekend of niets inhoudt, integendeel. Kijk eens wat er gebeurt in de natuur, alles is energie en geeft energie door. Net als de ziel. De ziel is als het ware jouw energie. Sommige mensen noemen dit ook wel trillings-energie, je bent in een bepaalde staat van zijn met een bepaalde trilling. Jouw trillings-energie trekt soortgelijke trillingen aan: dat wat je uitstraalt krijg je veelal terug uit je omgeving.

Er zijn hele boeken geschreven over spiritualiteit en de verschillende opvattingen ervan. Ik houd in deze blog bovenstaande aan.

Mensen geven betekenis

Wij mensen geven de betekenis aan al-dat-is. In principe gaat dat zo ver dat je alles dat je waarneemt of ervaart anders kan interpreteren. Ons geloof en onze overtuigingen maken dat wij de wereld op een bepaalde manier interpreteren.

Een voorbeeld: als ik niet geloof in het hiernamaals en de dood nadert, is de kans aanwezig dat ik onrustig wordt. Als ik wel geloof in het hiernamaals, geloof in een hemel waar ik iedereen die al overleden is weer ga zien en iedereen die nog leeft in de toekomst ook zal treffen, zal ik waarschijnlijk een stuk rustiger zijn.
Of ik nu wel of niet in de hemel kom, het maakt feitelijk geen verschil voor de omstandigheden nu. Het maakt echter heel veel verschil hoe ik met die omstandigheden omga.

Nu is geloof zoals ik het hierboven beschrijf bekend en zijn er veel verschillende geloofsovertuigingen in de wereld.
Maar in principe heeft iedereen een geloofsovertuiging, ook de atheïsten. Zij geloven namelijk níet in de hemel. Zij geloven dat er geen hemel is. Je gelooft altijd iets. Over alles. Over jezelf, je werk, je partner, het leven, jouw invloed op je omstandigheden, noem maar op. Betekenis geven hoort bij het willen begrijpen van een situatie. Als je jouw inzicht wilt vergroten in iets, zou je betekenis aan de omstandigheden moeten geven. En dat doen we dan ook allemaal, massaal (kijk maar eens om je heen vandaag, bijna alles wat je ziet is ingekleurd door een bepaalde mening of overtuiging).

Het geloofssysteem uitgekleed

In het geloofssysteem zit de spelingsruimte waar je wellicht naar op zoek bent. Hiervoor helpt het om dit systeem uit te kleden, waar bestaat het uit?
Kijk daarvoor eens naar de volgende afbeelding:

Het is een soort uitgebreidere versie van de RET Methode, die in de cognitieve gedragstherapie vaak wordt ingezet. Deze methode gaat uit van de vier G’s: gedachten, gevoelens, gedrag, gebeurtenis. Je zou volgens deze methode alles kunnen herleiden naar je gedachten en door je gedachten om te buigen dus ook invloed te kunnen hebben op je gevoelens, gedrag en gebeurtenissen.

Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar ik kan mijn gedachtes niet controleren hoor. Ik hoor vaak genoeg een grote lading onzin in mijn hoofd. Veel interessanter is het om een laag verder te kijken, als je het mij vraagt. De laag van het geloof, tussen je ziel/energie en je gedachten in.

Het geloof wordt gevormd door je beweegredenen en overtuigingen. Ook je zelfbeeld, eigenwaarde en zelfvertrouwen komen hier om te hoek kijken. Veel van deze dingen worden je aangeleerd:

– Een kind dat opgroeit bij de IS zal in bijna alle gevallen vol overtuiging die beweging steunen
– Een kind dat opgroeit in een moslims gezin wordt bijna altijd moslims
– Een kind dat geboren wordt in 1990 en opgroeit in Andijk is waarschijnlijk niet gelovig

Maar ook kleinschaliger:

– Een kind dat opgroeit met twee lesbische moeders staat waarschijnlijk open voor homoseksualiteit
– Een kind dat mishandeld wordt in zijn of haar jeugd heeft waarschijnlijk een lager zelfbeeld dan klasgenoten die niet mishandeld zijn
– Een kind met gescheiden ouders die veel ruzie hadden gelooft wellicht minder in de liefde

Kortom: alles wat je meemaakt vormt je en hier trek je conclusies uit. Je leert ervan, je neemt dingen over van je omgeving, je creëert overtuigingen en gaat hier naar handelen.
Op zich is dat nuttig. Hierdoor kunnen we met zijn allen in redelijkheid met elkaar leven: het zou vreemd zijn als het ene kind in een gezin hier in Nederland een IS aanhanger wordt, de ander moslims en de ander atheïst. Overtuigingen en het betekenis geven aan omstandigheden bindt een groep en vormt een samenleving.

Individuele overtuigingen

Op persoonlijk vlak is dat wat je gelooft erg bepalend voor wat je gaat doen. Je geloof leidt uiteindelijk naar je gedrag.

– Een vrouw die gelooft dat ze dom is, zal meer moeite kunnen ervaren zich krachtig op te stellen in een overleg
– Iemand die gelooft dat niemand haar aardig vindt, zal zich meer afzijdig houden in sociale bijeenkomsten en deze situaties minder opzoeken
– Iemand die gelooft dat elke dag keihard sporten nodig is om zich goed te voelen, is elke dag in de sportschool aanwezig (ook bij vermoeidheid)
– Iemand die gelooft dat een feestje niet gezellig is zonder alcohol, zal veel moeite ervaren als ze dit beter niet meer kan doen voor haar gezondheid.

Kort samengevat

1. Je bent bij geboorte dus een ziel, een bepaalde energie.
2. Gaandeweg je leven leer je van alles door je omgeving. Je creëert beweegredenen en overtuigingen, je geloof.
3. Hieruit komen veel van je gedachtes, naast de gedachtes die random door je hoofd heen blijven bewegen.
4. Vanuit je ziel, je geloof en je gedachtes komen bepaalde gevoelens.
5. Samen leiden je ziel, je geloof, je gedachtes en je gevoelens tot bepaald gedrag.
6. Dit gedrag heeft invloed op een gebeurtenis.

Dit is heel belangrijk om te begrijpen, om uit die vicieuze cirkel van PCOS te komen.

Daarnaast is het belangrijk te beseffen dat mensen graag gewoontes creëren. Dat wat je vaak doet, maak je je eigen en gaat vertrouwd voelen. We voelen ons comfortabel en denken dat dit zo moet blijven, dat het ‘bij je hoort’. Dat wat je vaak doet koppel je dan aan je identiteit.
Ik was bijvoorbeeld tot acht jaar terug onbekend met crossfitten. Ik was geen sporter, laat staan krachttraining. Fitness had ik geprobeerd maar dit demotiveerde mij alleen maar. Crossfit vond ik leuk en hier werd ik fanatiek in. Nu, acht jaar later, noem ik mezelf sportief en zien mensen mij ook zo. Echter, dit is ontstaan omdat ik het gewoon heel vaak ben gaan doen. 
Ik heb mezelf als het ware in een omgeving gebracht waar sporten normaal was en hierdoor werd het voor mij ook normaal. Het creëerde de overtuiging dat ik ‘een sporter ben’, ik koppelde het aan mijn identiteit. Door het vaak te doen werd de overtuiging alleen maar versterkt.

Dit kan bekrachtigend werken, maar ook ontkrachtend. Als jij nu ontzettend gewend bent aan een bepaald patroon en je je hier helemaal mee identificeert, is het moeilijk dit los te laten for the better.
Afgelopen week sprak ik een vrouw met PCOS die het lastig vond rust in te bouwen in haar leven, ook al wist ze dat het ontbreken van rust en de hoge mate van stress in haar leven waarschijnlijk de oorzaak was van haar huidige PCOS klachten. Ze noemde:

ik ben nu eenmaal een sporter en vind het verschrikkelijk om hierin te minderen. Dat wil ik gewoon echt niet, het is mijn uitlaatklep.’

Je kan je hierbij afvragen of dit echt zo is, of dat ze dit zo gewend is dat ze zich hier comfortabel in voelt (en ze bij het afwijken hiervan dus onrustig voelt).

Ook als iemand elk weekend drinkt bij gelegenheden, groeit bij hem of haar de overtuiging dat drinken nodig is om het gezellig te hebben. Als diegene stopt, voelt dit als een gemis en zullen de gelegenheden inderdaad minder gezellig zijn. Het lijkt alsof zijn overtuiging klopt: zonder alcohol is het minder gezellig. Het vergt tijd en herhaling om de oude overtuiging los te laten en de nieuwe overtuiging te kunnen waarderen(en het dus comfortabel voelt).

 

Dit voorbeeld illustreert wat ik bedoel:

Stel, je bent aan het wandelen en je komt bij een groot maisveld. Je moet er dwars doorheen om verder te kunnen. Het veld is nog nooit doorkruist dus je begint gewoon te lopen.
Uiteindelijk kom je ergens uit aan de andere kant van het veld. Je besluit verder te gaan met je route.
De volgende dag tref je weer hetzelfde maisveld en je ziet nog waar je gelopen hebt. Daarnaast weet je ook waar het pad op uit komt: je hebt het immers gister ook al gelopen. Je kiest hetzelfde pad, dit is meer vertrouwd én beter begaanbaar dan de rest van het veld – het is hier en daar al vlak getrapt.
De dagen die volgen heb je veel zin om te wandelen en doorkruis je iedere keer hetzelfde maisveld op dezelfde manier. Het pad wordt steeds begaanbaarder en comfortabeler.
Maar in de periode dat volgt ben je niet zo blij met waar je uitkomt na het maisveld. De route die je na het verlaten van het maisveld moet afleggen valt je wat zwaarder. Als je bij de ingang van het maisveld staat, twijfel je: ga je je oude vertrouwde pad bewandelen of kies je ervoor een nieuw pad te maken?
Pfoe.. Een nieuw pad, die je nog helemaal plat moet stampen én waarvan je niet weet waar het uitkomt? Nee, je gaat toch maar voor het oude pad. Dat kost tijdens het doorkruisen een stuk minder moeite – en wie zegt dat een nieuw pad je naar een beter punt leidt?
Pas als de pijn aanhoudt en dusdanig groot is, zal je het afleggen van een nieuwe route serieus gaan overwegen. En dan nog vergt het moed en doorzettingsvermogen het nieuwe, onbekende pad in te slaan.

Terug naar PCOS

In je leven leidt bepaald gedrag naar PCOS. Je doet dingen die de balans verstoren: bewust of onbewust. Je lichaam wil zo optimaal mogelijk functioneren en zal bij de juiste omstandigheden ook goed functioneren als je PCOS hebt. Als jij nu het idee hebt dat je vastloopt, kan het helpen in te zoomen op wat je gelooft. De afbeelding kan hierbij helpen: door bijvoorbeeld eerst je gedrag onder de loep te nemen kan je via gevoelens en gedachtes uitkomen op wat je gelooft.

Let hierbij op: je overtuigingen kunnen hardnekkig zijn. Zeker als bepaald gedrag naar PCOS heeft geleid, kan dit je geloofssysteem bevestigen. Een voorbeeld:

Mijn overtuiging was dat ik heel clean moet eten en vaak moet sporten om van PCOS af te komen.
Dit leidde tot vier keer in de week trainen en een strikt voedingspatroon aanhouden, aangevuld met supplementen.
Mijn menstruatie bleef uit: klachten bleven aanwezig.
Mijn conclusie: ik doe het nog niet goed genoeg met mijn voedingspatroon en sportritme. Ik ga vaker sporten, wellicht moet ik nog fitter worden, minder vet eten en ik laat een bloedtest doen om te kijken welke supplementen mij beter kunnen ondersteunen.
Mijn overtuiging werd sterker: clean eten en vaak sporten is super belangrijk, anders gaat het nog minder goed. Mijn overtuiging werden oogkleppen waardoor ik andere waarheden niet goed in wilde zien.
Tot ik stagneerde. Uiteindelijk vormen zich in een dergelijk proces belemmerende overtuigingen. Ze werken je tegen, ze laten je niet inzien wat er nog meer kan.

Daarnaast worden bepaalde overtuigingen versterkt door emoties als angst en daarmee nog minder makkelijk om te buigen.

Hoe vorm je een geloofssysteem dat wél werkt?

Je krijgt genoeg signalen om mee aan de slag te gaan: je moet ze alleen willen zien. Hoe doe je dat?

  1. Krijg inzicht in je geloofssysteem:
    1. Wat vind je jezelf waard?
    2. Wat mag je van jezelf?
    3. Wat verdien je van jezelf?

Hieruit vloeit uiteindelijk voort wat je doet, ook als dit niet-werkende omstandigheden in stand houdt. Als je bijvoorbeeld eigenlijk geen snoep meer zou moeten eten, maar je doet het toch, zou je jezelf af kunnen vragen of het wel klopt wat je jezelf waard vindt.
Inventariseer eens wat jij op bovenstaande vragen antwoord – concrete situaties/gedragingen waar je van af zou willen, leiden je tot inzicht.

  1. Weet welke beperkende overtuigingen je verandert wilt hebben:
    1. Wat zijn jouw beperkende overtuigingen?
    2. Hoe houden die je tegen? Beschrijf dit.
  2. Creëer duidelijke beweegredenen:
    1. Waarom wil je van je beperkende overtuigingen af?
    2. Waar wil je naartoe bewegen en waarom?
    3. Wat is er zo belangrijk aan?
    4. Waar sta je voor?
    5. Hoe zou je liever willen zijn?
    6. Wat zou je liever willen voelen?
    7. Hoe zou je liever willen handelen?
  3. Creëer een andere/tegenovergestelde overtuiging die je helpt te doen wat je werkelijk wilt doen. Een voorbeeld van een beperkende overtuiging: ‘als ik mijn emoties toon kunnen mensen mij afkraken’. Een voorbeeld van een helpende overtuiging: ‘als ik mijn emoties toon kunnen mensen mij beter steunen en begrijpen’. Repeteer deze overtuiging: herinner je jezelf hier meerdere keren per dag aan (door post-its, een wekker op je telefoon, etc).
  4. Ga staan voor wat je belangrijk vindt: ergens voor gaan staan en dit uitdragen helpt je te groeien: je straalt een bepaalde energie uit dat door je omgeving wordt opgevangen. Hierdoor zal je ook meer van die energie terug krijgen en makkelijker je doel behalen (ook wel manifesteren genoemd). Andersom werkt dit ook zo: als je in een lage energie blijft leven, zal je ook meer van die lage energie aantrekken. Het begint bij jou, maar je kan jezelf helpen je bewust te omringen met andere omstandigheden die in lijn liggen met wat jij belangrijk vindt (zoals een lidmaatschap op crossfit, bijvoorbeeld).
  5. Verander je overtuigingen: door genoeg ervaringen op te doen die in lijn liggen met wat jij belangrijk vindt, bevestig je je nieuwe, prille overtuigingen. Je draait de vicieuze cirkel om en begint te groeien. Als je inzicht heb gekregen wat je wilt gaan veranderen en je gaat over in actie, helpt het om te beseffen dat we van nature meer voorkeur hebben voor comfort. Denk aan het voorbeeld van het maisveld: onze voorkeur gaat naar het bewandelen van het comfortabele pad. Echter kan alles ook weer comfortabel worden: als we durven ons pad te veranderen zal onze geest snel op zoek gaan naar nieuwe vormen van comfort en gewoonte.
    Doen dus!
  6. Creëer nieuw, helpend gedrag: uiteindelijk leidt alles tot bepaald gedrag wat je helpt om in balans te komen met je PCOS. Geef dit de tijd en geniet van de reis.

Samenvatting

PCOS is een syndroom waarvan de symptomen door vele omstandigheden kunnen verslechteren. Door goed naar je lichaam te luisteren kan je jouw leven zo inrichten dat je hormoonbalans ervaart. Als je nu het gevoel hebt vast te zitten, werk je jezelf bewust of onbewust tegen.  Je hebt ergens in je leven een geloofssysteem aangeleerd en daarmee bepaalde (beperkende) overtuigingen. Deze kunnen in de weg staan voor gedragsverandering en zijn vaak hardnekkig om te herkennen – laat staan onder ogen te willen zien.

– Je bent bij geboorte dus een ziel, een bepaalde energie.
– Gaandeweg je leven leer je van alles door je omgeving. Je creëert beweegredenen en overtuigingen, je geloof.
– Hieruit komen veel van je gedachtes, naast de gedachtes die random door je hoofd heen blijven bewegen.
– Vanuit je ziel, je geloof en je gedachtes komen bepaalde gevoelens.
– Samen leiden je ziel, je geloof, je gedachtes en je gevoelens tot bepaald gedrag.
– Dit gedrag heeft invloed op een gebeurtenis.

De afbeelding neemt je stapsgewijs mee in hoe dit proces ontstaat en werkt.
Dit proces kan je echter ook omkeren, door het uitvoeren van de volgende stappen:

1. Krijg inzicht in je geloofssysteem.
2. Weet welke beperkende overtuigingen je verandert wilt hebben:
3. Creëer duidelijke beweegredenen:
4. Creëer een andere/tegenovergestelde overtuiging die je helpt te doen wat je werkelijk wilt doen.
5. Ga staan voor wat jij belangrijk vindt
6. Verander je overtuigingen
7. Creëer nieuw, helpend gedrag
Je bent bij geboorte dus een ziel, een bepaalde energie.

Kan je hiermee aan de slag? Mooi! Waarschijnlijk ben je dan al een heel eind in je proces met PCOS. Als dit voor jou nog lastig is, zit je waarschijnlijk nog in fase 1 van PCOS. Wat dit is en hoe je hier mee om kan gaan deel ik in mijn nieuwsbrief volgende week(samen met drie recepten die je biologische conditie een boost geven!). Wil je op de hoogte blijven? Stuur dan even een mail naar info@loesreus.nl of laat je gegevens achter bij contact.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Puur
Duurzaam
Verantwoordelijk
Verbonden

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 36

Testosteron bij vrouwen met PCOS – deel 2

Testosteron bij vrouwen met PCOS – deel 2

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Om PCOS goed te begrijpen en zeker ook om te weten waarom je bepaalde aanpassingen gaat doorvoeren ter vermindering van je klachten, helpt het om inzicht te krijgen in hoe je hormonen werken.

blog 36

Ik heb eerder een blog gewijd aan de normale werking van het menstruatiecyclus en ik schreef ook over insulineresistentie en bijnieruitputting. Deze laatste twee verschijnselen hebben veel invloed op de wisselwerking tussen je hormonen: ook bij mensen zonder PCOS. Het kan bij iedereen ontstaan en ook juist een aanleiding zijn voor PCOS in plaats van een gevolg.

In mijn blog van vorige week heb ik al het een en ander uitgelegd over het hormoon testosteron en de werking ervan op het lichaam. In dit artikel ga ik verder in op de wisselwerking tussen testosteron en andere hormonen bij een gezond lichaam, om vervolgens de samenhang met PCOS meer te gaan begrijpen. De samenwerking en balans tussen testosteron en deze twee hormonen zijn van grote invloed op de andere processen in je lichaam.

Het metabolisme – de energiehuishouding

Allereerst is het belangrijk om te weten hoe onze energiehuishouding in grote lijnen werkt. Energie wordt verkregen door de wisselwerking tussen het katabolisme en het anabolisme.

Anabolisme zorgt ervoor dat energie wordt opgeslagen en kost dus energie. Het zorgt voor spieropbouw en vetopslag en door het anabolisme krijgt je lichaam weer volle energievoorraden. Dit proces wordt aangezet door testosteron en vindt plaats tijdens rust.

Katabolisme zorgt ervoor dat de energie die aanwezig is in je lichaam vrij komt zodat je het kan gebruiken: vet wordt omgezet in energie en de energie in je spieren wordt benut. Dit proces wordt aangezet door cortisol en vindt plaats tijdens en vlak voor actie(1).

De wisselwerking tussen testosteron en cortisol

Testosteron en cortisol hebben veel met elkaar te maken en samen zorgen ze voor een goede energiehuishouding. Beiden zijn eindproducten van de hormonen die de bijnier afscheid – deze hormonen kennen verschillende stadia. Ieder stadium kent een andere naam, zie hiervoor de afbeelding van mijn vorige post en de afbeelding van deze post.

In stressperiodes maakt het lichaam veel plaats voor de aanmaak van cortisol: het katabole systeem wordt voornamelijk geactiveerd. Gedurende deze periode is er geen ruimte voor het anabole proces: testosteron is minder belangrijk dan cortisol – want stresssituaties zijn oorspronkelijk zaken van leven of dood. Testosteron is gelinkt aan de voortplanting, wat ondergeschikt is aan overleven. Teveel stress leidt dus in principe tot lagere testosteronwaardes(2).

De wisselwerking tussen testosteron en oestrogeen

Testosteron en oestrogeen hebben ook met elkaar te maken.
Oestrogeen wordt door follikelcellen afgegeven gedurende de menstruatiecyclus. In de eerste helft van de cyclus worden follikelcellen gestimuleerd door FSH en LH en hierdoor neemt het oestrogeengehalte in het bloed toe.
hiernaast wordt oestrogeen ook gevormd in vetcellen. Zie hiervoor de afbeelding: de bijnieren zorgen voor de aanmaak van geslachtshormoon testosteron, en door het enzym aromatase kan dit omgezet worden in oestrogeen.  Dit proces wordt aromatisering genoemd en het enzym aromatase is te vinden in vetcellen. Hoe meer vetcellen, hoe meer testosteron er door dit enzym wordt omgezet naar oestrogeen. Daarnaast zorgen oestrogenen voor extra vetopslag: wat weer leidt tot meer aromatisering, enzovoort.

Hoe minder testosteron, hoe meer oestrogenen (in verhouding). Als er dus sprake is van stress(cortisol), wat testosteron verlaagd, neemt de kracht van oestrogeen toe en blijft de negatieve cirkel in stand.
Ook verlaagd stress de hoeveelheid progesteron. Onder invloed van stress wordt progesteron omgezet in 17-OH progesteron en vervolgens verder in het systeem verwerkt tot cortisol én oestrogeen.  Deze indirecte relatie tussen deze hormonen lijkt op lange termijn te kunnen leiden tot oestrogeendominantie(3). Oestrogeendominantie brengt schommelingen in het menstruatiecyclus teweeg, met vele symptomen die hierbij komen kijken.

Andere oorzaken van verhoogde oestrogeenwaardes zijn oestrogenen uit voeding; zogenaamde Xeno en Fyto-oestrogenen. Dit zijn stoffen die lijken op oestrogenen en ook eenzelfde, lichtere, reactie geven in het lichaam.

Hoe zit het dan met PCOS?

Vrouwen met PCOS hebben over het algemeen geen lage testosteronwaardes, zoals ik in mijn vorige blog ook schreef.
Bij PCOS blijft de eisprong gedeeltelijk of volledig uit. Hier gaat het lichaam op reageren: het merkt dat er geen eisprong plaats vindt en het laat de hypofyse nog meer LH aanmaken om de follikels te laten rijpen. Hierdoor neemt de hoeveelheid oestrogeen én testosteron toe. Samen met insulineresistentie (dat ook de aanmaak van testosteron via de eierstokken stimuleert) kan testosteron dus flink toenemen, met nog meer hormonale disbalansen tot gevolg(4).
Opvallend is dat er sprake kan zijn van oestrogeendominantie én verhoogde testosteronwaardes: iets wat elkaar normaal tegenwerkt.

In mijn vorige blog schreef ik over de SHBG waardes in het bloed, het eiwit dat zich aan vrij testosteron bindt en het inactief maakt. Verhoogd cortisol en insulineresistentie verlagen deze SHBG waardes, waardoor vrij testosteron in grotere mate in het bloed aanwezig én actief kan zijn(5).
Stress heeft dus mogelijk via twee kanten invloed op PCOS: het verhoogd het effect van vrij testosteron en het verhoogd de kans op oestrogeendominantie.

Conclusie

Door de disbalansen van PCOS te begrijpen, kan je inzien op welke manier je meer grip hierop krijgt.

– Oestrogeendominantie werkt PCOS tegen: het verlagen van je vetpercentage helpt
– Cortisol werkt PCOS in de hand door testosteron en progesteron te verlagen en oestrogeen te verhogen: stress verminderen (mentaal en fysiek) brengt meer hormoonbalans
– Insulineresistentie tegengaan om zo SHBG waardes te verhogen, verlaagd vrij testosteron en zorgt voor meer hormoonbalans.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Puur
Duurzaam
Verantwoordelijk
Verbonden

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 35 foto

Testosteron bij vrouwen met PCOS

Testosteron bij vrouwen met PCOS

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Naar aanleiding van mijn vorige blog kreeg ik vragen over de werking van Testosteron en hoe je dit nog meer kunt beïnvloeden. Om wat duidelijkheid hierover te krijgen, ga ik er in dit artikel dieper op in.

blog 35 foto

Wat is testosteron?

Testosteron is het mannelijk geslachtshormoon en één van de vele hormonen in het menselijk lichaam. Hormonen worden door het bloed vervoerd en hormoonwaardes zijn dus ook door bloedonderzoek te meten. Iedereen heeft testosteron, man én vrouw. Het hormoon bepaalt in de embryo-fase al of iemand zich ontwikkeld als man of als vrouw. In het verdere leven heeft het invloed op de ontwikkeling van de geslachtsorganen en geslachtskenmerken zoals bijvoorbeeld schaamhaar.  Daarnaast heeft het invloed op (onder andere) het libido, humeur, energiehuishouding en spieropbouw. Het is van invloed op talgproductie (de bekende jeugdpuisten hebben hier een link mee) en kan ervoor zorgen dat iemand kaal wordt.

Testosteron bij mannen

Testosteron wordt voornamelijk in de geslachtsklieren van de man aangemaakt, tot zo’n 70%. 30% wordt in de bijnieren gemaakt. In totaal zo’n 7 mg/dag.
Veel mannen willen meer genieten van de voordelen van testosteron, zoals meer spiermassa en meer algehele ‘mannelijkheid’. Hoe een man op een natuurlijke manier zijn testosteronwaardes kan optimaliseren of verhogen, staat veel over geschreven op internet: zoals het doen van intensieve krachttraining, eten van gezonde vetten (omega 3) en vooral ook te kijken naar de gehele levensstijl – testosteronwaardes zijn een product van alle factoren in jouw leven en voedingspatroon. Als je hier meer over wilt lezen raad ik je aan even te Googlen. O.a. Jesse van der Velde en Ralph Moorman hebben er informatieve stukken over geschreven.

Testosteron bij vrouwen

Bij volwassen vrouwen wordt testosteron ook aangemaakt door de bijnieren, ongeveer voor 50%. De overige 50% wordt door de vrouwelijke geslachtsklieren (de eierstokken dus) geproduceerd, in totaal zo’n 1 á 2 mg/dag. Bij onvolwassen vrouwen wordt er verhoudingsgewijs meer testosteron aangemaakt door de bijnieren(1).

Op internet wordt je overspoelt met informatie voor mensen die hun testosteron willen verhogen. Lage testosteronwaardes bij vrouwen komt vaak voor en kan leiden tot klachten zoals verminderd libido, moeite met afvallen, menstruatieklachten en vermoeidheid. Vaak is de oorzaak niet per sé een te lage hoeveelheid testosteron, maar een te hoge hoeveelheid oestrogeen (oestrogeendominantie). Oestrogenen overheersen dan het hormonale systeem.

Hoe werkt testosteron?

Testosteron is opgebouwd uit vetten. Het wordt in het bloed gebonden aan verschillende eiwitten: 2 tot 3% van het testosteron is vrij in het bloed aanwezig. Een percentage van 20 tot 40% van het testosteron is gebonden aan albumine (eiwit) en 60 tot 80% van het testosteron is zeer vast verbonden met het zogenaamde Sex Hormone-Binding Globulin (SHBG)(2).
De gebonden testosteron wordt inactief door het bloed vervoerd voor andere functies in het lichaam.

Het vrije testosteron neemt alle bekende symptomen met zich mee. Veel bodybuilders willen een zo hoog mogelijke hoeveelheid vrije testosteron, omdat dit de hoeveelheid spiermassa kan bevorderen. De anabole steroïden beïnvloeden het binden van het testosteron met de Albumine en SHBG, zodat er een hoger percentage vrij in het bloed blijft en spiergroei bevorderd. Echter, gezond is deze optie niet en er zijn natuurlijke manieren om de hoeveelheid vrij testosteron te verhogen(3). 

Testosteron wordt gemaakt van cholesterol. Dit wordt in meerdere stappen omgezet, met behulp van bepaalde enzymen (hulpeiwitten). Deze enzymen zijn nodig om de ene stof in de andere stof om te kunnen zetten. Zie hiervoor de afbeelding: de enzymen zijn in een wit lettertype afgebeeld.
Voor een goede testosteronhuishouding (en ook aldosteron en cortisol) dienen deze enzymen allemaal voldoende aanwezig te zijn(4). Bij gebrek of overschot van een van de enzymen kunnen voorlopende stoffen ophopen en hierdoor kunnen de hoeveelheden aldosteron, cortisol en testosteron uit balans raken met geslachtsproblemen tot gevolg.
Opvallend: bij onvoldoende aanwezigheid van het enzym CYP21 (21-hydroxylasedeficiëntie) ontstaan klachten die overeenkomen met PCOS zoals acné, onregelmatige cyclussen en overbeharing(5).

Hoe werken receptoren en waarom zijn ze belangrijk?

Het effect van de hoeveelheid vrije testosteron in het bloed vind pas plaats als het opgevangen wordt door receptoren van bepaalde doelcellen. Als een receptor het testosteron opvangt, komt de testosteron bij het DNA van die cel aan en kan het zijn werk gaan doen. Echter, de gevoeligheid van deze receptoren is van grote invloed op het effect van het ronddwarrelende testosteron. Anders gezegd: als er bijvoorbeeld veel mensen om jouw huis heen lopen, kun je niet met ze in contact komen voordat je de deur open doet. De deur staat gelijk aan de receptor: als de deur op slot zit of moeilijk open gaat, blijven de mensen om je huis heen wandelen of blijft de testosteron dus om de cel heen bewegen. De gevoeligheid van de receptoren waar testosteron op past (of omgezet DHT, zie afbeelding) is afhankelijk van het aminozuur glutamine. De hoeveelheid glutamine-moleculen op deze receptoren bepaald in welke mate testosteron toegelaten wordt in de cel. Als dit er zo’n 11 zijn, wordt testosteron makkelijk toegelaten. Als het er zo’n 30 zijn, wordt testosteron nagenoeg niet toegelaten en bij 40 is er een complete ongevoeligheid voor het hormoon.

Testosteron bij vrouwen met PCOS

PCOS (en andere stoornissen in vruchtbaarheid maar ook in gedrag) kan samenhangen met de lage aantallen glutaminemoleculen aan de receptoren die testosteron opnemen. Er hoeft dan niet per sé veel testosteron in het bloed aanwezig te zijn, maar de gevoeligheid en de mate van opname is dan hoog. Dezelfde hoeveelheid testosteron als bij een gezonde vrouw kan dan bij een vrouw met PCOS voor problemen zorgen.

Toch zijn er ook veel vrouwen met PCOS die weldegelijk hogere testosteronwaardes hebben.  De oorzaak hiervan is niet geheel bekend, maar het komt veelal voort uit de eierstokken: die maken teveel testosteron aan. Vermoed wordt dat de insulineresistentie waar veel vrouwen met PCOS mee kampen, een aanleiding is voor deze overproductie. Omgekeerd zijn hoge testosteronwaardes van invloed op de mate waarop je last hebt van insulineresistentie. Er is sprake van een kip en het ei verhaal: wat precies de oorzaak en het gevolg is, is nog niet duidelijk.

CONCLUSIE

Uit de tekst kunnen verschillende conclusies worden getrokken:

– Hoe hoger de SHGB en Albumine waardes zijn, hoe minder vrij testosteron er in het bloed rond circuleert en dus hoe minder testosteron er in aanraking komt met de receptoren van de doelcellen van testosteron.
– Hoe meer glutaminemoleculen er aan een dergelijke receptor gebonden zijn, hoe minder gevoelig deze receptor wordt om vrij testosteron op te nemen en hoe minder testosteron zijn werk kan doen in de cellen (omdat het dus minder wordt toegelaten).
– Hoe minder er sprake is van insulineresistentie, hoe minder testosteron wordt aangemaakt door de eierstokken. Een hogere gevoeligheid voor insuline resulteert in normalere testosteronwaardes.

Volgende keer ga ik in op de wisselwerking tussen testosteron en andere geslachtshormonen én wat je zelf kan doen om het effect van testosteron bij jou te verminderen.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Puur
Duurzaam
Verantwoordelijk
Verbonden

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

20170801_183359

Sociale media en de invloed op jouw leven

Sociale media en de invloed op jouw leven

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Deze week ga ik verder in op het onderwerp van vorige week: sociale verbinding, de invloed van je omgeving. Het lijkt misschien wat ver verwijderd van PCOS – maar dat is het niet. Het belang van een sociale context wat voor jou werkt staat aan de basis van jouw welzijn: je kan het niet overslaan. Pas als dit goed zit, kan je specifieke gedragsverandering in gang gaan zetten.

Dus: lees verder.

Met dit artikel wil ik jou laten werken aan het optimaliseren van jouw sociale context.

20170801_183359

Afgelopen week deelde ik een stuk over de situatie van Sofie.  
Aan de hand hiervan ben je wellicht aan de slag gegaan, heb je er over nagedacht: Wat voor invloed heeft mijn omgeving bij mij? En waar heb ik positieve invloed op?

Je dacht na over je vrienden. Je kennissen. Je collega’s, je familie. Je werk, je sportvereniging, je club. Wat voor invloed hebben zij op jou? Helpen ze je?

(Onder helpen versta ik niet dat het altijd comfortabel contact hoeft te zijn: een sociale context dat je helpt is er voor je als je dreigt te vallen: echte struggles hebt of juist dat weerwoord nodig hebt)

Maar heb je ook nagedacht over Instagram? Facebook? Twitter? Youtube? Zelfs Linkedin?

Dagelijks voeden wij ons vaak onbewust met iets wat te boek staat als sociaal: Social Media.
Vooral Instagram wordt een steeds groter onderdeel van onze sociale omgeving. Met steeds groter bedoel ik: bij meer mensen, meer uren (!) en meer keer per dag, aldus het CBS. De effecten ervan zijn verschillend per persoon en kunnen zowel een positieve als negatieve uitwerking hebben – volgens de ondervraagden(1). Of het jou helpt of niet hangt af van de vorm die het heeft.

Ga eens bij jezelf na:

Wie tref je daar? Wat zie je daar? Wat leer je daar?
Het weegt allemaal mee in hoe jouw leven vorm krijgt –waarschijnlijk meer dan je denkt.
Heeft jouw social media de vorm dat werkt voor jou?

Waarom dit belangrijk is?

Mensen zijn complexe wezens die verschillende motieven hebben om bepaald gedrag te laten zien.  Grote drijfveren zijn liefde en angst, afkeuring en goedkeuring en biologische drijfveren zoals honger en dorst. Wederom laat de piramide van Maslow goed zien welke behoeftes hieraan ten grondslag liggen.

Sociale media biedt manieren om de behoefte aan liefde en goedkeuring te bevredigen en te  manipuleren; en dit gebeurt dan ook massaal. Het kan zelfs verslavend werken: een reactie of ‘like’ maakt dopamine aan in de hersenen(2). Dopamine is een verslavende stof die ons in een natuurlijke situatie mentaal beloond. Dit wordt in de psychologie ook wel conditionering genoemd: de beloning leidt tot herhaling van het gedrag. En in het geval van Social Media is er zelf sprake van een beloning in een vorm dat lijkt op partiële of intermitterende bekrachtiging. Dit wil zeggen dat niet alle handelingen beloond worden. Dit schijnt een nog verslavender effect met zich mee te brengen: je weet immers niet wanneer je welke mate van beloning kan verwachten(0 likes of 100 likes), waardoor een daadwerkelijke beloning een extra hoeveelheid dopamine met zich mee brengt(3). Social media combineert deze conditionering met een van onze basisbehoeftes: sociale verbinding. Het lijkt onze behoeftes op dit vlak te bevredigen en we maken er dan ook massaal gebruik van.

Maar de waardering, erkenning, liefde of goedkeuring die we via deze weg krijgen, is niet te vergelijken met de intimiteit dat wij als mensen echt behoeven. Dus ook al kan Social media je helpen, het vult deze basisbehoeftes niet op.

Daarnaast laat het ons een vorm van de werkelijkheid zien dat niet klopt. Er worden hele specifieke beelden voorgehouden, wat leidt tot een gevoel van maakbaarheid en het idee dat je nooit goed genoeg bent. Je wordt immers overrompeld door een overdaad aan strakke, gezonde, fitte en vooral ontzettend gelukkige mensen. Het kan de illusie opwekken dat je hieraan moet beantwoorden, hieraan mee móet doen. Dat ‘ook jij’ continu succes moet ervaren, moet presteren. Dat je tegen de mensen en beelden van social media op moet boksen. Mensen hebben de behoefte zich te conformeren, en de lat wordt hierin door Social Media erg hoog gelegd(4).

Hoogleraar Psychologie Paul Verhaege beschrijft zijn visie op social media als volgt: ‘We moeten de anderen verslaan maar we hebben ze ook nodig om de hele tijd applaus te krijgen, wat van een enorme onzekerheid getuigt.’

Zij die de maatschappij observeren zullen het met mij eens zijn: we leven in een mobiel tijdperk. Iedereen kijkt op zijn mobiel. En hoewel dit in mijn beleving niet per sé fout is, maakt het wel uit wat je daar op die mobiel dan doet – en of je het apparaat ook aan te kant weet te leggen. Om weer gewoon in jouw omgeving te zijn, met jezelf.
Scroll je eindeloos op social media of lees je een inhoudelijk artikel als je in de trein zit?
Kijk je naar een video dat gerelateerd is aan je studie of baan je je een weg door alle Youtube-vloggers?
Ligt je telefoon in de la als je aan het eten bent met je gezin, of staat het geluid aan en ligt het binnen handbereik (en check je het meerdere keren zonder reden, tijdens het eten)?

Kijk eens kritisch. En realiseer je dat het onderdeel is van je sociale context: is het helpend? Of verstorend? Je conformeert je met je omgeving: de online-omgeving hoort hier bij.

Momenteel is de trend sterk aan het groeien dat je goed voor je lichaam moet zorgen: gezond eten, sporten, trainen van de geest. Begrijp mij niet verkeerd, ik ben hier natuurlijk voorstander van en voor vrouwen met PCOS is het ook zeer aan te raden. Maar het startpunt is wel bepalend: zorg jij goed voor jezelf uit oprechte zelfzorg, of uit bezorgdheid over de afstand die we nog moeten afleggen op het ideale lijf te verwerven(5)? Met de overtuiging dat het punt waar je nu staat nog niet goed genoeg is?

Zijn we met al die nieuwetijdse normen aan het vervreemden van ons lichaam en geest? Want, als alles zo goed moet gaan(wat veel social media suggereert), is er te weinig ruimte voor mislukking, falen, honderd keer proberen en afwijken. En als hier wel sprake van is, wordt het een te grote last: krijgt het teveel negatieve betekenis. Paul Verhaeghe: ‘De angst voor ontmaskering, voor falen is nieuw en alomtegenwoordig. Als perfectie de norm is, dan is elke fout een reden tot schaamte en angst voor ontmaskering.’

Bij het lezen van het stuk van Verhaeghe dacht ik ook veel aan het boek ‘leven in verbinding’ van Irene van Lippe-Biesterveld. In beiden lees je het belang van echte verbinding terug als essentieel onderdeel om goed voor jezelf en je omgeving te kunnen zorgen. En dat terwijl we in een tijd leven van misleidende vormen van verbinding(vaak in vormen die leiden tot constante afleiding) en een (te) grote rol van individualisme.

Gelukkig kan je hier wat aan doen. In mijn vorige blog vroeg ik je na te denken over je sociale omgeving. Doe dit nu eens met jouw online-omgeving: wie volg je op Instagram? Welke bedrijven of mensen tref je op Linkedin? Van welke groepen ben je lid op Facebook?

Word je overspoeld met meldingen die niets anders dan afleiding veroorzaken? Ga hier dan mee aan de slag en verwijder jouw connectie hiermee. Geef zodanig vorm aan jouw sociale omgevingen online dat je, als je wel een keer aan het scrollen bent, in aanraking komt met mensen en informatie waar je wél wat aan hebt.

Vorig jaar heb ik mijn Whatsappgroepen, Facebookgroepen, Facebook-vrienden, gelikede pagina’s en gevolgde Instagram-profielen al kritisch bekeken en grondig opgeschoond.
Afgelopen week deed in hetzelfde. Het gaat niet om de kwantiteit: de hoeveelheid op internet is toch oneindig. Kies voor kwaliteit en zorg dat alles wat op je afkomt zo veel mogelijk past bij wie jij wilt zijn. Want handelen naar wie jij wilt zijn, dat is waar het om gaat.

(Op de foto een stukje van mijn context: Dennis en ik aan de eerste paal van ons tuinhuis 😉 )

Bronnen:

  1. Centraal bureau van statistiek, 2018, Opvattingen over sociale media, statistische trends
  2. Jeroen Verhoeven, De invloed van amfetamine, quinpirole en beloning op het dopaminerg systeem in het striatum van de rat m.b.v. [11C]-raclopride PET-experimenten, pagina 4
  3. G. Zimbardo, R.L. Johnson, V. McCann, Psychologie een Inleiding, 2009, blz 108
  4. Yuval Noah Harari , Sapiens, een kleine geschiedenis van de mensheid, 2017
  5. Paul Verhaeghe, Hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe pleit voor warmte, weerloosheid en imperfecte seks, De Morgen, 2018

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Puur
Duurzaam
Verantwoordelijk
Verbonden

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 32

Hoe jouw omgeving je tegenwerkt en wat je er zelf aan kan doen

Hoe jouw omgeving je tegenwerkt en wat je er zelf aan kan doen

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Dit verhaal gaat over Sofie. Sofie is een jonge vrouw van 30 jaar en werkt parttime als hoofdcaissière bij een groot supermarktketen. Ze woont samen met haar man Thomas, die een eigen bedrijf heeft in de handel van autobanden. Ze hebben geen kinderen.

Sofie en Thomas hebben allebei overgewicht. Hoewel Thomas hier geen problemen door ervaart, voelt Sofie zich futloos. Ze ervaart schommelingen in haar menstruatiecyclus en stemmingswisselingen. Ze is erg somber de laatste tijd, wat invloed heeft op haar relatie met Thomas. Er zijn vaker ruzies en Thomas vindt dat Sofie zeurt. Hij heeft allang al aangegeven dat ze eens moet stoppen met al dat snoepen, als ze er zo’n last van heeft.
Nadat Sofie haar frustraties heeft gedeeld bij haar kaartersclubje, wordt haar door een vriendin geadviseerd contact op te nemen met een diëtist. Hier krijgt ze tips om haar voedingspatroon aan te passen met het doel om af te vallen. De diëtist maakt een op maat gemaakt plan voor Sofie om zelf wat aan haar situatie te doen.

Klinkt goed! Sofie is ervan overtuigd dat ze het doel gaat halen wat ze voor ogen heeft. Ook Thomas en de vriendinnen van de kaartersclub zijn enthousiast. Met de tips van de diëtist kan Sofie haar eetgedrag aanpassen en zullen haar klachten verminderen.

Wat denk jij? Gaat het Sofie lukken?

blog 32

In de praktijk komen situaties zoals bij Sofie heel vaak voor. Veel mensen starten met goede moed met het aanpassen van hun leefstijl. Toch liegen de cijfers er niet om:

In 2017 had 49% van de Nederlanders boven de 18 jaar overgewicht.(1)
8,8 miljoen mensen in Nederland is chronisch ziek. Dit is 52% van de bevolking. (2)
10% van de vrouwen heeft PCOS. (3)

Verwacht wordt, dat deze cijfers alleen maar gaan toenemen – zolang we zo doorgaan.

Hoe kan dat nou? Als iedereen net als Sofie te horen krijgt wat zij moet doen?

Mensen zoeken graag een oplossing voor de problemen die ze ervaren.
Echter, er heerst een hardnekkige denkfout(4). Iemand die zelf problemen ervaart, denkt de oplossing ook volledig bij zichzelf te kunnen vinden.

Dit kent twee fases:

1: De oplossing ligt bij mezelf en ik zoek geen hulp.
2: De oplossing ligt bij mezelf, maar ik zoek wel hulp.

We gaan massaal in therapie, naar de sportschool of op dieet. Hoewel de persoonlijkheidspsychologie hier inderdaad ontwikkelmogelijkheden over beschrijft en erkend, is er sprake van een ‘ondergeschoven kindje’:

De invloed van sociale omstandigheden.

We hebben allemaal de neiging om het gedrag van mensen te verklaren door ons te richten op de persoonlijkheid van diegene:

‘Dat lukt Tim wel, Tim is een doorzetter!’
‘Dat is niks voor Charissa, ze heeft totaal geen concentratie.’
‘Piet kan niet presenteren, hij is ontzettend verlegen’

Het voelt wellicht veilig of logisch om te denken dat dit klopt.
Hierdoor lijkt het immers dat je de oplossing kan vinden bij jezelf, je hebt er macht over. Als iets je lukt, komt het door jou en als iets je niet lukt komt het ook door jou (en kan je besluiten het zelf te leren).

Echter, we zijn sociale wezens. Theorieën als ‘the need to belong’ en de piramide van Maslow onderkennen dit. De piramide van Maslow illustreert hoe de verbondenheid met andere mensen de emotionele processen en motivaties sterk kan beïnvloeden (5). Hiermee wordt bedoeld dat verbondenheid met andere mensen vóórgaat: het doel om bijvoorbeeld vijf kilo af te vallen is uiteindelijk minder belangrijk.
In de praktijk betekend dit bijvoorbeeld: als je als doel stelt vijf kilo af te willen vallen en in het proces merkt dat dit te grote veranderingen met zich mee brengt op sociaal gebied, zal je bezwijken en de sociale verbindingen weer verbeteren.

Een studie van de universiteit van Michigan (USA) concludeerde dat mensen met voldoende ondersteunende sociale relaties over het algemeen minder opties nodig hebben om een optimale keuze te maken in vergelijking met mensen die duidelijk minder gewaardeerde sociale relaties hebben (6).

Conclusie: we worden beïnvloed door onze omgeving, ook als het gaat om onze ogenschijnlijk individuele prestaties.  Tim kan een doorzetter zijn omdat hij zich gesterkt voelt door zijn vrienden en familie. Charissa heeft al zo vaak gehoord dat ze een dagdromer is, dat ze zich mogelijk niet geconcentreerd inzet en Piet zou best wel eens in een vertrouwde setting heel goed kunnen presenteren.

Terug naar het verhaal van Sofie. Hoe zou zij haar doel kunnen bereiken in haar situatie?
Is de kans groot dat zij blijvend resultaat behaald met de individuele tips?

Waarschijnlijk niet.

Wat Sofie zou helpen, is als ze haar context gaat veranderen.

Lid worden van een actieve sportvereniging.
De kaarters uitnodigen voor een wandeling.
Een maatje zoeken die al meer bekend is op het gebied van gezondheid.
Met Tomas een plan opstellen om thuis samen aanpassingen door te voeren op het gebied van voeding – wat bij hen beiden past.

Want hoe jouw omgeving wordt, wordt jij ook.
En de uitzonderingssituaties die er altijd zullen blijven, wegen dan lang niet zo zwaar.

Mijn doel van dit artikel is om jou eens te laten nadenken over jouw sociale omgeving.
Het is aan jou de beweging in gang te zetten om die geschikte context te creëren.
Vervolgens zorgt die context ervoor dat je jouw doelen kan gaan behalen.

Wat werkt mee? Welke situaties liggen in lijn met jouw doel?
Wat werkt niet mee? Kan je dat veranderen?

Denk daar dit weekend eens over na. En DOE vervolgens vooral: alleen dat wat je toepast is uiteindelijk echt van waarde.

Bronnen:

  1. Volwassenen met overgewicht en obesitas 2017, Volksgezondheid en Zorg, RIVM
  2. Chronische ziekten en multimorbiditeit, Cijfers en Context, Volksgezondheid en Zorg, RIVM
  3. Stichting PCOS, Wat is PCOS, https://www.stichtingpcos.nl/alles-over-pcos/wat-is-pcos/
  4. Sociale Psychologie, Elliot Aronson, 2012
  5. Maslow, A. H.(2013). A Dynamic Theory of Human Motivation. Black Curtain Press.
  6. Supportive Social Relationships Attenuate the Appeal of Choice, Psychological Science, O. Ybarra, David S. Lee & R. Gonzalez, 2012

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Puur
Duurzaam
Verantwoordelijk
Verbonden

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 30 laaggradige ontsteking

Laaggradige ontstekingen als oorzaak van PCOS

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Zoals jullie wellicht weten ben ik onderdeel van het testpanel van Project Nederland Oersterk.
Ik post wekelijks mijn bevindingen op instagram, en een van de begrippen die terugkomen in de literatuur is laaggradige ontsteking. Een leefstijl die laaggradige ontstekingen tegen gaat zou je energie verhogen, je humeur verbeteren, stress tegengaan en de kans op depressie verkleinen… Maar hoe doe je dat? En wat houdt het dan allemaal in? En voor de cynici onder ons: klopt dit allemaal wel wat ‘ze’ zeggen?

Hoewel het geen directe link met PCOS of hormonen lijkt te hebben, wil ik dit onderwerp niet over slaan. Op dit moment is de laaggradige ontsteking de belangrijkste in opkomst zijnde risicofactor voor welvaartsziekten. Het lijkt verband te houden met veel andere lichamelijke klachten – en daarmee ook met PCOS(4).

In dit artikel zal ik je meenemen in de theorie (en mijn visie) hier achter.

blog 30 laaggradige ontsteking

Wat is het immuunsysteem?

Het immuunsysteem heeft veel invloed op het lichaam. Als het goed werkt, ben je niet ziek, voel je je energiek en blij.

Je kan de werking van het immuunsysteem goed zien bij dood weefsel. Iets of iemand die dood is, wordt binnen enkele uren binnengedrongen door allerlei soorten organismen: het verrottingsproces is op gang gekomen. Dit gebeurt natuurlijk niet bij levend weefsel en dat is te danken aan het immuunsysteem.

De hele dag door wordt het lichaam belaagd met storingen van zowel binnenuit als buitenaf: virussen, bacteriën en stress zijn de meest voorkomende vormen. Maar ook onze eigen cellen verkeerd delen of een storing bevatten, worden door het immuunsysteem opgeruimd. Vaak merk je niet dat dit iets met je doet: je immuunsysteem is sterk genoeg het af te weren.

Ik zal niet te uitgebreid ingaan op hoe het immuunsysteem werkt. Als je hier meer inzicht in wilt, raad ik je aan om eens op youtube te kijken – hier staan heldere filmpjes over de basis van de werking van het immuunsysteem.

Wanneer merk je de werking van het immuunsysteem wel?

Soms is de aanval te sterk en ontwikkelt de ‘storing’ zich in het lichaam.  Een infectie van een wond, ziekte door griep of verkoudheid of bijvoorbeeld kanker zijn voorbeelden van een immuunsysteem die minder sterk is dan de storing. Je kunt de werking van het immuunsysteem dan merken en er zal meer energie naar je immuunsysteem gaan om de storing naar beste kunnen toch tegen te gaan. Bij ziekte ga je bijvoorbeeld braken, heb je diarree, maak je extra slijm aan – alles om het lichaam weer gezond te maken. Als het lichaam het zelf niet kan, kunnen medicijnen helpen of kan je doodgaan.

Als je immuunsysteem actief is, vraagt het dus veel energie. Het moet immers klaar staan om ziekteverwekkers te vernietigen. Iemand die ziek is wil graag op bed blijven liggen en zich terug trekken. En dat is ook logisch, je lichaam heeft andere prioriteiten dan onnodig energie verspillen. De hoeveelheid energie in het lichaam wat normaal doorstroomt naar o.a. je spieren en hersenen en voortplantingsorganen, worden nu anders besteed. Richard de Leth schrijft: evolutionair gezien heeft dit ook een groot voordeel. Een ziek/besmet individu heeft hierdoor de neiging zich terug te trekken van de groep en besmet zo minder andere individuen. De groep wordt hierdoor minder ziek en het soort staat sterker. Evolutionair gezien is (gedrag dat past bij) depressie dus een overlevingsstrategie.

Signalen van je immuunsysteem

Tot nu toe klinkt dit allemaal logisch. Toch is er volgens vele bronnen de werking van het immuunsysteem een groot aandachtspunt. Er worden namelijk steeds vaker symptomen gesignaleerd die passen bij een actief immuunsysteem: depressie, (chronische) vermoeidheid, futloosheid, weinig spierkracht, slechte concentratie en cognitieve vermogens(zeker bij kinderen neemt dit gestaag toe*), verminderde stemming/extremere emoties, gewichtstoename of juist afname en overbelasting.

Allemaal symptomen die gelinkt zijn aan een depressie – met als doel om je lichaam te beschermen.

Maar dat kwam evolutionair gezien toch alleen voor bij ziekte, een actief immuunsysteem?

Volgens wetenschappers is dit ook aan de orde – zonder dat we het echt duidelijk door hebben. Er wordt in dit verband gesproken over ‘laaggradige ontstekingen’ . Met dus weldegelijk een (sluimerend) actief immuunsysteem en daarbij dus ook de genoemde ‘sluimerende’ klachten die we vaak accepteren als ‘normaal’.

Wat zijn laaggradige ontstekingen?

Laaggradige ontstekingen, wat is dat nu precies?

Het immuunsysteem beschermd het lichaam op veel verschillende manieren. Het eerste wat het lichaam doet als het aangevallen wordt, is het geven van een ontstekingsreactie. Deze ontsteking kan enkele uren of dagen duren en probeert de aanval te overwinnen. Bij deze ontsteking spelen zogenaamde cytokinen een grote rol. Dit zijn boodschappers die informatie uitwisselen tussen cellen. Cytokinen hebben onder andere de functie om de coördinatie van de werking van het immuunsysteem te regelen en ze brengen dus de ontsteking op gang.

Als de aanval niet gewonnen wordt door de eerste ontstekingsreactie van het immuunsysteem, ontwikkelt zich een chronische ontsteking die weken of langer kan duren. Een goed functionerend immuunsysteem zorgt ervoor dat deze ontstekingsreactie ook op tijd stopt, voordat het gezonde weefsels gaat aanvallen. Er zal een anti-ontstekingsreactie moeten worden gegeven door het lichaam om de ontsteking te stoppen. Bij de start van een ontsteking zijn dus verschillende cytokinen en groeifactoren betrokken en bij het stoppen van de ontsteking zijn andere factoren nodig. Deze factoren zijn met elkaar in balans, maar kunnen verstoord worden door stress, voeding,  en leefstijl.

Als deze balans verstoord wordt, kan een ontsteking blijven voortduren. Het lichaam probeert het te stoppen, maar heeft niet voldoende capaciteit om dit volledig te doen. Er is sprake van een lichte, ookwel ‘laaggradige’ ontsteking waarbij het immuunsysteem ook licht actief blijft. Dit heeft invloed op heel veel processen in het lichaam.

Let op: haal de begrippen ontsteking en infectie niet door elkaar. Echter, niet alle infecties gaan gepaard met een ontsteking en niet alle ontstekingen worden veroorzaakt door infectie! Zo is een steriele ontsteking een ontsteking die niet wordt veroorzaakt door een organisme (maar door bijvoorbeeld mechanische overbelasting zoals een slijmbeursontsteking)(3).

Het ontstaan van een laaggradige ontsteking kan twee vormen hebben:

  1. Steriel: een steriele ontsteking is een ontsteking die niet wordt veroorzaakt door een infectie. Een infectie is een ontsteking die wordt veroorzaakt door micro-organismen, zoals bacteriën, virussen of schimmels. Een steriele ontsteking is dus een ontsteking die NIET wordt veroorzaakt door bacteriën, virussen of schimmels (door bv overbelasting en bij auto-immuunziektes).
  2. Niet steriel: er is wél sprake van een bacterie, virus of schimmel van buitenaf (dat binnendringt door de huid, via voeding of slijmvliezen)en de ontsteking ontstaat door een infectie.

Wat zijn oorzaken van laaggradige onstekingen?

De hoofdoorzaak van laaggradige ontstekingen zijn de huidige omstandigheden in onze maatschappij in vergelijking met de natuurlijke functie van ons lichaam. Het wordt steeds meer wetenschappelijk onderbouwd hoe onze leefstijl het immuunsysteem ongewild aanwakkert en wakker houdt.

Ons lichaam is ingesteld op de volgende omstandigheden:

– Puur, rauw voedsel
– Voldoende slaap
– Veel beweging, ook vóórdat er gegeten wordt
– Langere periodes zonder eten
– Periodes/dagen van relatief veel eten
– Weinig chronische stress
– Acute stress (kou, hitte, zware inspanningen, vechten, vluchten)

Het lichaam komt tegenwoordig (bij veel mensen) in aanraking met de volgende omstandigheden:

– Bewerkt en bereid voedsel (met te weinig voedingsstoffen om de vraag van het lichaam in deze omstandigheden te bevredigen)
– Onvoldoende slaap
– Weinig beweging, vaak lange dagen zitten, comfort en gemak dient de men
– Veel momenten van eten per dag (en nagenoeg nooit langere periodes zonder eten)
– Constant te veel eten
– Veel chronische stress (druk/te volle agenda, straling, lichten, geluiden)
– Weinig acute stress (nogmaals, comfort en gemak dient de mens)

Deze omstandigheden vragen zodanig veel van het lichaam dat het (op de lange termijn) niet voldoende in staat is om aanvallen effectief tegen te gaan.

Een lesje biologie, Hoe werkt dat dan in het lichaam?

Een goed werkend immuunsysteem zonder aanwezige laaggradige ontstekingen is afhankelijk van een belangrijke batterij in het lichaam: de bijnieren. De bijnieren maken cortisol, aldosteron, DHEA en geslachtshormonen aan. Cortisol is, zoals velen weten, betrokken bij regelen van de stressrespons. Hier schreef ik eerder al wat blogs over, waarin ik dieper inga op de functie van de bijnier, HPA-as en de werking van stress op het lichaam.  De link tussen een gebrek aan cortisol (hypocortisolisme) en een diversiteit aan aandoeningen(waarmee dus een verminderde werking van het immuunsysteem) wordt steeds meer bevestigd in wetenschappelijk onderzoek(1). Er is genoeg cortisol nodig om een extremere reactie van het immuunsysteem teweeg te brengen. Bij extremere ziekte is er sprake van acute stress en is dus veel cortisol nodig. Cortisol is een belangrijke stof die actief is bij het remmen van ontstekingen.

Dit verklaart ook het fenomeen dat mensen die beter voor zichzelf gaan zorgen ziek worden: de bijnieren raken meer in balans en kunnen meer cortisol leveren, waardoor het immuunsysteem zich zodanig sterk voelt dat het ziektekiemen gaat uitroeien – met als gevolg dat je ziek wordt (je immuunsysteem gaat gas geven en dit geeft je een ziek gevoel). Deze ziektekiemen zouden anders sluimerend aanwezig blijven in je lichaam (en matig teruggedrongen worden door laaggradige ontstekingen). 

Anders gezegd: het lichaam moet sterk genoeg zijn om ziek te worden. Bij ziekte wordt een heftigere ontsteking gevormd en zal koorts optreden. Je hersenen weten dat je in staat bent om een immuunreactie tijdig te eindigen (want je kunt voldoende stopsignalen produceren) en geven het immuunsysteem daarom toestemming om koorts te mogen ontwikkelen. Op die manier kan het veranderen van je leefstijl ervoor zorgen dat je opeens koorts krijgt. Dit is een gezonde reactie. Een heftige immuunreactie, zoals koorts zorgt namelijk voor de beëindiging van een milde immuunreactie (laaggradige ontsteking). Na koorts is laaggradige ontsteking dus opgelost.

Een gebrek aan cortisol ontstaat door een te hoge blootstelling aan chronische stress, bijnieruitputting, onvoldoende voedingsstoffen waaronder vitamine B3, B5, D3, zink en ijzer. Ook hormonale disbalansen kunnen een oorzaak of gevolg zijn van te weinig cortisol (en bijnieruitputting).

Een gebrek aan cortisol (hypocortisolisme) wordt gelinkt aan vermoeidheid, zwakte, spier- en gewrichtspijn, verhoogde vatbaarheid voor infecties, auto-immuniteit, allergie, depressie, mentale klachten, enz. Veel van deze klachten ziet men bij chronische vermoeidheid, fibromyalgie en burn-out. Volgens sommige onderzoekers is chronisch vermoeidheidssyndroom een vorm van bijnierinsufficiëntie (waarbij de bijnieren niet meer in staat zijn om cortisol aan te maken).

Cytokines, die belangrijk zijn voor de start van een ontsteking, komen niet alleen hierbij vrij. De afgifte van cytokines verhoogt ook door chronische stress, gebrek aan beweging, verkeerde voeding, trauma’s, angststoornissen, slaapgebrek, depressies, verminderde darmfunctie en voedselallergieën. Deze factoren dragen dus bij aan een hogere waarde van het ‘ontstekingsstofje’ in ons lichaam, wat de kans op laaggradige ontstekingen én een actief immuunsysteem vergroot(1). De lever reageert op deze cytokines door het maken van acute fase-eiwitten. Dit gevolg op de eerste ontstekingsreactie staat aan de basis van veel ziekten.

Voor verdieping in het beïnvloeden hiervan raad ik je aan om het artikel uit bron 1 te lezen, afkomstig van natuurdiëtisten.nl.

Wat kan ik zelf doen tegen laaggradige ontstekingen?

Als je het idee hebt dat jij last hebt van laaggradige ontstekingen, kan je hier wat aan doen. Als je twijfelt, is het een optie om ontstekingswaarden te meten is via een bloedonderzoek.

Het is de uitdaging om in onze huidige maatschappij, waar we nu eenmaal met bepaalde omstandigheden te maken hebben, een manier van leven aan te leren die de balans in je lichaam kan herstellen – zoals die er van nature hoort te zijn: een anti-ontsteking levensstijl.

Nu is het niet helemaal realistisch om weer zoals een oermens te gaan leven; we hebben nu eenmaal vaak te maken met bijvoorbeeld straling en andere stressoren – en de agenda volledig leegmaken gaat veel van ons ook niet lukken.

Een aantal dingen die je wél kan doen die helpen om ontstekingen te remmen, zijn het volgende:

– Eet ontstekingsremmend voedsel: vitamine D, omega 3 vetzuren en (biologische) groente en fruit
– Vermijd bewerkt voedsel met geraffineerde koolhydraten, glucose en verzadigd vet
– Voed het lichaam goed om de hoeveelheid stress extra aan te kunnen: meer stress vraagt meer vitaminen en mineralen door de bijnieren (suppletie kan hierbij helpen)
– Eet minder vaak
– Creeer vaker acute stress-situaties in je week: ga intensief sporten of zoek bijvoorbeeld kou en hitte op (door koud douchen, sauna en wisselbaden)
– Zoek vaker de rust op: ga wandelen zonder telefoon in de natuur, doe een dutje midden op de dag, neem pauzes, slaap langer
– Kijk eens kritisch welke stressoren je wel kunt verwijderen uit je leven. Geef je grenzen aan en plan wél meer rust in.

Door meer terug te keren naar hoe de mens van nature dient te leven, versterk je de ontstekingsremmende kracht van het lichaam om een anti-ontstekingsreactie in te kunnen zetten(zoals ik eerder beschreef).

CONCLUSIE       

Richard de Leth vat het probleem omtrent laaggradige ontstekingen samen in zijn content omtrent Project Nederland Oersterk:

In de Westerse wereld vormen infectieziekten niet meer zo’n groot probleem. Infecties komen minder voor dan vroeger, maar het eeuwenoude beschermingsmechanisme is nog steeds intact. Infectieziekten hebben plaatsgemaakt voor chronische, steriele laaggradige ontstekingen. Dit zijn ontstekingen die dus niet door ziekteverwekkers worden veroorzaakt, maar door een ongezonde leefstijl.

Het gevolg van een chronische ontsteking is dat het beschermingsmechanisme tegen infecties wordt geactiveerd. Het gevolg is vermoeidheid, een sombere stemming en een verminderde interesse en plezier in activiteiten. Ofwel, een depressie. Het eeuwenoude beschermingsmechanisme tegen infecties heeft zich nu tegen ons gekeerd. In de onze huidige maatschappij is het beschermingsmechanisme een nadeel geworden. Want de ontstekingen worden niet meer door ziekteverwekkers veroorzaakt. Terugtrekgedrag en energiebesparing – dus gedrag alsof er een infectie is – zijn oude gedragingen die nu onterecht worden geactiveerd.

TOT SLOT

Ik deelde al eerder informatie op Instagram over dit onderwerp, en kreeg de vraag waarom je minder maaltijden zou moeten eten om meer in balans te komen.

Mijn zoektocht leidde tot het volgende antwoord:

Als er sprake is van stress in het lichaam, zullen barrières(tight junctions) in de darmwand open gaan staan om ervoor te zorgen dat glucose, natrium en water sneller worden opgenomen – deze stoffen helpen om energie te verhogen om goed op de stressor te kunnen reageren. Dit is een handige reactie als er sprake is van een acute stressor. Echter, als de stress chronisch is, blijven deze barrières te lang openstaan. Met als gevolg: allerlei ongewenste stoffen, bacteriën en virussen komen makkelijker en in te grotere hoeveelheden en door de darmwand. Deze ongewenste stoffen kunnen ontstekingsreacties opwekken(de hoeveelheid cytokinen in het bloed verhoogd).

Minder maaltijden eten geeft de darmen vaker rust en zorgt voor minder vaak stoffen in de darmen die opgenomen kunnen worden.

*‘Het ontstaan van leer- en gedragsstoornissen is een complex verhaal, en fysiologische problemen zijn niet de enige oorzaak. Maar het is wel de factor die het gemakkelijkst te beïnvloeden is én de meeste resultaten blijkt af te werpen’, aldus professor Richardson van de Universiteit van Oxford.

Bronnen:

  1. Natuur Dietisten Nederland, Opgebrand door Onstekingen, https://www.natuurdietisten.nl/opgebrand-door-ontstekingen/
  2. Richard De Leth, Oersterk, Project Nederland Oersterk, Humeur en Slaap
  3. https://nl.wikipedia.org/wiki/Ontsteking_(geneeskunde)
  4. Natura Foundation, Laaggradige ontstekingen: de nieuwste inzichten, http://naturafoundation.nl/?objectID=13450&page=3

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Puur
Duurzaam
Verantwoordelijk
Verbonden

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 29 Sociale Cohesie -angstmodel voor obesitas

Hoe kun je omgaan met emotie-eten?

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

PCOS (maar ook vele andere klachten) kan voortkomen uit een niet-werkend voedingspatroon en leefstijl. Het loont om je voeding en leefstijl te optimaliseren en blijvende veranderingen stap voor stap door te gaan voeren.

Dat klinkt simpel.

Dat is het niet.

blog 29 Sociale Cohesie -angstmodel voor obesitas

Vaak ‘moeten’ vrouwen met PCOS sowieso al dat stapje meer zetten om van hun klachten af te komen, in vergelijking met veel mensen in hun omgeving. Dat is niet erg, als je hier geen moeite mee hebt.

Veel mensen hebben dit echter wel, en hierbij in het bijzonder de groep mensen die bij de zogenaamde ‘emotie-eters’ hoort: deze groep mensen gaat zoals de naam al zegt, meer eten wanneer zij emoties ervaren. En dan alleen negatieve/stressvolle emoties, blijkt uit onderzoek(1).

Dit is precies contra met onze natuur: de typische reactie op negatieve emoties of stress is juist een verlies van eetlust. Bij stress krijgen de spieren ‘voorrang’ op het spijsverteringsstelsel omdat een stressvolle situatie in natuurlijke omstandigheden vaak actie vereist: er moet gevochten of gevlucht worden, en daar zijn je spieren voor nodig. Eten komt later wel weer, als de rust is wedergekeerd. Eten bij positieve emoties is daarom eigenlijk logischer gedrag, je bent niet in stress. Emotie-eten is echter volledig te linken aan negatieve emoties.

Vrouwen met PCOS hebben extra gevoeligheid voor stress en (negatieve) emoties, vanwege hun vaak al instabiele hormonen (2). De groep die gevoelig is voor eten tijdens deze emoties, kunnen hierdoor extra vaak moeite ervaren met het uitvoeren van een helpend voedingspatroon.

Emotioneel eten is evolutionair gezien dus atypisch gedrag – het klopt niet. En toch zijn er veel mensen die zich herkennen in het gedrag van emotioneel eten. In de huidige maatschappij waar op elke straathoek voedsel te vinden is, zorgt dat voor problemen in de gezondheid.

Waarom gaat iemand bij stress juist eten, ook al is dit niet de natuurlijke drang van het lichaam?

Emotioneel eten blijkt vooral voor te komen bij mensen die lichamelijke onlustgevoelens bij negatieve emoties met gevoelens van honger en verzadiging verwarren. Er is vaak sprake van een verminderd inzicht op wat er in het eigen lichaam gebeurt in combinatie van gevoelsblindheid.

Ook onveilige gehechtheid* vanuit de jeugd blijkt van invloed én genetisch is een bepaalde groep kwetsbaarder(1). Een gen dat verbonden is met de aanmaak van dopamine in de hersenen speelt een rol bij het ontwikkelen van emotioneel eten: ruim één derde van de Europeanen draagt dit gen bij zich, wat kan gaan opspelen zodra er sprake is van een niet werkende opvoedingsstijl(3). Emotionele eters eten kennelijk als compensatie van een dopaminetekort, om zich (op korte termijn) beter te voelen.

Ook kunnen stresssituaties uit de jeugd een blijvende invloed hebben op de hoeveelheid cortisol dat wordt aangemaakt bij stress. Onderzoek wijst uit dat emotie-eters een relatief lage aanmaak van cortisol kunnen hebben (met een verhoogde voedselinname en veel slapen als gevolg).

Tot slot lijken er ook steeds meer bewijzen te komen voor de stelling dat emotioneel eten en daaruit voortvloeiend overgewicht voortkomt uit angst. Angst in de vorm van gebrek aan verbinding, een verminderde sociale samenhang in de maatschappij en in gezinnen (steeds meer gebroken en eenouder-gezinnen).

Dus: angst, onveilige gehechtheid, overgewicht en emotioneel eten zijn mogelijk sterk met elkaar verbonden.

Wat is er nodig om geen last meer te hebben van emotioneel eten?

Allereerst is het erg belangrijk dat de stappen die je gaat zetten haalbaar zijn. Mislukking vergroot vaak negatieve emoties, wat de kans op emotioneel eten eveneens vergroot.

De negatieve emoties zijn de oorzaak: bijbehorende gedachtes en het beheersen van die emoties vergen dus de aandacht. Effectieve copingstrategieën (manieren om om te gaan met) voor het omgaan met negatieve emoties zijn vaak onvoldoende aangeleerd. Iemand die deze copingstrategieën voldoende beheerst, kan gedragingen die voortvloeien uit stress of ontevredenheid tegenhouden of een werkende vorm geven.

Het reguleren van je emoties is de sleutel om emotioneel eten tegen te kunnen gaan. Ook  trainingen die je zelfinzicht verbeteren en het verhogen van je tolerantie voor stress dragen bij aan het verminderen van emotioneel eten. 
Opvallend is dat het hier niet draait om voedingsadviezen, voedingsschema’s en inzicht in de werking van voeding of het effect op het lichaam. Dit kan ter ondersteuning of ter verdieping een aanvulling zijn (in een later stadium) van het proces, maar het trainen van het leren omgaan met emoties kan niet worden overgeslagen en heeft prioriteit.

Hoe kan jij starten?

Het zichtbaar maken van jouw emotionele patronen en het actief werken hieraan, gaat in mijn beleving het beste in samenwerking met iemand die je vertrouwd. Iemand waarvan je het accepteert dat diegene je een spiegel voor houdt en waarbij je open durft te zijn. Dit kan een coach zijn, maar ook je partner of een goede vriend. Een ander persoon kan simpelweg voorbij jouw persoonlijke belemmerende overtuigingen en beschermingsmechanismes tegen verandering kijken.

Een belangrijk punt om verandering op gang te brengen is bewustwording. Als jij je bewust wordt van je eigen gedachtes omtrent voedsel, ben je al een heel eind op weg en kan je hier iets tegen gaan doen. Oriënteer in welke situaties je vaak (te) veel gaat eten en probeer deze situaties te vermijden of je reacties te ondermijnen. Kun je bij een dergelijke situatie op een andere manier afleiding zoeken? Dit is een eerste stap richting verandering. Als je langzaam leert niet toe te geven in dergelijke situaties, kan je stap voor stap de situatie steeds makkelijker aan – ook zonder afleidingsgedrag.

Onthoud; elk stukje van je gedrag komt voort uit gewoonte en je (onderbewuste) patronen die je gedurende je leven hebt opgedaan. 95% van al je handelen is vanuit je onderbewuste en het vergt aandacht en tijd om vanuit je bewuste brein een nieuwe gewoonte te vormen(4). Wees dus niet te fanatiek en zet kleine doelen: een doel bevindt zich in je bewuste brein en dit is dus een kleine motor – in tegenstelling tot alle capaciteit in je onderbewuste brein. Zie je onderbewuste als een soort opslag: als je in je bewuste brein een doel hebt gesteld om een nieuwe gedraging aan te leren, en je hebt dit lang genoeg gerepeteerd om het een gewoonte te kunnen noemen, wordt het vervolgens opgeslagen in je ‘opslag’: je onderbewuste brein. Het kost dan geen energie meer om dit gedrag te vertonen en het gebeurt als vanzelf. Het is, als het ware, een deel van jou geworden.

TOT SLOT

De figuur die te zien is geeft een weergave van de samenhang tussen de in dit artikel genoemde elementen die mogelijk betrokken zijn bij emotioneel eten. ‘Obesitas’ klinkt misschien vrij heftig, maar is natuurlijk niet bij alle mensen die zich herkennen in dit artikel aan de orde. De figuur is afkomstig uit het onderzoek genoemd bij bron 1.

Daarnaast wil ik nog meegeven dat ook al heb jij te maken met aspecten die emotie-eten meer in de hand kunnen werken, je net zoveel de mogelijkheid hebt om de verantwoordelijkheid te nemen over je gedrag als ieder ander. Je heb wellicht een ander startpunt, maar laat het geen excuus zijn. Dat brengt je simpelweg gewoon helemaal niets.

* Met onveilige gehechtheid heeft iemand in de loop van zijn kindertijd niet geleerd op een veilige manier te hechten aan zijn omgeving. Dit kan onzekerheid, onrust en een verstoorde sociaal-emotionele ontwikkeling teweeg brengen.

Bronnen:

  1. Emotioneel eten, T. van Strien, faculteit der Aard- en Levenswetenschappen, 2013
  2. Oorzaken en symptomen van PCOS, Jesse van der Velde, https://jessevandervelde.com/pcos-symptomen-oorzaak-en-wetenschap/
  3. Ontwikkelingsaspecten en omgevingsinteractie, Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, https://assets.ncj.nl/docs/63a73514-4ead-49a2-8d54-95ce6f81ecf8.pdf
  4. Bruce Lipton about EFT, The Tapping World Summit, 2011

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Puur
Duurzaam
Verantwoordelijk
Verbonden

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 28 spoorelementen

Hoe weet je of je genoeg spoorelementen binnen krijgt?

Hoe weet je of je genoeg spoorelementen binnen krijgt?

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Waar dienen spoorelementen voor en waarom zijn sommigen gerelateerd aan PCOS?
Helpt het om bepaalde spoorelementen bij te slikken?
In welke voedingsmiddelen vindt je bepaalde spoorelementen?

Als vervolg op mijn artikel van 1 september 2018 over vitaminen en van 15-9 over mineralen, ga ik dit keer in op spoorelementen en beantwoord ik bovenstaande vragen.

Ter verduidelijking geef ik per spoorelement aan hoeveel ik volgens de NEVO ongeveer binnen krijg en betrek ik de supplementen erbij die ik op dit moment bij slik, of wat ik naar aanleiding van dit artikel ga veranderen.

EDIT 15/3/19: De app van Cronometer vind ik handiger werken dan het overzicht van NEVO. Het is in mijn ogen het meest makkelijk hier een aantal dagen je voeding op bij te houden, om te zien waar je nog winst kan boeken en welke supplementen je kunnen helpen.
Wel geeft de verdieping in dit artikel je verdiepende uitleg.
Wil je het echt zeker weten? Plan dan een afspraak voor een EM Bloedtest!

Wil je snel de essentie van dit artikel begrijpen? Scroll dan door naar de SAMENVATTING.

blog 28 spoorelementen

Jodium

Jodium wordt zoals veel mensen weten toegevoegd aan brood. We k regen er vroeger vaak te weinig van binnen – met struma (verstoorde schildklierwerking) als mogelijk gevolg. Er is in 1942 besloten om het broodzout te verrijken met jodium, om de burgers voldoende van dit spoorelement binnen te laten krijgen. Het gebruikte zout bevatte toen 10 tot 85 gram jodium per kilo, sinds 2009 is dit gereduceerd naar 50-65 mg per kilo. Bij zes sneeën brood per dag krijg je via die weg voldoende jodium binnen – maar ook zo’n 2,5 gram zout (en dat is nu weer niet zo optimaal). Als je weinig brood eet, zelf je brood maakt of je brood bij een biologische bakker haalt is het handig te letten op de hoeveelheid jodium dat je binnen krijgt.

De schildklier heeft een belangrijke rol in je hormoonhuishouding (en stofwisseling), dus voldoende jodium binnen krijgen heeft een effect op de mate van PCOS klachten die een vrouw kan ervaren.
Schildklierhormonen bestaan uit jodiumelementen (T4 en T3). Zonder jodium kan de schildklier geen schildklierhormonen aanmaken. Daarnaast hebben insuline, cortisol, testosteron en groeihormonen jodium nodig om goed te kunnen functioneren. Wanneer je te weinig jodium binnen krijgt, zal je lichaam haar eigen voorraden benutten. Dit kan jaren voortduren voordat je klachten krijgt.
Bij een tekort aan jodium begint het lichaam meer oestrogeenhormonen te produceren. Oestrogeendominantie speelt oa een grote rol bij vrouwen met PCOS(1).

Jodium komt voor in zuivel,  vis uit de zee, zeewier en eieren. Jodiumtekort tijdens de zwangerschap kan invloed hebben op de mentale ontwikkeling van het kind. Er wordt dan ook aangeraden de hoeveelheid jodium tijdens een zwangerschap te verhogen naar minimaal 175 mcg/dag.

Uit mijn voedingspatroon van gister heb ik zo’n 55 mcg jodium binnen gekregen – en dan voornamelijk door de eieren die ik gegeten heb. De rest van de voedingsmiddelen hebben kleine hoeveelheden jodium bij zich. De multivitamine die ik gebruik bevat 75 mcg jodium: samen krijg ik dus zo’n 130 mcg binnen op een broodloze dag. In mijn geval komt dat nogal vaak voor. Daarnaast eet ik nagenoeg geen zuivel, bijna geen vis en af en toe eieren. Ik kan concluderen dat ik op dagen met minder dan twee eieren, geen vis en geen zuivel ik tekort jodium binnen krijg. Ik kan ervoor kiezen om vaker zeewier aan mijn voedingspatroon toe te voegen (zo’n 7000 mcg jodium/100gram!) of een extra supplement te nemen.

IJzer

Ijzer is onmisbaar in ons lichaam en heeft als voornaamste rol om te ondersteunen bij het transporteren van zuurstof via het bloed. Het spoorelement heeft invloed op onze weerstand en energieniveau.

Een tekort aan ijzer kan ontstaan door overmatig bloedverlies of het onvoldoende eten van dierlijke producten. (vrouwelijke) Vegetariërs of veganisten dienen extra op dit element te richten, maar ook sporters, kinderen en zwangere vrouwen kunnen een tekort oplopen. Ijzer is te vinden in (rood) vlees, groene bladgroenten, graanproducten, gedroogd fruit, zeewier, mosselen, volkoren brood en noten. Vooral ijzer uit vlees is goed opneembaar.  Ook is er voldoende B12 nodig om ijzer goed op te kunnen nemen.

IJzer kan echter al snel een nadelig effect hebben: meer dan 75 mcg per dag is niet aan te bevelen en kan oa leiden tot een verminderde schildklierwerking en onvruchtbaarheid. Let er op dat als je ijzer middels een supplement neemt, dit geen hoge hoeveelheid is en wees terughoudend met ijzerrijke voeding als rood vlees.

Met mijn voedingspatroon eet ik op een dag als gister zo’n 13 mg ijzer. In mijn Multi zit 5 mg en samen zit ik dus rond de ondergrens van 14 mg. Ik weet dat de ijzerwaarde in mijn bloed laag is, laatst is dit gecontroleerd bij de bloedbank.

Chroom

Chroom is een belangrijk stofje waar je lichaam maar weinig van nodig heeft. Het draagt bij aan het behouden van gezonde cholesterol-waardes en een normale bloeddruk.  Het draagt bij aan het behoud van een gezonde hersenfunctie, oogfunctie en sterke botten. Gerelateerd aan PCOS ondersteunt chroom de werking van insuline: extra chroom in de vorm van supplementen (chroomtabletten) lijkt vooral gunstig te zijn voor het bloedsuikergehalte en de insulineafgifte bij mensen met diabetes type 2 en bij mensen met een abnormaal lage bloedsuikerspiegel zoals PCOS. In sommige studies bleek dat mensen met diabetes type 2 in staat waren om hun insuline-inname te verlagen door extra chroom in te nemen(3). Daarnaast helpt chroom gewichtstoename te voorkomen en acné tegen te gaan. Het heeft een positief effect op de hypothalamus, wat ook betrokken is bij het in balans houden van je hormonen.

Al met al flink wat voordelen en relevantie wat PCOS betreft. Je krijgt chroom binnen via vele voedingsmiddelen, maar wel in lage hoeveelheden. Eierdooiers en rauwe uien bevatten relatief veel chroom. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid chroom is 40 mcg en in de Multi die ik slik zit dit precies. NEVO geeft chroom niet aan in hun overzicht, waarschijnlijk omdat chroomtekorten niet snel voorkomen in Nederland. Wil je extra chroom binnen krijgen, neem dan vooral extra appels, bananen, sinaasappels, druiven, bruine rijst, kaas, gedroogde bonen, lever, vlees (rund, kip, kalkoen), paddenstoelen, kiemgroenten, broccoli, wortelen, groene bonen, groene paprika’s, aardappelen, sla, spinazie, rijpe tomaten, en tarwekiemen.

Koper

Koper ondersteunt ijzer bij het vormen van rode bloedcellen en hun functie om zuurstof te transporteren. Het speelt een rol bij de vorming van bind- en botweefsel en is betrokken bij de functie van het afweersysteem en het metabolisme.
Koper is nodig om de schildklier goed te laten functioneren. Het werkt hierin samen met zink, kalium en calcium.

Wanneer er kopertekort optreedt, wordt het ijzerniveau te laag en kan bloedarmoede ontstaan. Bloedarmoede veroorzaakt symptomen zoals vermoeidheid, spierpijn, spijsverteringsproblemen en verminderde hersenfunctie. Een overschot aan koper komt niet snel voor.

Goede bronnen van koper zijn cacao, noten, orgaanvlees, zeevis, schaal- en schelpdieren en graanproducten. Ook zit er koper in groente en fruit, maar wel in mindere mate. Volgens NEVO bevat mijn voedingspatroon van gister zo’n 2 tot 3 mg koper. Dit is ruimvoldoende. In het supplement dat ik slik zit nog eens 75 mcg koper. Samen krijg ik ruim voldoende binnen.

Zink

Het is moeilijk om uit een gezonde voeding voldoende zink te halen, tenzij heel specifiek gelet wordt op zinkrijke producten en juiste combinaties. Het lichaam heeft geen opslagmogelijkheden voor zink en daarom is men afhankelijk van een dagelijks toereikende inname.

Er zijn een aantal stoffen die de werking van zink tegengaan, zoals cadmium(sigarettenrook) en kwik(zoetstof HCFS, te vinden in bewerkt voedsel). Er is bij grote aanwezigheid van deze stoffen meer zink nodig dit te compenseren.

Zink is een mineraal dat essentieel is bij de insulineproductie. In combinatie met magnesium zet het suiker om in energie en zorgt het voor een optimale werking van insuline. Onderzoek heeft aangetoond dat vrouwen die een hogere zinkinname hebben, 10% minder kans hebben op het ontwikkelen van diabetes type 2. Zink draagt eveneens bij tot een verbeterde vruchtbaarheid (4).

Eiwitrijk voedsel is een rijke natuurlijke bron van zink. Zeer zinkrijk zijn oesters, rood vlees en krab en in iets mindere mate gevogelte en vis. Bij plantaardig voedsel gaat het met name om hele granen, peulvruchten, (pecan)noten en zaden (met name pompoenpitten). Zin is vooral aanwezig is in de schilletjes en vliesjes. Groenten en fruit bevatten relatief weinig zink.

NEVO vertelt mij dat ik op een dag als gister zo’n 5 mg zink binnen krijg. Samen met de 10 mg uit mijn Multi kom ik voorbij de ondergrens. De vorm in mijn Multi is echter een citraat, en zinkmethionine wordt als best werkende vorm beschouwd. Hier zou ik een extra supplement voor kunnen slikken. 

Mangaan

Mangaan heeft vooral een grote ondersteunende functie om andere micronutriënten goed te laten werken. Ook kan mangaan de productie van schildklierhormoon thyroxine bevorderen, waardoor diabetesgerelateerde klachten kunnen verminderen(die vaak overeenkomen met PCOS). Mangaan is werkzaam tegen een pijnlijke menstruatie en stemmingswisselingen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vrouwen die meer mangaan in hun lichaam hebben minder last hebben van pijnlijke krampen en andere PMS-symptomen zoals hoofdpijn, duizeligheid, depressie, nervositeit en prikkelbaarheid.

Mangaan is te vinden in banaan en kokosnoot. Ook peulvruchten, roggebrood, speltbrood, havermout en pompoenpitten bevatten veel mangaan. Daarnaast zijn tempeh, tofu, kikkererwten, spinazie en ananas goede bronnen.

NEVO neemt mangaan niet mee in het overzicht. In de Multi die ik slik zit 1,5 mg van het spoorelement, waarmee ik de ondergrens al nader. Toch kan ik niet zeker stellen hoeveel ik met mijn voedingspatroon binnen krijg.

Seleen-selenyum

Net als de vorige spoorelementen heeft selenium een belangrijke functie om de schildklier goed te laten werken. Hiernaast is het oa belangrijk bij de celbescherming en ontgifting. Bronnen van selenium zijn vooral groenten en paranoten.

Volgens NEVO kreeg ik gister zo’n 5 mcg selenium binnen. Mijn Multi vult aan met 55 mcg – samen voldoende.

Molybdeen

Molybdeen is een vrij onbekend spoorelement dat pas sinds kort echt erkend wordt. Het heeft een anti-oxidante werking en is betrokken bij de stofwisseling. Het element breekt koper af en is dus een zogenaamde koperantagonist. Molybdeen werkt juist samen met ijzer om diens functie te optimaliseren.

Het spoorelement is te vinden in volle granen zoals boekweit, noten en schelpdieren. Ook peulvruchten, groene bladgroenten, orgaanvlees, zonnebloempitten en melk bevatten molybdeen. In Nederland zijn veel mensen met een tekort aan molybdeen. Omdat molybdeengehaltes nog niet voorkomen in de meeste voedingsmiddelentabellen, en dus ook niet in die van NEVO, is het inschatten van de dagelijkse inname relatief lastig.

De Multi die ik slik bevat 50 mcg molybdeen – de ondergrens die tot nu toe wordt aangehouden. 

CONCLUSIE

Ik heb ontzettend veel geleerd bij het schrijven van dit artikel. Wat mij vooral opvalt is dat de spoorelementen vaak invloed hebben op elkaar, elkaar versterken, nodig hebben of afbreken. Het is dus best lastig inschatten of je overal voldoende van binnenkrijgt.

Zo kan zink bijvoorbeeld concurreren met chroom. Ook kunnen calcium- en ijzersupplementen de opname van zink in de weg staan. Zink kan veroorzaken dat het lichaam hogere gehaltes mangaan absorbeert uit bepaalde supplementen. Een hoge dosis zink kan in strijd zijn met de werking van magnesium in het lichaam, en tegelijkertijd kan inname van hoge doses magnesium de opname van zink uit plantaardige bronnen verlagen. En bij mangaan wordt bijvoorbeeld de opname verminderd bij een hoge waarde van calcium, ijzer of fosfaat in voeding. Best ingewikkeld toch?

Veel spoorelementen werken dus in synergie met elkaar en hebben betrekking tot de werking van de schildklier– een klier die zeer belangrijk is voor een goede hormoonhuishouding. Mijn overtuiging voor het slikken van supplementen is door mijn zoektocht wederom bevestigd.

(EDIT 15/3/19: mijn suppletie is veranderd nav mijn bloedtestuitslagen, zo neem ik geen Multi meer en heb ik mijn voedingspatroon aangepast met hogere doseringen biologisch fruit en rauwe bladgroente) Na mijn oriëntatie naar jodium voor dit artikel heb ik besloten om mijn voedingspatroon uit te breiden met een kwalitatief hoge bron van jodium. Dit schijnt een betere werking te hebben dan een synthetische vorm(2), omdat het oa vertraagd opgenomen wordt door het lichaam. Daarnaast is zeewier een product dat naast jodium ook andere van nature aanwezige spoorelementen bevat (ijzer, seleen, mangaan, zink en koper). Er zijn vele soorten natuurlijke bronnen, waarvan kelp de bekendste is. Maar ook Nori, Kombu, Wakame en bijvoorbeeld spirulina zijn goede bronnen van jodium. Na een zoektocht kwam ik uit op hetzelfde merk als mijn Multi: Vitals Jodium Biologisch (van knotswier, een schone vorm van zeewier). Het voordeel van dit supplement is dat het een beheerste hoeveelheid jodium bevat, maar daarnaast ook nog steeds alle andere mineralen en spoorelementen van rotswier( Ascophyllum Nodosum)(5). Hier kon ik volgens mijn zoektocht nog wel wat extra van gebruiken, een win-win!

TOT SLOT

Sta je onder begeleiding van een arts? Vraag dan altijd advies voordat je supplementen gaat toedienen.

Bronnen:

  1. https://jessevandervelde.com/jodium-wel-goed-voor-de-schildklier-en-kelp-veilig/
  2. Combet E, Ma ZF, Cousins F. Low-level seaweed supplementation improves iodine status in iodineinsufficient women. Brit J of Nutr 2014; 1-9
  3. https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/diversen/169955-chroom-en-een-chroomtekort.html
  4. Sun, van Dam, Willett & Hu, 2009
  5. https://www.zeewierwijzer.nl/zeewier/zeewier-voeding/voedingswaarden/

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Puur
Duurzaam
Verantwoordelijk
Verbonden

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.

blog 26 waarom je doel niet haalt

Dé manier om al jouw doelen te halen

Dé manier om al jouw doelen te halen

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Je hebt een wens.
Je wilt die wens verwezenlijken en je hebt er een hoop voor over. Hoe ga je dat redden? 

Een voorbeeld:

Je wilt heel graag meedoen 10 kilometer run dat 1 februari plaats vind, samen met je vriend. Je vriend is echter fit en sport vaak. Jij sport niet of niet vaak, de 5K is voor jou al een uitdaging.

Je maakt een beslissing en schrijf jullie samen in voor de run. De wens is een doel geworden. Je gaat trainen om tegen die tijd fit genoeg te zijn om van de run te kunnen genieten.

blog 26 waarom je doel niet haalt

En dan – de praktijk:

De eerste week moet je nog ‘inkomen’, je bent echter niets gewend en wil het idee nog even laten bezinken. Je uiteindelijke keuze om vandaag toch nog niet te gaan lopen, is gefundeerd: het was echter een drukke week, veel stress van het werk en dat gedoe van je vriendin kwam ook nog tussendoor. Nu is het weekend – even rust hoor. Volgende week ga je echt trainen.

De maandag die volgt is het dan zo ver; je bent er klaar voor en gaat aan de slag. De praktijk blijkt echter zwaarder: je bent in no-time buiten adem en komt moe thuis. Dat was heftig! Maar je hebt het wel gedaan en bent trots op jezelf. Je gaat ervoor!

Toch merk je dat deze eerste ervaring je een beetje dwars zit, in de dagen erna. Je moet jezelf pushen om te gaan, het doel is namelijk gesteld en in februari wil je er zijn!

De weken die volgen zijn met ups en downs. Er komen veel dingen tussendoor waardoor je de voornemens om te gaan trainen laat schieten en besluit ‘als dat allemaal voorbij is’ gewoon harder te gaan trainen. Even de beuk er in in december en januari. Dan komt het wel goed.

Herkenbaar?
Heb jij jezelf wel eens een doel gesteld? Maar viel het in de praktijk tegen?
Hoe kan dat?

Waarom stelde je jezelf dat doel?
Met welke overtuiging?

Er heerst een grote misvatting in de praktijk, gekoppeld aan de bekende uitspraak: het doel heiligt de middelen.
Is dat zo? Is het doel belangrijker dan de middelen/wegen die je naar dat doel toe helpen?

In mijn beleving is dat afhankelijk van het doel wat je stelt. Als iets echt noodzakelijk is, en dat is maar net de vraag, gaat die regel op ja. Maar verder?

Welk doel gaat nu werkelijk boven de weg ernaar toe?
Als je de weg er naar toe vreselijk vind, wat houd het doel dan in voor je?

In mijn beleving kan je hierin twee dingen doen:

  • Het doel veranderen
  • De weg ernaar toe veranderen

Met hieronder eigenlijk een grotere vraag: wie wil jij zijn?

Nog even terug naar het voorbeeld:

Stel, jij wilt die fitte vrouw zijn die energie heeft door de dag heen. Die goed voor haar lichaam zorgt. Die de tijd neemt om hierin te groeien, die overtuigd is van die persoonlijke levensvisie. Dan is er geen 10K run nodig, dan gá je hardlopen/sporten. En dan zal je merken dat het gestelde doel in dit voorbeeld als vanzelf gehaald wordt. Als een soort bijvangst.
Je veranderd de weg ernaar toe.

Stel, je vind het heerlijk om elke dag na je werk de tijd te nemen om in je favoriete boek te lezen. Je komt tot rust en kan de drukte van de dag loslaten. De uurtjes die je hebt na het avondeten besteed je graag aan het voorbereiden voor de volgende dag, het samen zijn met je partner of het afspreken met een goede vriendin. Wáárom zou je dan gaan trainen voor een 10K run?
Verander het doel.

Ga bij jezelf eens na bij het stellen van een doel:

  • Wat is er voor nodig (concreet, in de dagelijkse praktijk) om dit doel te halen?
  • Wat moet ik er dus (concreet, in de dagelijkse praktijk) voor laten? (en hier zit vaak de grootste uitdaging, het loslaten of afleren van niet helpende gewoontes – een zogenaamd offer brengen)

Schrijf dit eens uit over een tijdspad. Neem eens echt de tijd voordat je een doel stelt.

Denk vervolgens eens na over de vraag:

  • Past dit doel bij wie ik wil zijn?
  • Nee, waarom doe ik het dan toch?
  • Ja, waarom dan? En wie wil ik dan zijn, waarom wil ik mij zo gedragen?

Het grootste gedeelte gaat namelijk niet over het doel. Het gaat om de weg er naar toe. Dit klinkt misschien cliché, maar als je de weg ernaar toe gaat waarderen en je ermee gaat identificeren, zullen de doelen vanzelf gehaald worden.

Vergelijk het met een film: de hele film wil je weten hoe het af loopt, maar daarna is het af. Daarna besef je dat de film zelf een mooiere belevenis was dan het ervaren van het einde.
Iemand die een doel behaald, gaat daarna een ander doel stellen. Tevredenheid zit níet in het behalen van doelen, het zit in de weg ervoor: het aan jezelf laten zien dat jij doet wat je met jezelf afspreekt.

Wat nou als je een doel écht wilt halen, het past bij wie je wilt zijn en het toch niet lukt?
Maak je ‘waarom’ groter. Verdiep je in de waarom. Waarom is dit doel zo belangrijk voor je? Maak dit zo helder mogelijk. Herhaal dit, houd je hier actief mee bezig. Dan zal je zien – met vallen en opstaan – dat je groeit naar dat doel én je in staat bent jouw manier van leven vast te houden als je het betreffende doel behaalt hebt.

‘Een doel bestaat uit duizenden kleine beslissingen’ schreef Alexandra Herminsley ooit. Aan de ene kant: zie dus ook alle kleine stapjes die verstopt zitten in een doel. Aan de andere kant: elk klein stapje brengt je al verder. Alle micro-stapjes, brengen je bij dat macro-doel. Maar nogmaals, die micro-stapjes brengen je de blijvende tevredenheid, het macro-doel is een mooie kers op de taart met een (vaak kortdurend) gevoel van euforie.
De mensen die de marathon rennen, hebben simpelweg (en letterlijk ook trouwens) meer van die kleine stapjes gezet.

Je doel laten varen is niet meer dan stoppen met elke keer een klein stapje in die richting zetten. Het stapje dat jij nu moet doen, hebben anderen die eerder dezelfde doelen stelden ook gedaan. Hun zijn niet beter, jij bent niet minder. Jij kan dat ook. Elke stap is een kleine beslissing die gemaakt moet worden gedurende het proces, om het doel te halen. Zorg ervoor dat jij die beslissing zo goed mogelijk kan maken en maak je stapjes dus voor jou haalbaar.

Dit voorbeeld richt zich op hardlopen. Maar, als je PCOS hebt en klachten wilt verminderen, stel je jezelf soms misschien ook een doel. Wat is dat voor doel? Heb je dit ook als zodanig onderzocht?
Tip: pak dát stukje wat je nu wilt aanpakken en onderzoek dit eens.
En houd daarbij in je hoofd dat pas zodra je het een deel maakt van wie jij wilt zijn, je het doel gaat halen en het resultaat zult vasthouden.

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Puur
Duurzaam
Verantwoordelijk
Verbonden

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.