Blog 7 foto (2)

Insulineresistentie uitgelegd: deel 2

Insulineresistentie uitgelegd: deel 2

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

In mijn vorige post heb ik geschreven over de ‘luiheid’ van de insulinereceptoren bij veel mensen met PCOS. Dit leidt uiteindelijk tot hevige pieken en dalen in de bloedsuikerspiegel. Omdat er veel insuline aangemaakt moet worden voordat de insulinereceptor reageert, blijft de bloedsuikerspiegel na het eten relatief lang hoog. Als de receptoren uiteindelijk reageren, daalt de bloedsuikerspiegel sterk door de grote hoeveelheid insuline die in het bloed aanwezig is.

Blog 7 foto (2)

De insulineresistentie dat gepaard gaat met PCOS is vaak een lichte variant. Wanneer je lichaam écht resistent is, wordt er gesproken van Diabetes en moet het lichaam geholpen worden door extra insuline te spuiten. Als er geen sprake is van Diabetes kan je lichaam de luie receptoren zelf nog forceren toch hun werk te doen door extra insuline aan te maken. Bij Diabetes wordt bij een bloedsuikerpiek gesproken van Hyperglykemie en bij een lage bloedsuikerspiegel van een Hypoglykemie. De symptomen die hierbij horen, ervaren mensen met PCOS vaak ook – al dan niet in mindere mate.  Als je hier meer over wilt weten, adviseer ik om eens te zoeken op symptomen van Diabetes. Dit geeft best wat inzicht.
Mensen met PCOS hebben grotere kans om Diabetes type 2 te ontwikkelen, als de mate van insulineresistentie zodanig toeneemt dat het lichaam (de alvleesklier) het zelf niet meer aan kan.

Is de bloedsuikerspiegel hoog(hyper), ervaar je bijvoorbeeld:

– Dorst, droge tong
– Geïrriteerd of opgewonden gevoel
– Algehele mailaise, je slecht voelen
– Vaak plassen
– Misselijkheid

Doordat er bij een hyper geen glucosedeeltjes worden opgenomen door de cellen, ervaren de cellen een gebrek aan brandstof/energie. Het lichaam reageert hier op door uit voorraden die het lichaam heeft in de lever glucose naar het bloed te vervoeren om aan deze behoefte te voldoen. De glucosewaarden stijgen dus éxtra.

Is de bloedsuikerspiegel laag(hypo), ervaar je bijvoorbeeld:

– Moeheid
– Honger, slapheid
– Trillen, zweten
– Wazig zien, slecht zicht
– Wisselend humeur

Grofweg gaat de hyper meer naar een ‘up’ en de hypo meer naar een ‘down’.

Het lichaam reageert hier op en wilt zeker bij een lage bloedsuiker de glucosewaardes snel verhogen. De welbekende ‘trek in iets zoets’ ontstaat. Echter, dit zijn vaak snelle koolhydraten. Zij verhogen de bloedsuiker inderdaad snel, maar dan komt de insulineresistentie weer om de hoek kijken. Het lichaam reageert op de stijgende glucosewaardes door insuline aan te maken, maar.. Hier was het lichaam natuurlijk resistent voor. Het resultaat: wederom veel aanmaak van insuline, uiteindelijk reactie van de receptoren, een sterke daling  van de bloedsuikerspiegel en wéér klachten richting een hypo. De cirkel is rond en de klachten en behoeften houden elkaar in stand.

Daarnaast nog een belangrijk feit; insuline heeft grote invloed op de aanmaak van vetcellen(1)(2).
Insuline heeft naast het stimuleren van de opname van glucosedeeltjes in de cellen nog een aantal andere functies. Een van deze functies is het stimuleren dat, na de opname van glucose door de cel, deze glucose wordt omgezet naar glycogeen in de spier- en levercellen.

Glycogeen kan je zien als de door het lichaam afgebroken suikers die worden opgenomen door het lichaam als extra opslag. Deze extra opslag kan snel weer ingezet worden bij bijvoorbeeld inspanning; het is de energievoorraad van je lichaam. Als je door deze voorraad heen bent, kan je bv last krijgen van de hongerklop (wat duursporters vaak wel kennen). Als je meer glucose opneemt dan de opslagplekken voor glycogeen aankunnen, wordt dit opgeslagen tot vet. En dat kennen we allemaal wel 😉 Vet is niets anders dan extra energie, opgeslagen door het lichaam voor tijden van schaarste.

Ten slotte heeft insuline ook een aantal remmende invloeden, onder andere op de vetverbranding.

Kort gezegd zorgt insuline dus voor een snelle aanmaak van vetcellen en een vetragende afbraak van vetcellen. Dit verklaard één van de symptomen van PCOS: het blijvend aankomen in vet of moeite hebben met afvallen – zelfs als je minder gaat eten!

Het lijkt er sterk op dat overgewicht niet alleen een symptoom is van PCOS, maar ook juist kan leiden naar PCOS. Vetcellen hebben namelijk invloed op de afgifte en invloeden van hormonen, iets waar ik later op in zal gaan. Het betekend in ieder geval, dat het aankomen in vet de klachten verergert en dat afvallen dus positieve invloed heeft op het verbeteren van je welzijn als je PCOS hebt.

Al met al is het overduidelijk – leefstijlaanpassingen hebben invloed op PCOS. Dat is een feit en wordt duidelijk zodra je de werking van het lichaam gaat begrijpen en je het hele plaatje erbij betrekt.

Maar nu, hoe kom je uit die cirkel van oorzaak en gevolg?
Door, ongeacht hoe je je voelt, blijvend veranderingen aan te brengen aan onder andere je voedingspatroon. Die veranderingen moeten bijdragen aan het vitaler maken van je lichaam: zodat het zijn natuurlijke functies kan uitvoeren. Geraffineerd en bewerkt voedsel helpt hier niet aan mee, pure en onbewerkte producten wel. Oók als hier van nature veel suikers in te vinden zijn, zoals fruit(3).

Dit is natuurlijk een langduriger proces, als er sprake is van insulineresistentie heb je tijd nodig om dit terug te draaien, maar je kan er wel stappen in zetten.

Kies daarom voor voeding met een lage glycemische index (GI). De GI is een maat voor de stijging van je bloedsuikerspiegel. Is de GI hoog, stijgt je bloedsuikerspiegel snel. Is de GI laag, stijgt je bloedsuikerspiegel langzaam. Voor elk voedingsmiddel is de GI bekend. Als je twijfelt, kan je hier dus op zoeken. Simpelweg zijn er een aantal grote lijnen die je helpen:

– Vermijd snelle koolhydraten. Deze zijn te vinden in bewerkte producten (bv snoep, koek, ijs, witbrood etc). Hoe puurder een product is, hoe minder er vaak sprake is van snelle koolhydraten.
– De natuur is leidend: onbewerkte producten bieden zo’n compleet scala aan voedingsstoffen dat je lichaam precies weet wat het ermee moet doen(4).
– Combineer met goede plantaardige vetten. Denk hierbij aan avocado, ongebrande ongezouten (en liefst nog geweekte) noten en (geweekte) zaden. Wanneer je goede vetten toevoegt aan een maaltijd, verlaagd dit de glucosepiek in je bloedsuikerspiegel. Ook heeft het positieve invloed op de gevoeligheid van de insulinereceptoren. Maar overdrijf niet, je eet al snel teveel vetten – je vetzuurbalans is leidend en plantaardige, pure producten helpen je hierbij.
– Eet zo min mogelijk dierlijke producten. Dierlijke producten bevatten veel verstorende stoffen die de opname van glucose kunnen tegenwerken(5).
– Kies voor suikervrije producten
– Eet veel vezels – ook zij zorgen ervoor dat koolhydraten minder snel worden omgezet in glucose. De meest geschikte vezels zijn groenten en fruit.

Voor zover voor nu. Volgende keer ga ik verder in op wat je kan doen om insulineresistentie tegen te gaan. Tot dan!

Bronnen:

  1. Wikipedia, Insuline, https://nl.wikipedia.org/wiki/Insuline
  2. Energiekevrouwenacademie, Insuline, https://energiekevrouwenacademie.nl/insuline-het-hormoon-dat-je-vet-stevig-vasthoudt/
  3. Muraki et al. Fruit consumption and risk of type 2 diabetes; results from three prospective longitudinal cohort studies. BMJ. 2013.
  4. Janneke van der Meulen, Eet Win-Win, 2017
  5. Feskens et al. Meat consumption, diabetes, and it’s complications. Curr. Diab. Rep. 2013

Deel dit artikel:

Share on facebook
Facebook
Share on linkedin
LinkedIn

Blijf op de hoogte. Meld je aan voor mijn e-maillijst.